Eindelijk zijn ze de beste van de wereld

Met het behalen van de wereldtitel heeft het Nederlandse team het trauma van de Zwarte Zee weggeschaatst.

Daan Breeuwsma, Freek van der Wart, Niels Kerstholt en Sjinkie Knegt (vanaf links) vieren hun gouden medaille. Foto USA TODAY Sports

Er vloeiden tranen, er klonken onsamenhangende oerkreten, vuisten werden gebald. Uren na de race pompte de adrenaline nog rond. Freek van der Wart, Niels Kerstholt, Sjinkie Knegt en Daan Breeuwsma nog nauwelijks bevatten dat ze eindelijk de beste waren.

Een kleine maand na de grootste deceptie van hun leven, die olympische finale in Sotsji, wonnen de Nederlandse mannen de wereldtitel op de aflossing in Montreal. De laatste keer dat een Nederlands kwartet dat was gelukt op het koningsnummer van het shorttrack was in 1990 in Amsterdam, met de huidige bondscoach Jeroen Otter op het ijs.

De verbijstering over de valpartij van Van der Wart in Sotsji, al in de eerste bocht, de woede over de arbitrale beslissing om de olympische finale niet opnieuw te laten starten – gisteravond in Montreal werd het trauma van de Zwarte Zee weg geschaatst. Knegt, de acrobaat op schaatsen die eerder in Montreal al zilver had behaald op de 1.000 meter, ging in de zinderende finale als vierde de laatste bocht in, maar schoof met zijn fenomenale instinct toch als eerste zijn schaats over de finish. Hoe precies, dat kon niemand verklaren. Hij stond er gewoon.

Van een revanche op Sotsji wilde niemand horen na de spectaculaire zege in de Aréna Maurice Richard. „Dit was gewoon een nieuwe wedstrijd, nieuwe kansen”, zei Van der Wart na afloop telefonisch vanuit zijn hotel. Natuurlijk had de dreun van Sotsji hem tot in het diepst van zijn ziel geraakt, hij zal zich die valpartij de rest van zijn leven herinneren. „Ik heb na Sotsji vrij weinig zin gehad om te trainen”, erkende hij. „De tijd heelt alle wonden, maar Sotsji ligt nog heel gevoelig. Wat wij wilden laten zien in de olympische finale kwam er niet uit. Nu wel. Echt geweldig, het laatste kunststukje van ons vieren.”

Want één ding staat vast: nestor Niels Kerstholt (30) zal er, na een loopbaan van vijftien jaar als shorttracker, de volgende keer niet meer bij zijn. „We hebben ons gevoel de laatste weken een beetje uitgeschakeld, we moesten verder, we moesten de teleurstelling van de Spelen loslaten”, zei Kersholt. „Nu heerst nog een beetje ongeloof, maar langzaam breekt een lach door.”

Ze hadden vaker finales gehaald de afgelopen jaren. Ze konden zich meten met de Koreanen, de Russen, de Canadezen. „We hebben vaker tot in de laatste ronde kansen gehad”, zei Kerstholt. „Maar dit is shorttrack. Je moet vaak finales rijden, dan komt hij vanzelf. Ik ben blij dat het nu komt, en niet over twee jaar”, lachte hij.

De wereldtitel is ook een kroon op het werk van Otter, die de nationale ploeg na Vancouver (2010) onder zijn hoede kreeg. Met een relatief klein clubje toppers, zeker vergeleken met toplanden als Korea, China en Canada, stoomde hij langebaanland Nederland klaar voor een shorttracktoekomst. Maar hij had Nederland zo graag in Sotsji, voor een miljoenenpubliek, willen overtuigen van de schoonheid van zijn sport.

De doorgaans broodnuchtere bondscoach was gisteren geëmotioneerd, nu het eindelijk was gelukt. De aflossing is voor hem het nummer dat laat zien hoe een shorttrackland ervoor staat in de top. „Eén kampioen in je team zegt niets over je structurele aanpak als land. De aflossing kun je alleen winnen als je vijf of zes toppers hebt”, had hij al in Sotsji gezegd.

Dat het een paar weken later alsnog lukte is voor Otter niet meer dan een logisch gevolg van alle arbeid die de shorttrackers de afgelopen jaren hebben geleverd. „Het verschil tussen winst en naast het podium eindigen is zo klein in onze sport. Maar het moest er een keer uitkomen. Voor deze jongens, na die ongelooflijke deceptie van Sotsji, is het natuurlijk prachtig dat ze een maandje later het goud omgehangen krijgen. Ze hebben er nu wel voor kunnen strijden. In Sotsji hebben ze die kans niet gekregen.”

Otter dompelde zich na de finish van zijn mannen even onder in het gelukzalige gevoel van de winnaar, maar veel langer dan een kwartiertje duurde die emotie niet. „Natuurlijk deed me dit wel wat. Maar tien minuten later denk ik al: hoe gaan we dit over een jaar herhalen?”

Want ondanks het succes van Montreal heeft de bondscoach, die in 1987 in hetzelfde stadion zelf wereldkampioen werd op de aflossing, ernstige zorgen over de toekomst van het Nederlandse shorttrack. Het vijftal mannen waarmee hij naar de WK in Montreal reisde – het winnende kwartet plus reserve Christiaan Bökkerink – is hetzelfde als vier jaar geleden. „Dat is een heel grote zorg voor mij. Ik zorg niet voor de aanwas van jongeren in het shorttrack, maar we moeten in Nederland heel hard werken aan de opvolging. Kinderen moeten shorttrack gaaf en spannend vinden. Wat dat betreft kun je het minder doen dan wij in Montreal hebben laten zien.”

Volgens Otter, die nog een contract voor twee jaar heeft, zit er „wel wat” achter de huidige generatie wereldtoppers, maar nu Kerstholt binnenkort zal afhaken wordt de spoeling dun. En hij kent de ontwikkelingen in andere landen. „Andere landen staan hier met begin-twintigers aan de start. Dat hebben wij nog niet.”

    • Rob Schoof