De president beweegt zich in een steriel decor

Als de Amerikaanse leider een land bezoekt, zoals nu voor de nucleaire top, vervaagt de grens tussen een bezoek en een inval.

Voor het grote publiek begint de nucleaire top, op 24 en 25 maart, als Air Force One uit de wolken is neergedaald, president Obama met premier Rutte naar De Nachtwacht heeft gekeken, en daarna is afgereisd naar Den Haag.

Maar voor fijnproevers als Ron Frijlink, hoofdredacteur van het vliegtuigspotterstijdschrift Scramble, is de Nuclear Security Summit al even bezig. Zoals sommige mensen postzegels of vlinders verzamelen, turven zijn lezers staartnummers van landende en startende vliegtuigen. Al die regeringsleiders en staatshoofden die met eigen vervoer naar de top reizen, zijn een buitenkans.

Het begon al met de vliegtuiglading Amerikanen die begin dit jaar op Schiphol aankwamen. Zaterdag landde op Zestienhoven – sinds tribunaalgangers er in handboeien arriveren omgedoopt tot Rotterdam The Hague International Airport – een matgrijze C-17. Het is het eerste van een reeks transportvliegtuigen die deze week in Rotterdam en op Schiphol aankomen, en die het reizende circus van president Obama mogelijk maken. „Niemand pakt het zo grondig aan als de Amerikanen”, zegt Frijlink.

De C-17’s, werkpaarden van de luchtmacht, brengen de speciale helikopters en de stoet zwarte auto’s waarmee ‘POTUS’ – zoals de President of the United States in het jargon van zijn beveiligers heet – zich in den vreemde verplaatst. Plus geassorteerde goederen waarvan niemand wil zeggen wat ze zijn. Het gebeurt met een achteloze, in decennia gepolijste precisie, maar een buitenlandse reis van de president is een militaire operatie.

Details blijven vaag tot het laatst. Waar slaapt hij, bijvoorbeeld? Aan boord van een marineschip voor de kust, was lang het gerucht. Dat kan altijd nog, al oogt het wat bang. Bill Clinton logeerde in 1997, bij de herdenking van 50 jaar Marshall-hulp, bij de koningin. Protocol bij staatsbezoeken. Vorig jaar sliepen Obama en zijn vrouw nog in Buckingham Palace, achter kogelvrije voorzetramen die speciaal voor hen waren meegenomen. Maar voor de NSS lijkt Huis ter Duin in Noordwijk dé plek.

Het badplaatsje mag buiten het seizoen een droeve indruk maken, voor zo’n bezoek is het ideaal. Het hotel is perfect af te grendelen. Daar hebben ze ervaring mee na andere bijeenkomsten, zoals een NAVO-top en een Afghanistan-conferentie. Ook de Chinezen en Russen (minus die ene Rus die heeft afgezegd) logeren er.

Als een Amerikaans president een ander land bezoekt, vervaagt de grens tussen een bezoek en een inval. Dat is het werk van de Secret Service, in 1865 ingesteld door Abraham Lincoln, toen nog met als hoofdtaak om valse dollarbiljetten te onderscheppen. Op de dag dat hij de wet voor de Secret Service had moeten tekenen, werd Lincoln trouwens vermoord.

Sindsdien is de dienst uitgegroeid tot een Pretoriaanse Garde. Wat Nederlandse functionarissen ook zeggen, de facto voeren de Amerikanen de regie, al heeft Obama de naam iets minder veeleisend te zijn dan zijn voorganger Bush. Toch beweegt ook Obama zich door een steriel decor dat een schepping is van zijn eigen diensten. Beton en staaldraad rond het World Forum zorgen voor een authentiek Green Zone-effect, à la de Amerikaanse citadel in Bagdad. Militairen en andere spionnen kammen de ether uit, van elke langsrijdende auto wordt nu al de nummerplaat gescand. Operatiekamers zijn stand-by. Binnen de ring zijn alle risico’s – nieuwsgierige burgers, donkere plekken, schootsvelden en de laatste roestige fiets – verwijderd. Het World Forum-gebied verandert langzaam in een Christo-kunstwerk, ingepakt in wit plastic en metershoge schermen.

En binnen die veiligheidsluchtbel beweegt POTUS zich dan weer in zijn eigen bubble, waar elke vierkante meter door bomhonden en metaaldetectors is gesteriliseerd en wordt bewaakt door pantserglas en mannen met dikke oksels. En als er toch onverwacht iets zou gebeuren, plukt een helikopter POTUS er zo weer uit. Of – en dat kan altijd nog – hij komt niet.