Overal sirenes

Lezen // verhalen Ambulance Johan Harstad Podium, 199 blz. 4

Kende de Noorse literatuur een equivalent van de Nederlandse Tzum-prijs, de prijs voor de mooiste zin, dan gaat die naar schrijver Johan Harstad voor een zin in zijn verrassende verhalenbundel Ambulance: „Ik heb kunstplanten nodig die niet doodgaan van verwarring vanwege de kou van de tocht in de vensterbank en de hitte van de radiator eronder, planten die er toch zo mooi en authentiek uitzien dat de buren denken dat ik ze constant in de gaten hou.” Harstads verhalenbundel schreef hij voorafgaand aan zijn indrukwekkende roman Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? uit 2005.

De kracht ervan ligt in het ongepolijste. Harstad (1979) begon eraan toen hij op een warme nazomerse dag in zijn toenmalige woonplaats Trondheim onophoudelijk sirenes van ambulances hoorde. Alsof iedereen in de stad gered moest worden of aan het redden was. In de elf verhalen rijden vele ambulances heen en weer. In het openingsverhaal 112 vindt een ambulancemedewerker een vrouw in haar appartement die zichzelf dodelijk verstikt heeft in plastic. Een tijdlang lag ze daar, maar niemand die het bemerkte. In een ander verhaal, Overzicht, is de hoofdpersoon op manische wijze zijn leven aan het organiseren. Hij legt lijstjes aan van alles wat hij moet doen. Ondertussen ligt zijn vader op sterven. Onderweg raakt hij verwikkeld in een bijna dodelijk ongeluk, verstikt van verdriet. Ook in het tragische liefdesverhaal Op weg leeft de ik-persoon zo dicht bij de dood, is hij er zo door geobsedeerd, dat hij niet anders kan een luchtballon regelen en eruit stappen, voorgoed te verdwijnen. Het is een juweel van een verhaal dat erop gericht lijkt om een gevecht aan te gaan met sterfelijkheid: „We hebben bestaan, we zijn hier geweest en hebben overal onze stempel op gedrukt en nu zijn we weg.”

Ambulance is niet zomaar een bundeling losse verhalen. Harstad laat zijn personages van het ene verhaal in het andere overlopen. De vrouw die zichzelf doodde blijft in verschillende gedaantes als een verloren grote liefde terugkeren. Nu eens heet ze Aurora, dan Mariann. Telkens weer is Harstad in zijn proza op zoek naar alles wat in de wereld verloren gaat: liefde, jeugdjaren, de tijd van vroeger. En dat alles verteld in soms bladzijdenlange, weelderige zinnen.