Navy Seals enteren tanker die olie uit Libië stal

Amerikaanse elite-eenheden hebben gisteravond de controle overgenomen over een olietanker met Noord-Koreaanse vlag voor de kust van Cyprus. Dat heeft het Amerikaanse ministerie van Defensie gezegd. Het schip lag vorige week voor anker bij een Libische havenstad, waar illegaal 234.000 vaten olie aan boord werden gepompt. Premier Zeidan kon de oliediefstal niet voorkomen en werd vervolgens door het parlement naar huis gestuurd.

Premier Zeidan zei het leger en de marine op het schip te hebben afgestuurd, maar dit kon niet voorkomen dat de tanker wist te ontsnappen. Dit bracht de regering in grote verlegenheid. Daarop besloot ze samen met de regering van Cyprus aan de Amerikaanse regering te vragen het schip te enteren. De actie van de Navy Seals is uitgevoerd in de internationale wateren ten zuidoosten van Cyprus, aldus een woordvoerder van het Pentagon.

„De Morning Glory vervoert een vracht olie die eigendom is van de Nationale Oliemaatschappij van de Libische regering. Het schip en de vracht waren illegaal verkregen van de Libische oliehaven As-Sidra”, aldus de verklaring van het Pentagon. Het schip vaart nu richting het westen van de Middellandse Zee met een Amerikaanse escorte, aldus het Cypriotische ministerie van Buitenlandse Zaken.

De belangrijkste olieterminals in het oosten van Libië worden sinds vorige zomer bezet door milities van de zogeheten federalistische beweging. Deze groep eist meer autonomie voor het oosten. Deze blokkade kost de regering naar verluid 130 miljoen dollar per dag, waardoor ze leden van de milities op haar loonlijst niet meer kan betalen.

De strijd om de controle over de oliehavens in het oosten, waar zich 80 procent van de Libische olie bevindt, toont de zwakte van de Libische regering drie jaar na de val van Gaddafi. De regering worstelt met de vele milities die na de opstand tegen Gaddafi hun wapens niet willen inleveren.

Veel leden van milities – naar schatting zo’n 200.000 – staan sindsdien op de loonlijst van de overheid. Aanvankelijk had de regering hen nodig om de openbare orde te bewaken. Maar later gaf de regering geld aan iedereen die erom vroeg – dat was makkelijker dan banen creëren. Dankzij de olie kon Libië zich dat ook permitteren. Maar door de blokkade drogen de olie-inkomsten op. (Reuters)