Opinie

    • Hans Beerekamp

De Joris Ivens van de Syrische burgeroorlog

Yassine gaat naar Syrië’ (2DOC, VPRO).

Bijna tachtig jaar geleden vochten in Spanje republikeinen en fascisten een bloedige burgeroorlog uit. Een aantal linkse vrijwilligers vormde internationale brigades die aan republikeinse zijde mee vochten. Bij terugkomst in eigen land konden ze op weinig begrip rekenen en verloren soms zelfs hun nationaliteit.

Er waren ook filmers en fotografen die naar Spanje reisden en in hun verslaggeving partij trokken voor de republikeinen. De documentaire Spanish Earth van de Nederlandse regisseur Joris Ivens en cameraman John Fernhout bracht de strijd nabij, maar was in wezen een propagandafilm, vooral in het commentaar van Ernest Hemingway. Ivens en Fernhout zouden sindsdien vooral buiten Nederland blijven werken,

Opnieuw wordt in een land aan de rand van Europa een burgeroorlog gestreden door partijen die in West-Europa geen van beide op veel sympathie kunnen rekenen. De vrijwillige strijders aan de zijde van de oppositie worden weer gedreigd met ontneming van hun paspoort. Maar hoe zit dat met de filmers en fotografen in Syrië? Je kunt een burgeroorlog bijna niet verslaan zonder te kiezen voor een van beide partijen.

Met die gedachte in het achterhoofd ging ik kijken naar Yassine gaat naar Syrië (2Doc, VPRO), gepresenteerd als een videodocumentaire van een jonge Marokkaan, die in december 2012 en acht maanden later had gefilmd in het door het Vrije Syrische Leger bestuurde stadje Saraqib, aan de weg van Aleppo naar Damascus.

Samen met cameraman Rachid Boughanem brengt hij de strijd van zijn Facebookvrienden dichterbij ons dan ik tot nu toe waar ook zag. Met helm en kogelvrij vest, en zelfs een geweer in de hand, voegt Yassine El Idrissi (Rabat, 1983) zich bij de strijdgroep ‘Zwaard’. De meeste strijders in shirts van Adidas en Emporio Armani willen een seculiere staat behouden, maar daar wordt wel druk over gedebatteerd. Aanvoerder Abu Haitam noemt zichzelf een moslim die naar de moskee en de kroeg gaat. Hij heeft een hekel aan „die weet-ik-veel-brigades” die vooral in gestolen diesel handelen.

Het resultaat is een documentaire die sympathiseert met de slachtoffers van Assad, maar geen propagandafilm – eerder de reflectie van twijfels. Die klinken vooral door in de vertelstem: „Ik heb een hekel aan heldere luchten”, want dan kunnen de vliegtuigen van Assad bombarderen.

De regisseur is geen Marokkaanse Nederlander, zoals de titel slim suggereert, maar een Marokkaanse student van de Nederlandse Filmacademie, die pas in 2011 naar Amsterdam kwam. Zijn Nederlands is opvallend goed voor een nieuwkomer, en in de eindtitels wordt dan ook onthuld dat we niet naar zijn stem hebben geluisterd, maar naar die van dichter en kunstenaar Emerald Beryl H. Bouazza. En daar begint het voor mij een beetje te wringen. Waarom wordt er zo schimmig gedaan over de ik-figuur?

Als filmische impressie van de burgeroorlog is Yassine gaat naar Syrië eerlijker dan Spanish Earth, maar er zit niet veel lijn in, en de kunstmatige rode draad is een stem die andermans teksten voorleest. Dat is dus toch weer manipulatie, net als de oppervlakkige, onjuiste suggestie dat Yassine een Hollandse jihadist zou kunnen zijn.

    • Hans Beerekamp