Opinie

Sappig schandaal

Links: Ontwerp voor het Second Livestock-kippenhok met cilinders.Rechts: De virtuele wereld waarin Second Livestockkippen leven.

Als Joris Demmink onschuldig is, als hij nooit minderjarige jongens seksueel heeft misbruikt – hoe zal het hem dan nu te moede zijn? Hij moet het gevoel hebben dat de hele wereld tegen hem samenspant om zijn ondergang te bewerkstelligen.

Hij zal zo langzamerhand weinig verschil meer maken tussen de kwaadwillenden en de goedwillenden. De eerste groep wilde nooit van zijn onschuld weten en greep alles aan om hem veroordeeld te krijgen. De tweede groep liet zich steeds meer beïnvloeden door de eerste, want waar rook was daar moest wel enig vuur zijn.

Af en toe treedt er iemand naar voren om zijn onschuld te bepleiten, om erop te wijzen dat er tot dusver geen snippertje bewijs is gevonden en dat gebeurtenissen uit hun verband worden getrokken of zelfs compleet verzonnen door rancuneuze fantasten. Het maakt weinig indruk op de buitenwereld die met de armen over elkaar geboeid toekijkt: of het nu waar is of niet, het is een sappig schandaal.

Stel dat Demmink na vervolging vrijgesproken wordt, wat dan? De kwaadwillenden zullen blijven volhouden dat hij schuldig is, de goedwillenden zullen tevreden knikken: het recht heeft gezegevierd, leve de rechtsstaat! En Demmink? Die kan dan toch een forse schadeclaim bij de staat indienen? Iedereen tevreden.

Maar Demmink moet dan wel een uitzonderlijk sterke persoonlijkheid zijn, die kan berusten in de onrechtvaardigheid van het lot. Ieder ander die zwakker in zijn schoenen staat, zou zich de rest van zijn leven gekweld afvragen waarom uitgerekend hij in deze hel van haat moest belanden – en waarom zo weinigen hem te hulp schoten.

Ik moest dezer dagen aan Demmink denken toen ik voor het eerst The Humain Stain (De menselijke smet) las, een roman uit 2000 van Philip Roth. Hoofdpersoon Coleman Silk is een gerespecteerd hoogleraar die aan de universiteit mikpunt van een heksenjacht wordt, omdat hij twee zwarte studenten zou hebben gediscrimineerd.

Hij had hen ‘spooks’ genoemd, geesten die nooit op zijn colleges verschenen. Hij was zich niet bewust geweest van de bijbetekenis van ‘spook’, een equivalent van ‘neger’. Aan de universiteit heersten de politiek correcte tijden van de jaren zeventig, waardoor de goede trouw van Silk bij voorbaat in een kwaad daglicht stond.

Hij werd door de universitaire gemeenschap informeel uitgestoten en nam gedesillusioneerd ontslag. De wrange ironie (van Roth) wilde dat Silk zélf zwart was, maar zó licht getint dat hij zijn afkomst altijd verborgen had kunnen houden.

Het loopt slecht met Silk af. Hij wordt met zijn geliefde vermoord door haar jaloerse ex, een dolgedraaide Vietnamveteraan. „Vermorzeld door de vijandige tanden van de wereld”, schrijft Roth. „De vijandigheid die de wereld is.” Een criticus schreef: hoe de tijdgeest een individueel leven kan vernietigen.

Heeft iemand als Silk bestaan? Je vraagt je het als lezer onwillekeurig af. In een open brief aan The New Yorker heeft Roth twee jaar geleden uiteengezet, dat in de eerste helft van de vorige eeuw duizenden lichtgetinte zwarten, net als Silk, kozen voor het bevoorrechte bestaan van de blanke. Hun lot had hij gecombineerd met dat van zijn (blanke) vriend Melvin Tumin, hoogleraar sociologie in Princeton, die in 1985 een heksenjacht over zich afriep toen hij twee afwezige studenten ‘spooks’ noemde.

Tumin doorstond de storm met veel moeite. Een voorbeeld voor Demmink?

Frits Abrahams