Opinie

    • Menno Tamminga

Hoe centrale bank de loonmatiging afschaft

Met Alexander Rinnooy Kan, president-commissaris van De Nederlandsche Bank. Mag ik de minister van u? - Dijsselbloem. - Jeroen, goeiemiddag... Hier Alexander. President Klaas Knot zit naast me. Hij luistert op de speaker. Je had ons gebeld, begrijp ik...

- Correct. Ik wil nog terugkomen op de aandeelhoudersvergadering van woensdag. Dat is bij De Nederlandsche Bank natuurlijk een toneelstukje, met mij als eigenaar van alle aandelen namens de Staat der Nederlanden en jullie als commissarissen en directie. Alles staat van tevoren vast, ik heb het dividend al geboekt als bijdrage aan een lager begrotingstekort. Maar het moet wél een tonéelstukje blijven.

- Hoe bedoel je?

- Ik vind dat jullie echt te ver zijn gegaan met dat geklaag over de hoogte van de salarissen van de directie en de rest van DNB. Tuurlijk, het is wel slikken dat De Nederlandsche Bank nu ook onder de wet normering topinkomens valt. De salarissen van nieuwe directeuren zijn al verlaagd. Meer dreigt. Ik begrijp nu, Klaas, waarom je niet meer zo gelooft in loonmatiging... Grapje. Maar serieus, de gouden tijden van centrale bankpresidenten zijn voorbij. Ik ben maar een simpele landbouweconoom uit Wageningen, maar zo bijzonder zijn de kennis en vaardigheden van een bankpresident ook weer niet. Lees de transcripties van je Amerikaanse collegae in 2008 tijdens de kredietcrisis er maar op na. De samenleving wil soberheid, ook aan het Frederiksplein.

- Maar...

- Ik pak het DNB-jaarverslag ’r even bij. De raad van commissarissen, lees ik, heeft „in de richting van de aandeelhouder zijn zorgen geuit over het niveau van de (toekomstige) bezoldiging in relatie tot de vereiste kwaliteit van medewerkers en de onafhankelijkheid van DNB”.

- Maar...

- Ik heb jullie verdorie nog gematst in die wet. DNB en de Autoriteit Financiële Markten hebben een uitzonderingspositie. De beloningen daar mogen hoger zijn dan de wettelijke norm van 228.599 euro. Klaas, alleen al jouw salaris was 324.402 euro, als ik het goed heb. Een divisiedirecteur bij jullie zit op een salaris van 180.000 euro. Da’s meer dan Janet Yellen van de Amerikaanse centrale bank. Da’s meer dan ik. Klaagt zij? Nee. Klaag ik? Nee.

- Ja maar we moeten toch een ordelijke beloningshiërarchie hebben, zodat bekwame medewerkers in salaris kunnen doorgroeien. Wij zijn toch een zelfstandige NV.

- I feel your pain, Alexander, maar ik moet als minister op mijn departement ook een ordentelijk beloningsbeleid voeren. Wat mij mateloos irriteert is dat juist De Nederlandsche Bank, die andere banken moet aanspreken op hun bedrijfscultuur, op hun salarissen, op hun bonussen, op hun financiële prikkels, dat die toezichthouder dezelfde reflexen laat zien als gewone banken. Dat men niet kan matigen, want meneer X heeft specialistische vaardigheden en verdient dus een topbeloning, anders gaat ’ie weg. En mevrouw Y is een vakvrouw en haar specialisme is schaars. Moet dus ook meer geld verdienen.

- Maar...

- Een politieagent die mensen op straat aanspreekt op hun gedrag moet zelf het goede voorbeeld geven. Jullie, dus.

- Wij van DNB vonden dat wij in ons jaarverslag een signaal moesten afgeven. Ook naar onze eigen mensen toe, dat we voor hen opkomen. We wilden dit beladen onderwerp over de bühne brengen. Ingetogen, maar helder.

- Hmm. Signaal afgeven. Bühne bespelen. Hoe klinkt dat? Ik zal het jullie zeggen. Als een politicus. En jullie hebben gelezen wat dit kabinet doet met salarissen van politieke topfunctionarissen? Verder omlaag. Het salaris van een minister, míjn salaris, wordt de nieuwe norm. Om mijn partijvoorzitter te parafraseren: loonmatiging is een feest.

    • Menno Tamminga