Waarom je je stempas (niet) terug moet sturen

Vorige week belandde een teruggestuurde stempas op het bureau van de burgemeester van Son en Breugel. De kiezer gaf zijn stemrecht weg; hij was het zat. Terecht, of niet? Waarom moet je morgen wel of niet gaan stemmen? De voor- en tegenargumenten op een rij, met die Brabantse gemeente, waar die boze kiezer woont, als leidraad.

De teruggestuurde stempas die vorige week bij de burgemeester van Son en Breugel terechtkwam. Foto Hans Gaillard

De teruggestuurde stempas lag vorige week woensdag op het bureau van Hans Gaillard, sinds 2003 burgemeester van de Brabantse gemeente Son en Breugel. Zoek het nu óók zelf maar uit! had de afzender, die anoniem bleef, er met stift op geschreven.

Gaillard reageerde sportief: hij zette een foto van de stempas op Twitter en riep de ontevreden kiezer op zich te melden. Dan konden ze het er misschien over hebben. Waar het mis was gegaan. Door de telefoon zegt hij die middag dat het hem wel wat deed. “Ik dacht: verdorie, wat is dit? Waar gaat dit over?”

Bovendien, zegt de VVD-burgemeester, zou hij de boze burger die met een nijdig, hoofdletterig DOEG! afstand deed van zijn stemrecht graag duidelijk maken dat “mensen bij de gemeente wel degelijk iets voor je kunnen betekenen”.

Met een beetje goede wil zijn in de teruggestuurde stempas en de strijdvaardige reactie van de burgemeester de grote verhalen van deze gemeenteraadsverkiezingen te herkennen. Een kiezer stuurt zijn stempas terug: de opkomst is morgen vermoedelijk lager dan ooit. Burgemeester Gaillard wil duidelijk maken wat de gemeente allemaal doet: politici zeggen dat gemeenten juist nu meer te zeggen hebben dan ooit. En Son en Breugel heeft 16.000 inwoners: als het toekomstbeeld van dit kabinet bewaarheid wordt, bestaat de gemeente in deze vorm in 2025 niet meer.

Het helpt toch niet

We weten niet precies waarom de John Doe van de gemeenteraadsverkiezingen niet gaat stemmen - in de dagen na de oproep van de burgemeester was er niemand die zich meldde. Wat overblijft is de tekst: “Zoek het nu óók maar zelf uit!” De nadruk op het woordje ‘óók’ doet vermoeden dat deze meneer of mevrouw zich bij een lastige kwestie niet gesteund voelde door de politiek. Hij of zij moest het zelf uitvogelen, dus nu mag de gemeente het daar ook mee doen.

Volgens de peilingen van Maurice de Hond en TNS Nipo stevenen we af op de laagste opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen ooit. Tegen De Hond zeiden veel mensen dat ze het gevoel hadden dat de politiek toch niet luistert. Onder een bericht van RTL4 over de peiling zeiden Facebookers ook dat de Nederlandse politiek “zo cottupt (sic) en achterbaks als maar wat” is en dat ze niet “willen luisteren naar het woord van de burger”.

Hoe laag is een lage opkomst? Wel, Nederland had ooit een opkomstplicht, maar die werd in 1970 afgeschaft. Vanaf dat moment, en tot begin jaren negentig, schommelde de opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen altijd rond de 70 procent. Daarna werd het gaandeweg minder. Het voorlopige dieptepunt is 2010, toen 54,1 van de stemgerechtigden op kwam dagen. Voor morgen wordt een opkomst onder de 50 procent voorspeld. Het zou voor het eerst zijn dat het merendeel van de kiesgerechtigden niet komt opdagen.

Niet alleen het gevoel dat er niet geluisterd wordt houdt mensen thuis. Anderen noemen als reden dat ze te weinig weten over de lokale politiek. Uit een onderzoek van AD bleek vandaag dat bijna de helft van de Nederlanders geen enkel raadslid in zijn gemeente kan noemen.

Bovendien zijn veel Nederlanders ontevreden over de landelijke politiek en dat weerhoudt ze ervan bij de gemeenteraadsverkiezingen op (vooral) VVD en PvdA te stemmen. De Hond: “Het alternatief is dan om niet te gaan stemmen of een lokale partij te kiezen.” Hoogleraar regionale politiek Marcel Boogers noemde het in NRC onlangs de “electorale vluchtheuvel”: overstappen naar een andere landelijke partij uit onvrede over je laatste keuze gaat veel mensen te ver en daarom is een lokale partij, zonder nare landelijke bijsmaak, een logische keuze.

Dat tekent zich ook af in de peilingen. Lokale partijen bezetten nu al een kwart van de zetels en de verwachting is dat die trend doorzet.

Ook in Son en Breugel: daar wonnen twee lokale partijen, Dorpsbelang en Dorpsvisie, vier jaar geleden al overtuigend. Zij kregen samen 63 procent van de stemmen en vormden de afgelopen vier jaar het college. Volgens Michel Theeuwen, die Son en Breugel voor het Eindhovens Dagblad volgt, is dat “redelijk rimpelloos” verlopen, ondanks de gedwongen bezuinigingen waar vrijwel elke gemeente mee te maken heeft. “Son en Breugel is van oudsher niet dol op geld uitgeven.”

Juist nu heb je invloed op je eigen leefomgeving

Waar kiest de kiezer morgen voor? Waar gaan de gemeenteraadsverkiezingen over? Waarom zou je je stempas niet terugsturen?

Nou, uiteraard zijn er de alledaagse dingen in je stad of dorp. Loop in gedachten je huis uit en je komt zo een aantal dingen tegen waar de lokale politiek over beslist. Wanneer worden die vuilniszakken opgehaald? Wat wordt er gedaan aan die gevaarlijke verkeerssituatie? Mogen de winkels elke zondag open? Mogen coffeeshops wel of niet? Waar is cameratoezicht? Verrijst op die lege plek een nieuwe school of een nieuw café? In dat laatste geval, tot hoe laat mag die dan open zijn? Wat wordt er gedaan als dat voor geluidsoverlast zorgt?

Er wordt soms minachtend over gedaan: de gemeente gaat over stoeptegels en straatverlichting. Maar het zijn wel de tegels waar je over kunt struikelen en de lantaarnpalen die je mist in het donker. De inrichting van de buurt, veiligheid, cultuur, sport: dat zijn thema’s waar raadsleden en bestuurders al jaren over gaan. Ze hebben er ervaring mee, ze hebben er ideeën over.

De R.K. Kerk Sint Genoveva van Parijs in Breugel, een van de twee kerkdorpen die samen de gemeente Son en Breugel vormen. Foto Hollandse Hoogte

Of, om de voor dit stuk geadopteerde gemeente Son en Breugel weer te gebruiken: daar is het hete hangijzer deze verkiezingen het ‘mfa’, zoals de multifunctionele accommodatie waar de bibliotheek en lokale cultuur in moeten worden ondergebracht afgekort wordt. “Er wordt al jaren over gepraat”, zegt Theeuwen van het Eindhovens Dagblad. “Het vorige college had het bouwbord zelfs al neergezet op de beoogde locatie. Na de laatste verkiezingen werd dat een halt toegezegd en nu is er alleen nog een vaag plan. Dorpsbelang wil een nieuw, modern gebouw en zegt dat alleen zo aan alle functionaliteiten plaats kan worden geboden. Dorpsvisie vindt dat duur en kiest voor verbouwing van het Vestzaktheater, een voormalig parochiehuis.”

Kijk, dáár gaan de gemeenteraadsverkiezingen over.

En er is de decentralisatie, toch?

Ja, de term ‘decentralisatie’ valt vaak als het over deze gemeenteraadsverkiezingen gaat. De landelijke politiek verschuift meer overheidstaken naar de gemeenten, waarvan Nederland er 403 heeft. Gemeenten staan immers het dichtst bij de burgers, vinden ze in Den Haag. Zij zijn vanaf 1 januari 2015 dus verantwoordelijk voor bijvoorbeeld jeugdzorg (jeugdreclassering, jeugdpsychiatrie, opvoedondersteuning), terwijl ze die taken nu nog samen met de provincies en Den Haag uitvoeren.

Wie bepaalt welke begeleiding een dementerende krijgt, of iemand die blind is? Hoe wordt zorg aan huis georganiseerd? Vanaf januari de gemeente, niet Den Haag. En heb je als jonggehandicapte nu nog een Wajong-uitkering, maar zou je wel kunnen werken? Dan is de gemeente straks verantwoordelijk voor je herkeuring.

Kortom: meer en meer komt op het bordje van de gemeente terecht.

Maar betekent dat ook dat de kiezer daar met zijn stem invloed op heeft? Er was gisteravond een debat in Son en Breugel en daar ging het er nauwelijks over, zegt Theeuwen. “Ze weten dat het vanuit Den Haag hun kant op komt, maar er is nauwelijks politieke aandacht voor of strijd over. Het gebeurt gewoon.”

Zo is het op andere plekken in het land ook. Gemeenten moeten de extra taken bovendien opvangen in tijden van bezuinigingen, waardoor voor veel gemeenten geldt dat ze al tevreden zullen zijn als het überhaupt allemaal goed gaat. En twee van de drie decentralisatiewetten zijn pas net door de Tweede Kamer, zodat lokale partijen amper tijd hebben gehad om er een visie op te ontwikkelen. Ondertussen blijft er minder geld en ruimte over voor eigen initiatieven. Welke keuze valt er dan te maken voor de stemmer?

Het gaat ook over zelfstandigheid

Burgemeester Gaillard noemt nog een reden om wél te gaan stemmen. “Bij kleinere gemeenten als de onze is er druk op de omvang en de zelfstandigheid.”

Dat zit zo: in het regeerakkoord van VVD en PvdA uit 2012 staat dat Nederland in 2025 nog maar honderd tot honderdvijftig gemeenten moet hebben, met elk minimaal 100.000 inwoners. Dat heeft te maken met het verschuiven van taken, vooral op het gebied van zorg, van Den Haag naar de gemeenten. Die decentralisatie dus. Maar veel kleine gemeenten zijn eigenlijk te klein om dat in hun eentje allemaal te kunnen doen.

Stempassen voor de gemeenteraadsverkiezingen van morgen. Foto ANP / Lex van Lieshout

Zij fuseren, zo hoopt het kabinet, met omliggende gemeenten. Nederland had bij het invoeren van de Gemeentewet (in 1851) 1.200 gemeenten, nu nog 403. In de visie van VVD en PvdA verdwijnen er nog eens 75 in de komende drie jaar. In 2025 zouden er uiteindelijk honderd tot honderdvijftig moeten overblijven.

Dat levert geld op, hopen ze, want dan hoeven er minder gemeenteambtenaren aan het werk te worden gezet. Tot en met 2016 zou dat 180 miljoen opleveren, in 2017 nog eens 180 miljoen. Daarna structureel bijna een miljard per jaar.

Son en Breugel heeft 16.000 inwoners en kan dus in de huidige vorm niet overleven als dit kabinet z’n zin krijgt. Ook daar hebben de kiezers morgen invloed op: de twee grootste partijen hebben niet voor niets het woord ‘dorp’ in hun naam. In de beide verkiezingsprogramma’s wordt de nadruk gelegd op het belang van zelfstandigheid.

Een aantal jaar geleden ontliep de gemeente een fusie met Eindhoven, zegt Theeuwen. Er is inmiddels wel een samenwerkingsverband met twee nabijgelegen gemeenten, Nuenen en Geldrop-Mierlo, maar een meerderheid vindt dat voldoende. Behalve CDA (twee zetels) willen alle partijen, ook VVD en PvdA/GroenLinks, dat Son en Breugel een aparte gemeente blijft. Zelfstandig blijven door samen te werken, noemen ze dat daar.

Wil de kiezer dat ook, en heeft hij zijn stempas nog niet met schaar en stift bewerkt en op de post gedaan, dan kan hij er morgen over meebeslissen.