In het theater valt alles op zijn plek bij Wende Snijders

Net als bij cd No.9 (2009) laat Wende Snijders haar cd Last Resistance in één jaar op allerlei manieren horen: in kleine zaaltjes met ‘naked sessions’, een tournee langs popzalen en dan nu, in de theaters. Die popoptredens waren goed, maar hadden iets krampachtigs. Haar theatrale conceptpop, veelal een in Berlijn gesmede electro-industrial sound, wist toen eigenlijk niet genoeg te landen bij het staande publiek en de open bar.

‘Gewone’ popmuziek maken – dat kán Wende met haar theaterhart eigenlijk ook helemaal niet. De zangeres zoekt nadrukkelijk conflict op in haar liedjes, die ze vertolkt met een messcherpe, soms ijlhoge indringende stem. En ze wil verbeelden – met intense mimiek en ongeremde sensuele dans.

In het theater valt alles op zijn plek, zo bleek bij de première. De show was behoorlijk aangescherpt; de impact veel groter. Met haar lenige driemansband, decors en licht creëerde ze, ongehinderd door concertwetten en losjes flirtend met de massa, telkens een fraai podiumbeeld. Tot aan de achterwand toe gebruikte ze de hele vloer om tekst op eigenzinnige wijze over de noten te jagen. Van de harde, wit uitgelichte opening Ask The Tree, waarin Wende strak poseerde in een zwarte jas, tot de opvallende ingetogenheid in Nude. Opgewonden krachtig was ze in Dragons Tongue, in een streep van licht. Fraai waren de filmbeelden op het transparant gordijn waarachter de zangeres aan de vleugel zat. Dubbelgelaagd, dat is nu precies Wende.