Kleine kans, maar turners geloven erin

Nederland gaat een poging doen om zich als team te kwalificeren voor Olympische Spelen in Rio de Janeiro

Positiever dan Mitch Fenner komt je zelden trainers tegen. De Britse bondscoach van de turners heeft een plan. Een ambitieus plan. Hij wil over tweeënhalf jaar met een Nederlands team naar de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Is Fenner overmand door overmoed? Nederland is zelfs nog nooit in de buurt van de kwalificatie-eis voor de landenwedstrijd gekomen. En dan zegt een 67-jarige Brit al na een kortstondige kennismaking met de Nederlandse turncultuur dat het onhaalbare haalbaar is.

Wat je ook van Fenner vindt en hoe je ook over zijn ambities denkt, één ding moet je hem nageven: hij heeft in korte tijd een sfeer van olympisch optimisme gecreëerd. De bondscoach heeft alle turners en hun coaches meegekregen. Of het nu Epke Zonderland, Yuri van Gelder of Jeffrey Wammes is, allen geloven in de haalbaarheid van een team op de Spelen. En allen maken hun persoonlijke belangen ondergeschikt aan het ploegbelang.

Een kwestie van onbegrensd denken, want de feiten spreken nadrukkelijk tegen Nederland. Een plaats bij de beste twintig in de landenwedstrijd op een WK is normaal gesproken niet of bij hoge uitzondering voor Nederland weggelegd, simpelweg vanwege het ontbreken van minimaal zes hooggeschoolde turners. Maar die tijd is voorbij, heeft Fenner vastgesteld. Hij ziet achter de Grote Drie genoeg talent dat internationaal kan aanhaken.

Voor een plaats op de Olympische Spelen moet Nederland op de WK van 2015 in Glasgow tot de beste acht (!) landen behoren om zich rechtstreeks voor ‘Rio’ te plaatsen. Er is een achterdeur als Nederland in Glasgow één van de plaatsen negen tot en met zestien inneemt, want die acht landen strijden in een afzonderlijk toernooi om de resterende vier olympische plaatsen. Er worden twaalf landen met een team tot de Spelen toegelaten.

Nadat Fenner alle geesten had bewerkt volgde fase twee van zijn plan: de uitvoering. Vanaf januari komt een dertiental turners maandelijks bijeen voor een trainingskamp. Om individueel het niveau op te krikken, maar vooral om teamgeest te kweken. Fenner wil geen animositeit, geen afgunst en al helemaal geen rechtszaken om olympische tickets. De rivaliteit moet binnenkamers blijven, beperkt blijven tot de sportvloer. In de sporthal moet de turners uitmaken wie er in Rio deel gaan uitmaken van het team.

Als een spiritueel leider met charisma heeft Fenner de onvoorwaardelijke steun van zijn volgelingen gekregen. Welke turner je ook spreekt, zonder uitzondering zijn ze enthousiast over de man persoonlijk, zijn ambitie en zijn aanpak. Luister naar Zonderland, olympisch kampioen op rek: „Hoe klein de kans ook is, wij geloven dat de Olympische Spelen als team haalbaar zijn. Ik vind het fantastisch om erbij te horen.” Of de jonge, talentvolle Casimir Schmidt: „Fenner is heel speciaal. Hij komt in alles zo geloofwaardig over, dat ik niet twijfel aan de uitkomst van zijn plan.”

Fenner heeft een scherp oog voor kwaliteit, bleek gisteren bij de eerste van de twee kwalificatiewedstrijden voor de EK in Sofia, eind mei het eerste meetpunt voor de vordering van het team. Op het nationale turncentrum in Beekbergen waren vooral Zonderland (rek) en van Gelder (ringen) van hoog niveau – Wammes turnde een ongelukkig meerkamp – maar presenteerden zich drie jonge honden die barsten van het talent. Van Bart Deurloo is al geruime tijd bekend dat hij een geboren meerkamper is, maar dat onderstreepten ook nog eens Casimir Schmidt en Michel Bletterman met zes stabiele oefeningen en een hoogwaardig puntentotaal.

Fenner was aangenaam verrast over het hoge niveau. Hij prees vooral de jonge turners die de oude garde dicht op de huid zitten. „Die jongens moeten over hun schouder blijven kijken, anders worden ze ingehaald”, zei hij met gevoel voor pathetiek.

Over Wammes maakt de bondscoach zich geen zorgen – „die traint goed en komt er aan, reken maar.” Evenmin heeft Fenner in aanloop naar de EK problemen met Wammes’ deelname aan het tv-programma Sterren Springen, waarbij bekende Nederlanders als Marijke Helwegen en Koen Verweij vanaf een springtoren in het water moeten duiken. Fenner: „Zowel Jeffrey als zijn trainer Bram van Bokhoven heeft mij verzekerd, dat de voorbereiding op de EK niet wordt verstoord. Bovendien schijnen de sprongen, zeker voor Wammes, heel gemakkelijk te zijn.” De keus van de turner voor een dergelijk uitstapje lijkt vooral te zijn ingegeven door geld. Wammes is vorig jaar zijn stipendium kwijtgeraakt en kan financiële ondersteuning goed gebruiken.

Aan dergelijke uitstapjes wagen de andere routiniers Zonderland en Van Gelder zich niet. Integendeel, nu zij prioriteit geven aan het teambelang moet de twee specialisten zich ook op ander toestellen bekwamen. Voorwaarde in een landenwedstrijd is dat een turner op minstens drie onderdelen inzetbaar is. Van Gelder kiest naast de ringen voor sprong en vloer. Zonderland voegt aan rek en brug voltige en vloer toe.

De contouren van de ploeg voor de EK werden gisteren wel duidelijk. Naast Zonderland, Van Gelder en Wammes lijken Deurloo, Schmidt en Bletterman het team aan te vullen. Of dat werkelijk zo is zal blijken op 12 april als de tweede selectiewedstrijd wordt gehouden. Binnen 48 uur maakt Fenner dan zijn team voor de EK definitief bekend.