Topvrouwen

Nog nooit waren er wereldwijd zo veel vrouwelijke parlementsleden: gemiddeld 21,8 procent, blijkt uit VN-onderzoek // De reden voor deze toename: quota // Maar de absolute top blijft een mannenclub

Vrouwen grijpen de macht. Nog nooit waren er wereldwijd zo veel vrouwelijke parlementsleden: gemiddeld 21,8 procent. Als de toename in dit tempo doorgaat zullen er in minder dan twintig jaar net zo veel vrouwen als mannen een positie hebben als volksvertegenwoordiger. Dat voorspellen de Verenigde Naties, die de telling vorige week publiceerden.

De oorzaak van deze trend? Quota. In het bedrijfsleven is het nog altijd omstreden om eisen te stellen voor het aantal vrouwen in topposities, maar in de politiek is het gemeengoed. De Scandinavische landen begonnen in de jaren tachtig met vrouwenquota. Inmiddels kent ongeveer de helft van de landen een vorm van quotering.

De meest recente golf van vrouwenquota komt uit onverwachte hoek: het Midden-Oosten. Uitgerekend de koning van Saoedi-Arabië, waar vrouwen niet mogen autorijden en slechts beperkt toegang hebben tot banen, heeft vorig jaar een quotum ingesteld. Vrouwen kregen in één klap 20 procent van de parlementszetels toegewezen.

Ook Jordanië heeft een quotum ingesteld. Kiezers reageerden zo enthousiast dat er bij parlementsverkiezingen in 2013 meer vrouwen werden gekozen dan de maatregel had verordend. Tunesië heeft in de grondwet vastgelegd dat mannen en vrouwen gelijk vertegenwoordigd moeten zijn.

Het aantal vrouwelijke ministers is wereldwijd ook toegenomen – van ruim 14 procent in 2005 tot ruim 17 procent nu – en ze hebben niet langer alleen traditionele ‘vrouwenportefeuilles’ zoals zorg en onderwijs.

Inmiddels hebben veertien landen een vrouwelijke minister van Defensie, een record. Zie Jeanine Hennis-Plasschaert in Den Haag. Ze ging vorige maand bij een NAVO-top in Brussel breed lachend op de foto met vier andere vrouwelijke Defensieministers uit de 28 NAVO-landen – eveneens een record.

Maar de absolute top blijft een mannenwereld. Het aantal vrouwelijke presidenten en premiers beleefde in 2012 een piek van 19, maar het aantal is inmiddels teruggevallen tot 18. Volgens de VN lijkt er „een glazen plafond” bereikt.

En Nederland? In de gemeenteraden is het percentage vrouwen op dit moment niet erg hoog: 26. In de Tweede Kamer zitten nu 62 vrouwen (41 procent). Sinds de jaren tachtig is sprake van een gestage, lichte stijging.

Een vrouwelijke Nederlandse premier? De kans daarop lijkt niet al te groot. De grote partijen hebben nooit een vrouwelijke partijleider gehad. Of zou Mark Rutte in 2017 plaatsmaken voor Edith Schippers of Jeanine Hennis?