Column

Autoriteit worden

Als iedereen eindelijk uitgedebatteerd is, dan draaien verkiezingen gewoon weer om autoriteit. Zie Poetin. Wij hebben Rutte en Wilders. En als Rutte Wilders niet van repliek durft te dienen wanneer Wilders een stad met „minder Marokkanen” wil, wie heeft dan de meeste autoriteit? Juist.

Samen met de Israëliërs spannen wij wereldwijd de kroon als het gaat om weerzin tegen autoriteit. Ik heb dat gisteren gehoord op een seminar dat 995 euro per kaartje kostte, ‘dus dan zal het wel kloppen’ (autoriteit van het getal).

In Nederland moet je autoriteit verdienen. En aan het hoe is, nu ook de laatste provo’s met pensioen zijn, weer veel geld té verdienen. Autoriteit is, geholpen door de crisis, het nieuwe ‘leiderschap’. Zodoende betaalden tweehonderdvijftig mensen of hun bazen gisteren zonder morren die 995 euro om te leren hoe dat ook alweer moest, gezag hebben.

In het DeLaMar Theater in Amsterdam zou Jon Favreau komen, de voormalig piepjonge speechschrijver die Barack Obama zijn morele overwicht gaf. (Later liet Favreau zich op een feestje fotograferen met een levensgrote foto van Hillary Clinton, haar borst grijpend. En inmiddels vraagt de wonderboy liftend op Obama’s oude idealen 25.000 dollar voor een seminar.)

Organisator Denkproducties wilde me aanvankelijk niet toelaten, omdat het ‘vol’ was. Gezien het thema van de dag besloot ik, getooid met mijn autoritairste glimlach, toch te gaan. Prompt mocht ik gratis het ochtendprogramma volgen. Favreau sloot de dag af en had „echt gigantische eisen over de pers”, klonk het verontschuldigend, maar om hem ging het me ook niet. Ik wilde weten wie hiervoor betaalde.

De eerste die bij de garderobe opviel, was Henkjan Smits, die meneer uit de jury van Idols. Ook was er een bekende cabaretier met zijn schoonvader, die hoogleraar in het recht aan Nyenrode en de Universiteit van Maastricht bleek te zijn – schoonpapa betaalde. Beiden wilden nadrukkelijk anoniem blijven: men mocht eens denken dat zij, voor 1.990 euro in totaal, het allemaal ook seríéús namen.

Wat het meest verraste: hoe onopvallend de anderen waren. Hier nauwelijks topmanagers in van die existentiële pakken, wel het ernstige, onopvallende type in kaki’s en onmodieuze overhemden – zelfs geen jasje. Doodgewone ambtenaren, op zoek naar enig overwicht.

Het Havenbedrijf Amsterdam was er, het ministerie van Financiën, Amsterdams Stadsdeel Oost. De manager van het Stadsdeel Oost die het kaartje had gekocht zat overspannen thuis, daarom was het kaartje „verloot op de afdeling”, zei de gelukkige stralend.

Urenlang vulde ‘spraak-, taal- en stempatholoog, coach en docent in overtuigingskracht’ Pacelle van Goethem een vertrouwd warm bad vol neurolinguïstisch programmeren, leuke filmpjes, vage statistiek, kleuterspelletjes (stickers op elkaar plakken) en quasiwetenschappelijke anekdotes over gelukshormonen in de prefrontale cortex.

„Hier gaat het om de aardige mensen, de beschaafden, de intellectuelen die je nooit hoort”, zei Van Goethem. Haar publiek rechtte de rug. Aardige mensen, ja. Te aardig, vermoedelijk.

Er was zelfs een directeur van de Belastingdienst bij. „Van mijn centen!”, grapte ik dus in de pauze.

Waarop hij: „Maar als ik nou beter word! Dan heb je toch rendement!”