Spreek dat racisme maar gewoon uit

Als Wilders wordt vervolgd voor zijn uitspraak over ‘minder Marokkanen’ gaat Zihni Özdil protesteren. Racisme los je niet op door mensen de mond te snoeren.

Geert Wilders wil in Den Haag „als het even kan wat minder Marokkanen”. De uitspraak zorgde voor de gebruikelijke reflex vanuit ‘links’. Meteen regende het verontwaardigde oproepen om de PVV-leider te vervolgen.

In meerdere opzichten toont deze reflex aan dat er nog veel werk te verrichten is. Het adagium dat aan Voltaire wordt toebedeeld – ‘ik vind hetgeen u zegt abject, maar ik zal mijn leven geven voor uw recht om datgene te mogen zeggen’ – is in het zogenaamd verlichte Nederland nog steeds niet ingeburgerd. ‘Links’ wil nog steeds gedachtepolitie spelen en Wilders wil boeken verbieden. Een pot nat wat mij betreft.

We snappen nog steeds niet dat Wilders niet het probleem is, maar een symptoom van het probleem. En dat probleem is institutioneel racisme. ‘Graag wat minder Marokkanen’ is wat de helft van Nederland weleens denkt of zegt aan de keukentafel. Zij die denken dat Wilders de bevolking impregneert met racistische ideeën die er niet waren tijdens het multiculturele paradijs zijn volslagen wereldvreemd.

In werkelijkheid was de multiculturele samenleving al mislukt voor zij begon. Bijvoorbeeld in 1972, toen er in de Rotterdamse Afrikaanderwijk een enorme racistische eruptie was tegen Turkse gastarbeiders. Ook in de jaren daarna bleef Nederland een racistisch land. Maar progressieve elites creëerden een multiculturele bubbel van waaruit ze gedachten probeerden op te leggen aan de rest van de bevolking. Tegelijkertijd gingen ze nationalistische en fundamentalistische franchises uit het land van mijn opa subsidiëren om ‘de integratie’ te bevorderen. Zo konden ze lekker ‘verschil vieren’ terwijl ze vanuit hun witte grachtengordelwereld toekeken op al die aparte wijken, organisaties en clubjes.

Onderwijl werd ik als kind vrijwel dagelijks uitgescholden voor ‘kutturk’ die naar zijn ‘eigen land’ moest. Ook anti-zwart racisme heeft altijd welig getierd in Nederland. Maar dankzij de multiculturele gedachtepolitie kon het Nederlandse racisme niet gearticuleerd worden op tv of in de politiek. Dus het bestond niet.

Ik ken genoeg wereldvreemde progressieve academici die in hun witte onderzoeksgroepjes met hun witte collega’s nog steeds lullen dat racisme een ‘Amerikaans concept’ zou zijn. Analytisch niet van toepassing op Nederland. Juist, alsof Nederland geen wezenlijk onderdeel is van de trans-Atlantische slavernij en de virulent racistische culturele productie die daarmee gepaard ging.

Racistische afleidingsretoriek

Mede door het multiculturele maaiveld is daadwerkelijk burgerschap in Nederland de kop in gedrukt. Wij tolereren ‘hun’ slechts als ze zich maar gedeisd houden en niet al te zichtbaar zijn.

Daarom is het zo makkelijk voor politici om racistische afleidingsretoriek te gebruiken. En Wilders is maar een amateur. De professionals vind je bij andere partijen. Zo was het Sabine Uitslag (CDA) die in 2010 de nieuwskop ‘Turken ontvangen thuiszorg in Turkije’ gebruikte om een grote bezuiniging op de AWBZ te verkopen. Niemand in Nederland, inclusief Turkse Nederlanders, die besefte dat die Turken gewoon Nederlanders zijn, net als Henk en Ingrid met hun thuiszorg aan de Costa Brava. Toen Jetta Klijnsma (PvdA) onlangs de bijstand versoberde door te wijzen op ‘onaangepaste kleding’ was de racistische boodschap duidelijk: ‘die verschrikkelijke boerka’s die teren op „onze” bijstand’. En velen slikten het voor zoete koek, want, nogmaals, we zien ‘allochtonen’ niet als volwaardige burgers. Ze heten niet voor niets ‘allochtonen’.

Ook in mijn stad Rotterdam is de PvdA altijd haantje de voorste bij het implementeren van racistisch beleid. Collectief straffen van gekleurde jongeren is – naast een vastgoedbubbel – de grootste verdienste van de Rotterdamse PvdA.

Het zijn dan ook vaak progressieve elites die in allerlei bochten schieten om mij maar geen Nederlander te noemen. Zij zijn degenen die ooit met de absurde term ‘allochtoon’ zijn gekomen. Minister Lodewijk Asscher had het onlangs, na lang aandringen, over ‘discriminatie tegen migranten’. Ik heb breaking news voor Asscher: mijn opa kwam een halve eeuw geleden naar Nederland. Surinaamse- en Antilliaanse Nederlanders waren twee eeuwen voor Limburg onderdeel van Nederland.

Mocht Wilders vervolgd worden voor zijn ‘minder Marokkanen’ uitspraak ga ik protesteren. Niet om zijn uitspraak te verdedigen, maar om zijn vrijheid om die uitspraak te kunnen doen te verdedigen. Institutioneel racisme los je niet op door mensen de mond te snoeren. Integendeel, pas wanneer het open en bloot op de keukentafel van Nederland ligt, kunnen we er wezenlijk over discussiëren en werken aan een bewustwordingsproces.

Ondertussen kunnen we ons afvragen waarom progressieve elites altijd zo’n kort lontje hebben als het gaat om racistische uitspraken, maar hun kop in het zand steken als het gaat om racistische daden. Zo pleit ik al jaren bij politici om hun ‘lik-op-stuk’ fetisj als het gaat om asielzoekers en bijstandsmoeders ook eens toe te passen op discriminerende werkgevers. Maar niemand wil eraan. Ook al is er sinds het onderzoek ‘Mag het ook een buitenlander wezen?’ (LBR, 1986) absoluut niets veranderd. In 2014 is er nog steeds een hardnekkige en structurele discriminatie op de arbeidsmarkt. En ik ben volgens beleidsdocumenten, wetenschappelijke rapporten, massamedia en politici nog steeds geen Nederlander, maar een ‘buitenlander’, ‘migrant’ of ‘allochtoon’.

    • Zihni Özdil