Alle macht ligt in de handen van één man

De Servische Progressieve Partij behaalde dit weekend een absolute meerderheid in het parlement // Leider Aleksandar Vucic belooft het land stevig te hervormen // Maar er zijn twijfels over zijn daadkracht

Aleksandar Vucic (44) is niet in één beeld te vatten. Er is de nationalist die in 1995 beloofde dat zijn land honderd moslims zou vermoorden voor elke dode Serviër. De man die als minister van Informatie in 1998 besliste monsterboetes uit te delen aan te kritische journalisten. En er is de aanstaande premier die met bedachtzaam tegen elkaar gedrukte vingertoppen in een zacht timbre praat over toenadering tot de EU, de nood voor economische hervormingen en zijn persoonlijke kruisvaart tegen corrupte tycoons. Zijn Servische Progressieve Partij (SNS) behaalde gisteren bijna de helft van de stemmen en een absolute meerderheid in het parlement.

Een dergelijke overwinning voor één partij is ongekend sinds de dagen van Slobodan Milosevic. De regering waartoe Vucic in 2012 toetrad als vicepremier, leek aanvankelijk een echo uit dat tijdperk. Milosevic’ oud-woordvoerder Ivica Dacic werd premier voor de Servische Socialistische Partij (SPS), gesticht door zijn voormalige baas. Vucic, geboren in Belgrado, was ooit een vooraanstaand lid van de Servische Radicale Partij van Vojislav Seselj, tegen wie nog steeds een proces loopt bij het Joegoslaviëtribunaal. Ondanks de lage verwachtingen ontdooide het duo de relaties met het in 2008 afgesplitste Kosovo en verwierf het een imago van pro-Europese hervormers. In januari was Dacic in Brussel voor de officiële aanvang van EU-toetredingsgesprekken.

Het zwaartepunt van het kabinet lag intussen bij ‘eerste vicepremier’ Vucic. Hij verklaarde de oorlog aan sjoemelende zakenmagnaten die zich onder meer verrijkt hadden bij de privatisering van staatsondernemingen. Afslanking en depolitisering van de topzware overheidssector werd zijn mantra. Vucic’ daadkracht wordt breed uitgemeten in de tabloids, vaak op pathetische wijze. Een journalist van het dagblad Blic zou gehoord hebben dat hij uit woede een deurklink brak toen goedbetaalde ambtenaren om een salarisverhoging vroegen. Dacic haalde recent vooral het nieuws vanwege geruchten over banden met de georganiseerde misdaad.

Vucic’ partij heeft nu alle belangrijke machtsposities in handen. Ook president Tomislav Nikolic en de gouverneur van de nationale bank behoren tot de SNS. Marko Blagojevic van opiniepeiler CeSID wijt die dominantie aan een verzwakte oppositie. „De voornaamste oppositiekracht, de Democratische Partij, is in twee delen uiteengevallen.”

Andjela Milivojevic van het Centrum voor Onderzoeksjournalistiek in Belgrado oppert een andere verklaring. „Er zijn weinig echt onafhankelijke media”, zegt zij. „Onlangs schreven wij over mediacensuur in een schandaal rond de dochter van de gouverneur van de nationale bank. Het verhaal werd door hackers van onze website gehaald.”

Milivojevic heeft bedenkingen bij de lof voor Vucic’ anti-corruptiecampagne. „De enige belangrijke figuur die gearresteerd werd is zakenman Miroslav Miskovic. Van de rest werd nog niemand aangeklaagd of veroordeeld.” Bovendien, zegt ze, zijn veel arrestanten verbonden aan de oppositie.

Ook over de economische successen van Vucic bestaat discussie. De voorgestelde hervormingen van de wetgeving rond arbeid, privatisering en faillissement bleven uit. Ivana Prica, econome aan de Universiteit van Belgrado: „Economisch gezien is de regering een ontgoocheling geweest. De beloofde hervormingen zijn niet doorgevoerd, enkel de belastingen verhoogd. Er waren veel goede ideeën. Maar geen ervan werd gerealiseerd.”

Een voorname hinderpaal

Drijvende kracht achter het hervormingsplan was minister van Economie Sasa Radulovic, een technocraat die Vucic zelf in de regering haalde. Hij nam onlangs afscheid met een brandbrief op de website van zijn ministerie waarin hij „het kabinet van de vicepremier de voornaamste hinderpaal voor alle hervormingen” noemde.

„We staan voor lastige hervormingen”, zei Vucic zondagavond. „Maar Servië heeft een toekomst waarin onze kinderen het beter zullen hebben.” Tijdens de campagne beloofde hij miljarden aan investeringen uit de Verenigde Arabische Emiraten. Daarmee wil hij onder meer de jeugdwerkloosheid van rond de 50 procent verlichten.

Servische jongeren keren hun land massaal de rug toe. De 27-jarige Boris Pjevcevic bleef. Hij heeft een diploma in ‘iets met IT en zaken’, maar werkt als kelner. Stemmen doet hij niet, zegt hij op een terras in Belgrado. Hij is niet de enige. Servië kent een ‘blanco stembiljetten’-beweging en een ‘geen van bovenstaanden’-partij. „Als ik toch stem, teken ik een rode ster (het embleem van voetbalclub Rode Ster Belgrado) op het stemformulier.” De afgelopen jaren werd gestreden om de mooiste tekening op een stembiljet.