We komen nu al handen tekort

De jeugdzorg staat in een kwaad daglicht, vindt Caroline Karssen. De dienst komt alleen in het nieuws als hij faalt.

Protest tegen de nieuwe jeugdwet begin dit jaar in Den Haag. Foto Phil Nijhuis

‘Hoe voorkomen we dat Ronaldo vandaag of morgen zijn moeder overhoop steekt en naar een gesloten jeugdzorginstelling moet?’ Het is al weer een poosje geleden dat een van onze gezinsvoogden deze vraag opwierp tijdens een wekelijks overleg. Tot nu toe hebben we zo’n drama weten te voorkomen, maar als het onverhoopt toch gebeurt, zie ik de krantenkoppen al voor me: Jeugdzorg faalde bij moedermoord.

Afgaande op de (sociale) media is het hopeloos gesteld met de jeugdzorg in Nederland: jeugdzorg faalde bij de dood van baby Talysa, ze faalde bij de dood van peuter Nouafel, ze faalde bij de vermoorde broertjes Rubin en Julian. Jeugdzorgwerkers halen kinderen te laat uit huis, of te vroeg, ze werken langs elkaar heen, laten zich inpakken door intimiderende ouders, beschermen een kind niet tegen misbruik en geweld. Wat in de berichtgeving vaak onderbelicht blijft, is waarom jeugdzorg besluit kinderen uit huis te halen, wat er aan dergelijke ingrijpende beslissingen vooraf is gegaan. Door die onvolledige berichtgeving ontstaat er een eenzijdig beeld over jeugdzorg, dat geen recht doet aan de kinderen en aan de mensen die – vaak met, soms zonder succes – kinderen proberen te beschermen tegen bedreigende opvoedsituaties.

Een kind wel/niet uit huis plaatsen

De onbekendheid over jeugdzorg begint al met het woord zelf. Jeugdzorg behelst alle vormen van hulp aan kinderen met problemen, van sociale vaardigheidstrainingen, dagbehandeling in een Medisch Kinderdagverblijf, pleegzorg, psychiatrische hulp tot langdurig verblijf in een leefgroep van een jeugdzorginstelling. Als jeugdzorg wordt beschuldigd van falen, wordt over het algemeen bedoeld de afdeling jeugdbescherming van Bureau Jeugdzorg. Daar werken de (gezins)voogden die ‘gedwongen’ hulp bieden. Zij begeleiden kinderen die door de kinderrechter onder toezicht van Bureau Jeugdzorg zijn gesteld en/of uit huis zijn geplaatst. Hun ouders willen geen hulp of zijn vanwege de vele andere problemen waarmee ze te kampen hebben niet in staat hun kinderen veilig te laten opgroeien. Het is mooi, maar ook vaak moeilijk werk.

De dertienjarige Ronaldo bijvoorbeeld staat al jaren onder toezicht van ons Bureau Jeugdzorg. Al vanaf zijn geboorte maakte hij mee dat zijn vader zijn moeder in elkaar sloeg. De kinderrechter had ons opdracht gegeven Ronaldo’s moeder te ondersteunen bij de opvoeding, en zijn vader, die elders woonde, bij de opvoeding te betrekken. Wat we ook probeerden, dat laatste was welhaast onmogelijk: Ronaldo was zelf doodsbang voor zijn zeer gewelddadige vader.

Wat is het beste voor Ronaldo?

Ondanks de opvoedingsondersteuning aan de moeder verergerden de gedragsproblemen van Ronaldo. We hebben hem daarvoor laten behandelen door een kinderpsychiater. Maar in de loop der jaren oordeelden die hulpverleners dat behandeling geen blijvend effect had zolang Ronaldo bij zijn moeder woonde. Zijn moeder had een traumatische jeugd gehad en kampte met psychiatrische problemen. Maar je plaatst een kind niet zomaar uit huis. Zeker als de ouders bereid zijn zich te laten helpen – zoals de moeder van Ronaldo – geeft de kinderrechter daar niet snel toestemming voor.

Wij zeiden tegen de moeder: „Ronaldo mag bij u wonen, mits u zich laat behandelen voor uw psychiatrische problemen.” Dat deed ze. Maar die behandeling verliep stroef. Haar behandelaar zei: „Ze is zo bang dat haar kind van haar wordt afgenomen, dat ze niet openstaat voor welke therapie dan ook.” Dus de behandelaar vroeg ons Ronaldo’s moeder gerust te stellen, zodat ze baat zou kunnen hebben bij de behandeling en sterker zou komen te staan in de opvoeding van Ronaldo. Twee instellingen met verschillende opvattingen die niet te combineren waren en een rechter die ons een wel heel moeilijke opdracht gaf. Wat was het beste voor Ronaldo?

Jeugdbeschermers van Bureau Jeugdzorg staan dagelijks voor dit soort ingewikkelde vraagstukken. De afweging wanneer er tegen de wil van de ouders ingegrepen moet worden is soms extreem moeilijk. Ik geef weleens lezingen over Bureau Jeugdzorg en dan leg ik casussen zoals die van Ronaldo voor aan het publiek met de vraag: wat zouden jullie doen? Vaak is het antwoord: uit huis plaatsen. Men is verbaasd als ik vertel dat we daarvoor moeilijk toestemming krijgen van de rechter. De rechter wil dat wij alles in het werk stellen om kinderen bij hun eigen ouders te laten opgroeien. En als dat op dat moment niet verantwoord is, moeten we proberen de ouders zo te ondersteunen dat de kinderen toch weer zo snel mogelijk naar huis kunnen. Dat is meestal het beste voor het kind en daar ben ik het ook mee eens. Maar soms worden er verkeerde keuzes gemaakt en soms is een drama door niemand te voorzien en te voorkomen, ook niet door jeugdzorg.

Kind is geen koffiezetautomaat

Maar het is jammer dat alleen die verkeerde keuzes of onvoorziene drama’s het publiek bereiken. Zolang er door de intensieve begeleiding en behandeling van Ronaldo en zijn moeder geen ongelukken gebeuren, blijft Ronaldo een van de dertigduizend anonieme kinderen die onder toezicht van de Bureaus Jeugdzorg staan. Doet Ronaldo zijn moeder wat aan, dan schrijft hij geschiedenis.

Omdat de privacy van cliënten beschermd moet worden, kan Bureau Jeugdzorg vaak niet precies vertellen wat het in specifieke gevallen gedaan heeft om drama’s te voorkomen. In het boek Mevrouw, mag ik bij u wonen hebben wij de dagelijkse praktijk van jeugdbeschermers en van hun cliënten beschreven. Een dergelijk inzicht is belangrijk, zeker nu het jeugdzorgstelsel op de schop gaat en gemeenten per 2015 jeugdzorgvoorzieningen moeten gaan inkopen.

Ik kan niet overzien welke gevolgen de transitie voor het werk van jeugdbeschermers heeft. Er is nog veel onduidelijk. Wordt ons werk minder bureaucratisch? Krijgen we met minder organisaties te maken?

Wat ik wel om me heen zie, is dat veel jeugdzorgwerkers hun baan verliezen. Terwijl jeugdbeschermers nu al handen tekortkomen om hun cliënten goed te helpen, wordt de werkdruk opgevoerd. Om het juiste antwoord te vinden op de vragen rondom een kind en gezin met problemen heb je tijd nodig, inzichten, voldoende mogelijkheden om hulp van anderen in te roepen die van een specifiek probleem meer weten dan jij. Er is geen standaardprocedure voor de hulp aan deze ouders en kinderen. Kinderen zijn geen koffiezetautomaten. Elk kind verlangt maatwerk. Ik hoop dan ook dat politiek, overheid en gemeenten de belangen van kinderen leidend laten zijn. En dat zij zich bij hun beslissingen baseren op een grondige kennis van de jeugdzorgpraktijk.

De naam Ronaldo is gefingeerd