Column

Welkom Duttie Margo

Na de dood van de geliefde Doppie, een poes die zich niet liet aaien en die me een keer krabde toen ik zijn voerbak wilde verplaatsen, werd er door de vriendin lang getreurd.

„Wat is het toch ongezellig”, zei ze soms, en dan keek ze naar het kussen op de hoek van de bank, waarop het beest vroeger lag te grommen.

Het was een kwestie van tijd tot er een nieuwe huisgenoot zou komen, de kattenbak bleef niet voor niets schoon geschrobd staan waar hij stond. Maar niet te snel, dat vond ze niet sjiek naar de overledene.

Een paar dagen geleden was ze plots in alle staten. Een oude bekende zat met een nieuwe asielpoes in de maag. Na wat Facebookverkeer was de beslissing snel genomen.

Gloeiend en loeiend van opwinding liet de vriendin me een foto zien. Ik zag een poes ter grootte van een cavia, maar dan wel een met een dikke pluimstaart.

„Het is een Heilige Birmaan”, zei ze. „Dat is een ras.”

Zondag ging ze hem halen met haar beste vriendin, in de auto ernaartoe was de naam van het beest alvast veranderd van ‘Duchess’ in ‘Duttie Margo’.

Bij het gewenningsproces tussen dier en baasje kon ik niet aanwezig zijn, wel hield ze me telefonisch op de hoogte. Ze zei het niet met zoveel woorden, maar aan haar stem was te horen dat ze er meer van had verwacht.

18.00 uur: „Ze zit nu onder het bed.”

20.00 uur: „Ze zit nog steeds onder het bed.”

22.00 uur: „Nog steeds.”

Een kwartier later lag ze zelf onder het bed. „Ze leeft nog.”

Vanochtend waren er voorzichtig drie brokjes gegeten en ’s nachts was er gemiauwd. Ze had het huisje – zo noemt ze de kattenbak – gecheckt. Er was gepoept, maar niet veel.

„Verder is er nog nauwelijks geaaid.”

Ik luisterde er geduldig naar. „Katten hebben een eigen wil”, zei ik.

Het waren haar eigen woorden, maar zoiets mag je als niet-kattendeskundige helemaal niet vinden. En dat het bij Duttie Margo misschien niet helemaal goed zat in de kop en dat ze daarom zo vaak van baasje was veranderd, wilde ze al helemaal niet horen.

„Nee, ze moet gewoon wennen.”

Vanavond zal ik op handen en voeten onder dat bed kruipen om even ‘hallo’ te zeggen. Een welgemeend hallo, want Duttie Margo lijkt me het ideale huisdier. Ze is er wel, maar toch ook niet.