Regel is regel – ook als niemand het wil

Marco van Basten ergerde zich aan een „waardeloze” spelregel. Kan daar nu echt niets aan worden gedaan?

U weet het misschien niet, maar het voetbal wordt gegijzeld. De daders komen overwegend uit streken als Noord-Ierland en Wales en hebben zich verenigd in de International Football Association Board (IFAB). Kort gezegd bepalen zij, in samenspraak met wereldvoetbalbond FIFA, de spelregels. Als zij niet willen dat een bepaalde regel wordt veranderd, gebeurt het niet.

Indirect was de tirade die trainer Marco van Basten van sc Heerenveen gisteren in de camera hield, tijdens de uitwedstrijd bij Feyenoord, gericht aan het adres van de Welshe en Noord-Ierse heren. De voormalig wereldvoetballer van het jaar wond zich op over een regel waar vrijwel niemand van houdt. Als een doorgebroken speler in het strafschopgebied wordt neergehaald, volgt een driedubbele straf: penalty, rode kaart en schorsing. Twee weken geleden wees de IFAB nog een verzoek van de UEFA af om deze driedubbele straf te verlichten.

De arbiter van dienst, Pieter Vink, had heus begrip voor de woede-uitbarsting van Van Basten. Ook hij, zei hij na afloop van de wedstrijd, vindt het een „nare regel”. Maar ja. Hij heeft zich te houden aan de spelregels.

Het is Vink misschien niet aan te rekenen dat hij de regels volgt. Toch verdient zijn standpunt enige nuancering.

Ten eerste:iedere voetbalvolger weet dat uiteenlopende arbiters vergelijkbare situaties verschillend beoordelen. Wat voor de één een rode kaart is, is voor de ander niet eens een overtreding.

Kijk maar naar het aantal gele kaarten dat de diverse eredivisiescheidsrechters geven. Waar Tom van Sichem dit seizoen in veertien wedstrijden al 61 kaarten uitdeelde, gemiddeld 4,4 per wedstrijd, kon Eric Braamhaar het af met 34 prenten in zeventien wedstrijden – een gemiddelde van twee. Het kan natuurlijk zijn dat Van Sichem gemiddeld veel hardere duels toegewezen krijgt dan Braamhaar. Waarschijnlijker is dat Van Sichem soortgelijke situaties strenger beoordeelt dan zijn collega.

Of neem de Engelsman Howard Webb. Geen ongerespecteerde leidsman, getuige zijn optreden in de WK-finale van 2010. Met Webb is evenwel iets merkwaardigs aan de hand: hij geeft vrijwel geen penalty’s meer. Zo viel heel Engeland dit seizoen over hem heen toen hij een duidelijke overtreding op de Uruguayaanse Liverpool-aanvaller Luis Suárez negeerde. Webbs eigengereidheid wordt niet bestraft door de boven hem geplaatsten: zo is hij gewoon weer aangewezen als de Engelse afvaardiging naar het WK in Brazilië.

Ten tweede: wat is ‘doorgebroken’? Als een spits alleen op de keeper afloopt – geen verdediger te bekennen – en de keeper haalt hem neer, dan wordt er duidelijk een scoringskans ontnomen.

Maar was dat gisteren ook zo bij Feyenoord-Heerenveen? Nee. De dader, Heerenveen-verdediger Christian Kum, stapte onhandig op de hakken van rechtsbuiten Ruben Schaken van Feyenoord. Toen deze neerging, was er onmiddellijk een ploeggenoot van Kum paraat om de bal weg te werken. Als Vink slechts geel had gegeven, was dat uitstekend te verdedigen geweest.

Ten derde: het is niet ongebruikelijk dat wetten en regels worden genegeerd. Zo was het verbod op godslastering al decennia een dode letter voordat het eind vorig jaar werd afgeschaft. Als vrijwel niemand het met een regel eens is, moet het mogelijk zijn om door massale ongehoorzaamheid een verandering af te dwingen. Laat de iconische oud-arbiter Pierluigi Collina ermee beginnen. De rest zal volgen.

Maar voor een individuele scheidsrechter als Vink ligt dat niet zo eenvoudig, zegt oud-scheidsrechter Dick Jol desgevraagd. „Als hij de regel zou negeren, krijgt hij problemen met scheidsrechtersbaas Dick van Egmond. Dan wordt hij wellicht één of twee wedstrijden niet aangewezen voor een duel, wat hem een maandsalaris kost.”

Je kunt als scheidsrechter een eigen interpretatie van de regels geven – als je dat maar kunt verdedigen, zegt Jol. „Soms kun je wel zeggen: ik beoordeel de overtreding als minder ernstig, dus geef ik geel. Overigens vond ik in dit geval de rode kaart terecht, vanwege het ontnemen van een scoringskans. Ik bedoel: Schaken stond vijf meter van het doel, kom op.”

Als Vink het toch anders zou doen, zou hij volgens oud-arbiter Roelof Luinge een „slecht voorbeeld” zijn voor zijn jonge collega’s. „Ik vind de regel ook vervelend, maar zolang hij bestaat, kun je niet anders. Soms kun je weleens in de geest van de wedstrijd fluiten, bijvoorbeeld door wat milder te zijn voor de ploeg die achterstaat. Maar bij een duidelijke overtreding moet je fluiten, al staat het 6-0.”

Massaal verzet onder leiding van iemand als Collina ligt volgens Jol niet voor de hand. „Daar gaat hij zijn vingers niet aan branden. Ook hij krijgt daar problemen mee. De FIFA is machtig.”