Onverzettelijke Brian O’Driscoll zet kroon op imposante loopbaan

De beste Ierse rugbyer nam dit weekeinde afscheid met een uitzege tegen Frankrijk. Die overwinning zorgde eveneens voor de eindzege in het belangrijkste rugbytoernooi van Europa.

Brian O’Driscoll wordt door de FransmanDimitri Szarzewski getackled. De Ieren wonnen op de laatste dag van de Six Nations met 22-20 in Parijs. Foto AP

Saint-Denis, bij Parijs, een sprookjesmiddag in maart. Natuurlijk zingen ze The Soldiers’ Song, het Ierse volkslied, uit volle borst mee. Natuurlijk strijden ze vol overgave – zoals Ierse rugbyers altijd doen. Maar winnen doet de green machine zelden, in elk geval niet in het ontzagwekkende Stade de France, en zeker niet tegen Les Bleus. Tot die ene middag een pas 21-jarige speler de immense druk trotseert en met een hattrick het Franse publiek stil krijgt. Brian O’Driscoll is de naam. Op 19 maart 2000 breekt voor Ierland een nieuw rugbytijdperk aan als Frankrijk voor het eerst sinds 1972 in Parijs wordt verslagen, al is het verschil klein: 25-27.

Afgelopen zaterdag, nagenoeg veertien jaar later, kwam het op passende wijze ten einde: in hetzelfde stadion leidde Brian O’Driscoll, 35 jaar oud inmiddels, Ierland na een bloedstollend slot naar de tweede Parijse zege in 42 jaar. Opnieuw bedroeg het verschil twee punten (20-22). Geen hattrick voor O’Driscoll deze keer, maar met de eindoverwinning in het jaarlijkse Zeslandentoernooi zette de veteraan wel een welverdiende kroon op een fenomenale loopbaan. Het was pas de tweede Ierse titel in het belangrijkste rugbytoernooi van het noordelijk halfrond sinds 1985.

Genoeg reden voor feest en emoties, ook al laten rugbyers zich op dat vlak zelden gaan. Maar de icoon van het Ierse rugby was na afloop van zijn droomafscheid zo overdonderd dat hij tijdens een televisie-interview zijn betraande gezicht in zijn handen verborg.

Een week eerder had hij in Dublin met een zege op Italië al emotioneel vaarwel gezegd tegen zijn Ierse fans, in Parijs stapte O’Driscoll voor het laatst als international van het veld. Opnieuw als man of the match, maar nu met een beker. „Ik ben zo blij dat ik het zo kan afsluiten”, zei hij uiteindelijk voor de BBC. „Het is geweldig om met een hoogtepunt te stoppen, mijn laatste wedstrijd in dit schitterende shirt.”

De erfenis die het groene shirt met het nummer 13 nalaat in de Ierse sportwereld is enorm. BOD: de initialen van Brian O’Driscoll werden in de rugbywereld een gevleugeld begrip. Sinds die heroïsche eerste Ierse zege in het Stade de France lopen talloze Ierse rugbyfans rond in t-shirts met de tekst: In BOD We Trust.

Ze hebben er alle reden toe. Het zijn niet alleen de cijfers die O’Driscoll tot de grootste Ierse rugbyer aller tijden maakten, al zijn de 141 interlands die hij speelde een record in de sport. Hij droeg sinds 1999 liefst 133 keer vol trots het groen van Ierland, waarvan 83 keer als captain. Daarnaast kwam hij acht keer uit voor de Lions, de prestigieuze invitatieclub voor rugbyers uit Groot-Brittannië en Ierland.

Rugbynatie Ierland was diep weg gezakt toen O’Driscoll aan het eind van de jaren negentig op het toneel verscheen. Typerend voor de enorme behoefte aan vernieuwing was dat het in Dublin geboren talent – ooit begonnen in het gaelic football – eerder voor de Shamrocks uitkwam, de nationale rugbyploeg, dan voor zijn profclub Leinster.

Onder dat gesternte was die heroïsche zege op Frankrijk, veertien jaar geleden, een mirakel. In het Stade de France ontstond het geloof dat Ierland de grote rugbylanden kon verslaan. „Je zag een enorme verandering in het Ierse rugby”, zei oud-international en O’Driscolls voormalige ploeggenoot Shane Horgan vorige week in de Britse krant The Guardian. „Brian was het boegbeeld.”

Lansdowne Road in Dublin, het kloppend hart van het Ierse rugby, kwam opnieuw tot leven. Ze gingen er bijna allemaal een keer aan, onder de bezielende leiding van O’Driscoll: Engeland, Australië, Zuid-Afrika, Wales, Frankrijk. In 2009 vierde Ierland een week lang feest na de eerste zege in het Zeslandentoernooi sinds 24 jaar, een grandslam met vijf overwinningen. Het enige rugbyland dat ‘BOD’ en zijn generatie nooit op de knieën kreeg was Nieuw-Zeeland, de machtige ploeg van de All Blacks.

De betekenis van O’Driscoll valt nauwelijks te overschatten, al was hij, zeker de laatste jaren, geen briljante individualist. „O’Driscoll gaf Ierland een onverzettelijkheid die het niet had”, zegt de Nederlandse oud-international Yves Kummer. „Het is meer dan alleen maar goed rugbyen.”

Hij prijst O’Driscoll vooral als een moedige rugbyer die zijn veertien collega’s op sleeptouw nam, waar ook ter wereld. „Onderschat dat niet. Bijvoorbeeld in de kleedkamer als je achter staat, zoals afgelopen zaterdag in de rust tegen Frankrijk.”

Kummer noemt hem de ultieme teamspeler. „Hij creëerde ruimte voor anderen, de rest ging beter spelen. Rugby blijft een collectieve sport. Je kunt niet, zoals Messi bij Barcelona, in je eentje kampioen worden. O’Driscoll zorgde ervoor dat het systeem werkte. En dat vijftien jaar lang, dat zie je niet zo veel meer.”

Niet alleen om zijn onverschrokken spel was O’Driscoll geliefd in Ierland, ook om zijn bescheidenheid en zijn loyaliteit. In zijn lange loopbaan kreeg hij verschillende keren de kans een financiële klapper te maken bij één van de rijke Europese topclubs, maar ondanks alle verlokkingen bleef hij de provincieclub Leinster altijd trouw.

Het Ierse clubrugby maakte mede dankzij O’Driscoll een bloeiperiode door, de amateurs ontwikkelden zich tot profs. Zaten eind jaren negentig een paar honderd supporters op de tribunes bij een Iers competitieduel – voornamelijk familie en vrienden – tegenwoordig zijn dat er ruim 40.000.

Zaterdagavond vierde Ierland nog één keer feest met BOD, die na de wedstrijd moeite had zijn groene shirt voor het laatst uit te trekken. „Ik probeer het zo lang mogelijk uit te stellen”, zei hij tegen journalisten.

Vandaag is het St. Patrick’s Day, Ierland zal opnieuw groen kleuren. En in de Ierse pubs zullen ze hun favoriete zoon nog één keer extra gedenken.