...de VVD zegt: niet te veel

Maak meer ruimte voor kansrijken, zegt de lijsttrekker van de VVD. Ook goed voor de armen.

De ober zet een buitenmodel mand nachochips met gesmolten kaas voor de wethouder neer. „Dit is de ene reden dat ik hier wilde afspreken”, zegt Eric van der Burg (zorg, welzijn, sport, personeel). De klanten van café Harlem in Amsterdam-West zitten rug aan rug. Je kunt alleen opstaan als degene achter je inschikt. Dat is de andere reden dat we hier zitten. De lijsttrekker van de VVD in Amsterdam zocht een schoolvoorbeeld van succesvol beleid, of liever: succesvol niet-te-veelbeleid. En dat is de Haarlemmerstraat volgens hem.

„De grachtengordel komt in deze straat, net als de toeristen. Buurtbewoners doen hier hun boodschappen.” Volgens de liberale leider is het duidelijk waarom de Haarlemmerstraat zo aantrekkelijk is: ondernemers hebben hier alle ruimte gekregen. Het winkelaanbod is divers en uniek. Er staat een Albert Heijn, maar het aantal filialen van landelijke ketens is beperkt. De straat is het domein van „middenstanders die hard werken”. Zij zorgen voor creativiteit en leven, zegt Van der Burg. „Op het Leidseplein heb je personeel, hier werken mensen die gevoel hebben bij hun bedrijf.”

Goed, de Haarlemmerstraat, succesvol. Maar wat onderscheidt de VVD hier van de PvdA?

Simpel, zegt Van der Burg: „De PvdA denkt vanuit een achterhaald idee van sturing. Daar beschouwen ze de realiteit op straat als een probleem waar ambtenaren in het stadhuis een oplossing voor moeten verzinnen. Ik ben geen nachtwaker, ik ben een liberaal. Het enige risico voor de Haarlemmerstraat is dat de overheid zich er te veel mee bemoeit. Die hele creative industry, waar we in Amsterdam nu zo hoog van opgeven, daar hebben wij niks voor gedaan. Ja, we hebben ICT-kabels aangelegd zodat ze aan de slag kunnen. Voor de rest hebben de ondernemers het helemaal zelf gedaan – en zo hoort het ook.”

Het grote twistpunt tussen VVD en PvdA is de sociale woningbouw. De VVD stelt in haar verkiezingsprogramma voor de voorraad sociale woningen „op termijn” te halveren. De schaarste aan woningen in het middensegment beperkt de aantrekkingskracht van Amsterdam volgens de liberalen. Het idee van de stad als emancipatiemachine, waarmee bestuurders van GroenLinks en PvdA schermen, is volgens Van der Burg vals. „Ja, nieuwe bewoners kunnen opklimmen door de kansen die Amsterdam biedt. Maar ten slotte moeten velen van hen de stad verlaten om in Blaricum te gaan wonen als ze heel hoog zijn opgeklommen, of Almere als ze iets minder hoog kwamen. Omdat wij tweederde van onze woningen hebben bestemd voor sociale woningbouw, bedoeld voor de allerarmsten.”

Dit is wat Van der Burg vreemd vindt: in Amsterdam voldoet 51 procent van de inwoners aan de criteria voor sociale woningbouw. In Nederland is dat 31 procent. Als de stad zo succesvol is, waarom zitten hier dan bovengemiddeld veel armere mensen? Waarom is er 11 procent werkloosheid in een stad met zoveel kansen? Amsterdam heeft een veel minder eenzijdige economie dan bijvoorbeeld Rotterdam.

Het verwijt van Hilhorst, dat de VVD arme mensen kwijt wil, of de stad uitjaagt, verwerpt Van der Burg. „Bestaande huurcontracten respecteren wij natuurlijk. Maar mensen zijn niet gebaat bij armoedegeld. Mensen zijn gebaat bij werk. Wijkaanpak is een pleister, daar heelt de wond niet van. Een baan heelt meer dan verbinden in sociale context. Economie is de grootste stadsvernieuwer, niet het stadhuis.”

Daarbij redeneren ze tegenovergesteld. Hilhorst zegt: de rijkeren profiteren mee als de armeren meer welvaart krijgen. Van der Burg zegt: „De rijkere mensen die je zo de stad inhaalt – of in de stad láát – die zorgen niet alleen voor economische bloei, waarvan ook de armeren profiteren. Ze zorgen ook voor de sociale infrastructuur. Dat zijn de mensen die nu in Amsterdam West en Oost in besturen van de scholen en de sportclubs zitten. Wij willen de armen niet wegjagen, wij willen er kansrijken bíj halen.”

De PvdA maakt een karikatuur van de leefbaarheid, vindt Van der Burg. „Vergelijk Amsterdam-Zuidoost – daar woon ik zelf – eens met de Parijse voorsteden. Het lijkt er niet op.” Of trek een kilometer rond het Amsterdamse Hyde Park: het Vondelpark. „Zijn dat onbetaalbare buurten? Onzin.”