Neanderthaler at evenveel groente als Homo sapiens

Neanderthalers aten niet alleen grootwild. Onder hen waren ook gespecialiseerde plantenverzamelaars.

Neanderthalers aten in de prehistorie net zo veel planten als moderne mensen (Homo sapiens). Dat blijkt uit een uitgebreide analyse van 209 monsters uit de periode 130.000 tot 10.000 jaar geleden: microscopische kleine zetmeel- en plantenresten in fossiele tandsteen en op prehistorische werktuigen. Ook Neanderthalers aten graszaden, waterlelieknollen, dadels, peulvruchten en andere planten, concluderen drie Amerikaanse antropologen in het Journal of Human Evolution. Op plekken waar zowel Neanderthalers als moderne mensen leefden was er geen verschil in plantgebruik. Er zijn bij de Neanderthalers ook duidelijke sporen van koken en andere bewerkingen van plantaardig voedsel gevonden.

Tot voor kort heerste onder wetenschappers de opvatting dat Neanderthalers eerst en vooral op groot wild joegen en vrijwel alleen vlees aten. Die eenzijdigheid zou ook hebben bijgedragen aan het uitsterven van deze nauw aan moderne mensen verwante mensensoort, ca. 30.000 jaar geleden. Op het hoogtepunt van de laatste IJstijd zou de concurrentie van de veel flexibeler etende moderne mensen hun fataal zijn geworden.

De laatste jaren werd steeds meer aan deze stereotiepe Neanderthal-voeding getwijfeld, vooral door nieuwe analysetechnieken waarmee beter plantenresten konden worden aangetoond, ook op Neanderthal-vindplaatsen. En de archeoloog Bryan Hockett betoogde in 2012 zelfs dat zwangere Neanderthal-vrouwen nooit zouden kunnen overleven op zo’n eenzijdig vleesdieet. Ook is er steeds meer kritiek op de isotoopanalyses van oud botmateriaal die bij Neanderthalers op veel-vleeseten zouden wijzen.

Het nieuwe overzicht van alle beschikbare analyses van plantenresten stoot het beeld van de Neanderthaler als loutervleeseter definitief om. Dus heeft er ook een arbeidsverdeling bij Neanderthalers bestaan. „De rijkdom van het plantendieet op veel van de Neanderthal-vindplaatsen lijkt er duidelijk te wijzen op structurele specialisatie: een deel van de Neanderthal-samenleving verzamelde regelmatig plantaardig voedsel. Dat hoeven niet de vrouwen zijn geweest, het kunnen ook oudere of andere Neanderthalers zijn geweest”, schrijven de antropologen, onder wie de bekende Alison Brooks.

Gejuich

De Nederlandse archeoloog en Neanderthal-kenner Wil Roebroeks (Universiteit Leiden) juicht de conclusies toe. De vooruitgang in kennis is vooral te danken aan de nieuwe analysetechnieken voor microscopisch kleine plantenresten op oude werktuigen en fossiel tandsteen. Roebroeks: „Die focus op vlees en grote zoogdieren was begrijpelijk. Botten van grote zoogdieren fossiliseren nu eenmaal beter dan plantenresten. En als dan ook nog snijsporen op die botten te zien zijn, is het duidelijk dat er mensen aan het werk waren. Veel makkelijker dan bij bijvoorbeeld de verkoolde hazelnootschalen en sleedoornpitten die wij een paar jaar geleden in een typische Neanderthalplek opgegraven hebben. In die 120.000 jaar oude meeroever-site bij Halle vonden we de pitten te midden van tienduizenden botfragmenten die waren bezaaid met snijsporen.”