Column

Liever thuis!

Links: Ontwerp voor het Second Livestock-kippenhok met cilinders.Rechts: De virtuele wereld waarin Second Livestockkippen leven.

De juffrouw van de vestiaire stond eenzaam voor enkele schamele rijtjes jassen. Misschien hadden ze de beurs, afgelopen weekend in de RAI Amsterdam, beter niet ‘Liever thuis!’ kunnen noemen. De doelgroep – de senioren van Nederland die zelfstandig willen blijven wonen – had de daad bij het woord gevoegd en was in groten getale lekker thuisgebleven.

Binnen drentelden hooguit enkele tientallen bejaarden rond. Ik probeerde me met mijn vrouw zo onopvallend mogelijk tussen hen te voegen, maar dat was niet gemakkelijk. Hoe stiller het op een beurs is, hoe gretiger je besprongen wordt door radeloze standhouders.

Bovendien begonnen we met een valse start omdat mijn vrouw zich liet inpalmen door een standhouder, die beweerde dat hij een uniek soort dekbedovertrek had uitgevonden. Hij raakte bij haar een gevoelige huishoudzenuw. Het verwisselen van de dekbedovertrek beschouwt ze als een van de vervelendste terugkerende plichten. Soms roept ze mij te hulp, meestal tevergeefs, want voor mij is dat gewissel een pantomime waar ik niets van begrijp. Ik weet al bij voorbaat hoe het eindigt, namelijk met haar uitroep: „Ik kan het beter alleen doen.”

De standhouder toonde trots zijn geniale oplossing: een dekbedovertrek die aan drie zijden met een rits kon worden opengetrokken. Je legt je dekbed erin, ritst het zaakje dicht en kunt verdergaan met het genieten van je (oude) dag. „Ideaal voor senioren met spierklachten en gewrichtsproblemen”, zei de verkoper. Ik vat nu zijn tien minuten durend exposé onverantwoord kort samen. De zakelijke afwikkeling liet ik aan mijn vrouw over, want ik zag dat de andere standhouders al ongeduldig mijn kant opkeken. Ik kwam toch ook nog wel even bij hen langs?

Vooral de verkoper die gedoemd was drie beursdagen achter elkaar roerloos naast een lege wc-pot te staan, kon ik niet teleurstellen. Hij keek me dankbaar aan. Het bleek dat hij me niet de wc-pot, maar de erop bevestigde toiletzitting wilde verkopen. ,,Mét onderdouche’’, zei hij er voldaan bij. „Na gedane behoefte kunt u kiezen voor anale of vaginale spoeling. En er is een gebruiksvriendelijke afstandsbediening die u helpt als u uzelf reinigt.”

Hij wees naar de spoeling. ,,Weet u dat ze in Japan nóóit papier gebruiken? Daar vinden ze ons maar viezeriken.” „Hoe droog je je af?” vroeg ik ongemakkelijk. „Er is een föhn ingebouwd”, antwoordde hij „maar u kunt ook altijd deppen met doekjes.”

Gerustgesteld stortte ik me in de armen van een naburige standhouder, een vriendelijk meisje, dat er rekening mee hield dat ik al aan het dementeren was. Ze demonstreerde me ‘een medicijncarrousel’, een doos ‘met vier tot 28 alarmtijden per dag’. Als je toe was aan je medicijn, begon de doos te piepen. „Zeer geschikt voor mensen met Parkinson en geheugenverlies”, zei ze.

„Ik zal het onthouden”, zei ik, en struikelde toen bijna over een mevrouw die me elke dag thuis ‘vriesverse maaltijden’ voor zes euro per stuk wilde bezorgen. „Ook glutenvrij en vegetarisch”, riep ze.

Toen doemde er een man voor me op die me somber, maar met mededogen toesprak. „Wilt u een herinneringsboom?” vroeg hij. „Wij kweken een jonge boom uit uw as of de as van dierbaren en planten hem op een plek naar uw keuze.”

Ik wenkte mijn vrouw. Ze stond nog te beraadslagen met de dekbedovertrekker.

„We moeten gaan”, riep ik, „voor het te laat is.”

Frits Abrahams