Joan As Police Woman is vrij en levenslustig

van de band Joan As Police Woman

Joan Wasser, frontvrouw van Joan As Police Woman Foto Shervin Lainez

Joan Wasser heeft op iedere pink een tatoeage. Als ze de twee vingers tegen elkaar zet, staat er ‘Total freedom’. Drie jaar geleden liet ze de tekst aanbrengen. „Ik werd veertig en ik voelde me voor het eerst vrij. Maar ik vond het alsnog nodig om mezelf er aan te herinneren”, ze lacht. „Zo vanzelfsprekend is het niet voor me.”

Joan Wasser is bekend als spil en zangeres van Joan As Police Woman, de band uit New York, waarmee ze inmiddels vier cd’s opnam. Na het stemmiger voorwerk, valt op hoe exuberant het vorige week verschenen The Classic klinkt, met de gloedvolle soul van Holy City, de moderne doo wop van The Classic en een krols zingende Wasser in Good Together, als de vrouwelijke versie van Al Green.

Violist/gitarist/keyboardspeelster/zangeres Wasser (1970, Connecticut) zong en speelde viool bij onder meer Antony & The Johnsons, Rufus Wainwright en tot kort voor zijn overlijden, Lou Reed. Ze was verloofd met Jeff Buckley, tot zijn dood in 1997. Rouw, om haar geliefde en andere vrienden, heeft ze inmiddels achter zich gelaten, zegt ze met een wuivend gebaar. Dat is een van de redenen dat haar nieuwe cd levenslustig klinkt, maar ook: „Ik ben zo blij dat ik nog muziek kan maken. Iedere dag bedenk ik me hoe gelukkig ik daarmee ben. Daarom speel ik zoveel als menselijk gezien mogelijk is. Met mijn eigen band en met anderen.”

Musiceren was niet altijd zonder valkuilen. „Voordat ik in bands begon te spelen, studeerde ik klassiek viool”, zegt Wasser, op een ochtend in Amsterdam. „Als je viool studeert krijg je steeds te horen dat je niet goed genoeg bent. Hoeveel je ook oefent, het moet meer. Hoe goed je ook klinkt, het kan beter. Dat heeft als voordeel dat je discipline leert, maar het nadeel is dat je altijd tekort schiet, denk je. Het heeft nogal wat tijd gekost voordat ik dat gevoel kon afschudden. Daarover gaat Shame, over de schaamte van niet voldoen.” Ze barst even uit in kronkelig disco-zang: ‘Sha-a-ame’. „Schaamte, over van alles, voor mijn part uit je vroegste kindertijd, hou je doorgaans voor jezelf. Niemand praat erover. Ik wil het nu van me af te schudden. Door ‘shame’ belachelijk te maken, en er luchtig over te doen.”

Zoals blijkt op The Classic, schrijft Wasser composities die zich breed vertakken, en toch een popgevoel behouden. Ze kijkt benauwd. „Het liefst schrijf ik eindeloos door, steeds meer stukjes achter elkaar. Omdat ze naar mijn idee mooi klinken, samen. Voor het titelnummer bijvoorbeeld, had ik de basis al geschreven, maar ik bleef schrijven. Ik bedacht dat ik me moest inhouden, want er is maar zoveel informatie die het brein muzikaal gezien kan verwerken.” Ze lacht. „Ik ben opgegroeid met progrock. Daarin heb je geen ‘a-b-a-b’ maar a-b-c-d-e-f, etc. Niets wordt herhaald.” Ze tikt een vinger op tafel. „Natuurlijk heb ik de vrijheid om ook zulke liedjes te maken. Maar ik hou van de beperking. Componeren betekent voor mij verminderen.”