Krachtige lobby moet sport behoeden voor bezuiniging

Gemeenten moeten bezuinigen. Sport kan daar met cultuur en ‘groen’ al snel de dupe van worden. De praktijk valt tot dusver mee.

‘Meer geld voor schoolzwemmen’

Schoorvoetend verklaarden vijf van de acht lijsttrekkers aan het eind van een levendig debat dat de sport in Midden-Drenthe niet aan bezuinigingen zal ontkomen. Maar om te zeggen dat sportminnende inwoners van de tussen Assen en Hoogeveen ingeklemde gemeente zich zorgen moeten maken. Niet echt.

Het alarmerende beeld dat sportkoepel NOC*NSF oproept over de krimp die de sportsector na de gemeenteraadsverkiezingen te wachten staat, geldt niet voor het 34.000 inwoners tellende Midden-Drenthe. Een trendmatige verhoging van huurtarieven van sportaccommodaties en het harmoniseren van de lappendeken aan sportsubsidies, dat is het wel in de gemeente met Beilen, Westerbork en Smilde als grootste kernen.

Het hijsen van de stormbal door NOC*NSF is eerder gebaseerd op zorgen dan op reële cijfers. Onderzoek van het sportwetenschappelijk Mulier Instituut wijst uit dat 93 procent van de gemeenten heeft bezuinigd op sport of dat van plan is te doen. Maar volgens datzelfde onderzoek lijdt sport niet meer dan andere sectoren. Gemeenten zijn bovendien voorzichtig, want sport ligt electoraal gevoelig.

Lobbyretoriek

Ronkende teksten van onder anderen NOC*NSF-directeur Gerard Dielessen, dat lokale bezuinigingen de sport als basisvoorziening kunnen aantasten, moeten als lobbyretoriek worden uitgelegd. De sportkoepel vreest dat bij de overheveling van veel overheidstaken naar de gemeenten, per 1 januari 2015, de bezuinigingswoede extra aangewakkerd wordt. Naast cultuur en ‘groen’ is sport dan bij uitstek het terrein waarop gemeenten nog speelruimte hebben.

Maar cijfers zijn nu nog onbetrouwbaar, zegt Maarten Allers, directeur van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo). „Omdat veel zal afhangen van de decentralisatie van overheidstaken. Gemeenten kennen nu nog niet hun budgetten voor volgend jaar. Als het krap wordt, ligt bezuiniging op sport voor de hand. Ach, een bezuiniging is soms ook een kwestie van perceptie: wordt er reëel minder uitgegeven of minder uitgegeven dan gepland? Je merkt dat belangenorganisaties als NOC*NSF momenteel sterk lobbyen. En als iedereen dat even hard doet, is het effect per saldo nul.”

Woordvoerder Geert Slot van NOC*NSF doet niet geheimzinnig over de vlucht naar voren van de sportkoepel. „We maken ons zorgen. Sport moet ook na 2015 gefinancierd worden. Wij willen niet te laat zijn.”

NOC*NSF, dat moet gezegd, heeft een krachtige lobbystrategie uitgewerkt. In samenwerking met de sportbonden en de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) is voor de raadsverkiezingen het Sportcampagne TeamNL ingesteld. Van daaruit zijn ondere andere sportdebatten in het land geëntameerd, zoals in Midden-Drenthe, waar de lijsttrekkers in de kantine van de voetbalvereniging Beilen met de noden van de sportverenigingen geconfronteerd werden. Die lagen echter niet op het gebied van bezuinigingen, maar op de piekbelasting van sporthallen, tekort aan voetbalvelden of de veiligheid van de toegangswegen naar sportaccommodaties.

Vooralsnog wordt in Midden-Drenthe zo’n 2,8 miljoen euro – op een begroting van rond de 70 miljoen euro – aan sport besteed. Een aanzienlijk deel, helemaal gelet op de aandacht die de lokale partijen in hun verkiezingsprogramma aan sport hebben besteed. In totaal maar honderd zinnen, waarvan de VVD, D66 en ChristenUnie driekwart voor hun rekening nemen. Voor PvdA, CDA, GroenLinks en de twee partijen Gemeentebelangen was sport slechts een paar zinnen of in het geheel geen vermelding waard.

Conclusie: Midden-Drenthe voert geen actief sportbeleid. En dat zal afgaande op de partijprogramma’s de komende vier jaar niet veranderen. De gemeente met onder andere 102 sportverenigingen, acht sportparken (voor tien voetbalclubs), vier sporthallen en vier zwembaden past op de winkel, meer niet. Toch gek als „het nastreven van een gezonde bevolking” tot doelstelling is verheven.

Hardware

Dat is ook het beeld in de provincie Gelderland, schrijven Remco Boer, directeur Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) en Tjienta van Pelt, directeur Gelderse Sportfederatie, in een opiniestuk in de krant De Gelderlander. Zij toetsten lokale partijprogramma’s in Gelderland aan het Kieskompas en concludeerden: vrijwel nergens wordt sport als middel genoemd, alleen maar als doel. Het gaat vooral om de ‘hardware’, zoals sporthallen, kunstgras en zwembaden, niet om de ‘software’. Waarom de sport niet gebruiken voor maatschappelijke doelen, als ondersteuning voor beleid op gebieden als werk en inkomen, zorg en welzijn en opvoeding, waarover gemeenten vanaf 2015 de bevoegdheid krijgen?’

De bevolking wil wel, blijkt uit onderzoek van het GFK in opdracht van NOC*NSF. 91 Procent verklaart zich tegen sportbezuinigingen. En zo’n 60 procent vindt dat de gemeentelijke uitgaven voor sport gelijk moet blijven. Dat getal komt overeen met de 63 procent die het als een gemeentelijke taak ziet sporten mogelijk te maken.