Airline is wereldklasse, ik was blind ingestapt

Onderweg naar het vliegveld in Waingapu lees ik dat een Boeing 777 van Malaysia Airlines een paar uur eerder is vermist onderweg naar Beijing. Een geruststellend of een beangstigend bericht? Aan de ene kant is een ongeluk het laatste waaraan je wil denken voordat je zelf vliegt. Aan de andere kant: wat is de kans dat in hetzelfde werelddeel op dezelfde dag twee vliegtuigen verdwijnen. Kansberekening is aan mijn zijde. Dit komt wel goed, denk ik.

Eenmaal op het grootste vliegveld van Sumba, een straatarm Indonesisch eiland halverwege Bali en Australië, zette ik mijn tas op de rolband van de x-raymachines. Horloge af, perskaart af, telefoon in het bakje. „Sorry pak”, zegt de mevrouw achter de machine. „Hij is weer stuk. Loop maar gewoon door.” Handig, maar ook licht verontrustend.

Twintig minuten later klimt het propellervliegtuig rustig de lucht in. Het is een prachtig heldere dag. Door de zon en het natuurschoon raak ik in een roes. We vliegen langs de verlaten kust van Sumbawa. We zien de Rinjani-vulkaan op Lombok boven de schapenwolkjes uit torenen. We draaien een bocht over de stranden van Bali om zacht te landen op Ngurah Rai, het vliegveld van Bali. Ik schiet wakker als wij rechts de landingsbaan afrijden en een Boeing 777 van Malaysia Airlines passeren. Het vliegtuig staat klaar voor vertrek. Ik vraag mij af hoeveel mensen aan boord zich even tot een hogere macht wenden.

Wellicht is dat niet nodig. Vliegen in Zuidoost-Azië is de afgelopen jaren veiliger geworden. Neem Indonesië. Notoire brokkenpiloten als Adam Air zijn jaren geleden opgedoekt. Dubieuze maatschappijen als Batavia en Merpati zijn in het afgelopen jaar failliet gegaan. Hun routes worden snel overgenomen door betere bedrijven als Garuda, de nationale luchtvaartmaatschappij.

Garuda heeft zo veel werk van veiligheid gemaakt, dat het niet alleen van de Europese zwarte lijst is gehaald maar ook lid is van Skyteam, een samenwerkingsverband van luchtvaartmaatschappijen waartoe ook KLM behoort. De bazen van Boeing en Airbus krijgen dollar en eurotekens in de ogen als ze aan Zuidoost-Azië denken. Prijsvechters als Air Asia, Lion Air, Citilink en Tigerair hebben voor tientallen miljarden nieuwe vliegtuigen besteld.

De vliegtuigen op de drukke routes zijn nieuw en beter onderhouden. Boeing en Airbus hebben ook een reputatie hoog te houden en zien er op toe dat de maatschappijen een beetje fatsoenlijk met hun vliegtuigen omspringen. Alleen op afgelegen en weinig winstgevende routes, zoals van Bali naar Waingapu, moeten passagiers instappen in vliegtuigen waar de bewegwijzering in het Spaans is, een erfenis van een eerder vliegtuigleven op een ander continent.

Over de kwaliteiten van de piloten maak ik mij meer zorgen. Indonesiërs worden rijker en vliegen meer. Er ontstaat een gebrek aan piloten. Onervaren buitenlanders – Nederlanders, Italianen, Indiërs – staan te trappelen om hier vlieguren te maken. Maar regelgeving beschermt de arbeidsmarkt – de tekorten blijven. Vorig jaar kondigde de regering nieuw beleid aan: ambtenaren zouden een stoomcursus vliegen krijgen en omgeschoold worden tot piloot.

Kennissen die voor Indonesische maatschappijen werken vertellen over Indonesische piloten die veiligheidsregels aan hun laars lappen. Gezagvoerders gaan stappen voordat ze moeten werken. Ze zetten landingen door, ook bij te veel wind. Ik probeer altijd te redeneren dat tegenover alle feestbeestpiloten en snelheidsfetisjisten er vast veel meer mannen zijn die hun beroep en veiligheid heel serieus nemen. Maar de enge anekdotes zorgen er toch voor dat ik altijd even slik als de vliegtuigdeuren in het slot vallen.

Dat maakt voor mij de verdwijning van MH370 zo eng. Malaysia Airlines is van wereldklasse; veiliger kan haast niet. Ik was blind ingestapt.