Een boete voor een coffeeshop die al 21 jaar hetzelfde doet

De Zaak. Een coffeeshop wordt vervolgd omdat die een voorraad hennep aanhoudt die veel groter is dan de 500 gram die van de wet in het pand zelf mag liggen. Elders in de stad heeft de coffeeshop zo’n 20 kilo klaar liggen. Van daaruit wordt de coffeeshop bevoorraad, soms vaker op een dag. Justitie eist een werkstraf van 240 uur en een boete van 50.000 euro, waarvan de helft voorwaardelijk.

Hoe verweert de handelaar zich? Er is sprake van gewekt vertrouwen. Deze manier van werken is onvermijdelijk en iedereen weet dat. De vervolging is bovendien onredelijk. De coffeeshop bestaat al 21 jaar en trekt veel klanten. Er is een goede samenwerking met gemeente en politie, die ook precies weten hoeveel hennep er verkocht wordt.

Wat zegt de officier? Aan de eigenaar is geen enkele toezegging gedaan. Eerder mocht justitie ook optreden tegen grote coffeeshops die al jaren samenwerkten met de gemeente.

Wat vindt de rechtbank belangrijk? Dat de coffeeshop over een geldige gedoogvergunning beschikt. Uit diverse getuigenverklaringen blijkt dat allerlei bestuursfunctionarissen wisten dat er een grotere voorraad dan 500 gram moet zijn geweest. Maar dat noch het Openbaar Ministerie noch de gemeente hebben gevraagd om dat te controleren.

Was de vervolging redelijk? Ja, dat wel. Het gedoogbeleid mag dan hypocriet of onredelijk worden gevonden, dat probleem moet de wetgever oplossen en niet de rechter. Justitie vervolgt bovendien vaker, ook elders in het land.

Was de grote voorraad ook strafbaar? Ja, ook dat. Uit het feit dat de gemeente nooit actief optrad, mag niet worden afgeleid dat het daarom ook mocht. Maar voor een straf vindt de rechter geen enkele aanleiding.

Waarom is de rechter coulant? Er is in al die jaren door de overheid nooit gecontroleerd of navraag gedaan naar de voorraden. Kennelijk had de gemeente geen belang bij een kritische opstelling. Ook het Openbaar Ministerie deed in de afgelopen decennia nooit opsporingsonderzoeken. „Het geheel wekt stellig de indruk dat de in de lokale driehoek verenigde gezagsdragers steeds hebben weggekeken van de achterdeur van deze coffeeshop. Mede daardoor kon die groeien tot een omvang als zij nu heeft.”

De vervolging is dan ook een trendbreuk, die bovendien voor onzekerheid zorgt. De officier van justitie had ook geen overtuigend verhaal over softdrugsbeleid. „Welke omvang van coffeeshops staat de driehoek nu voor ogen? Wat doet dat met de bestaansmogelijkheden van deze coffeeshops? Hoe verhoudt zich dat tot het belang voor de openbare orde en het voorkomen van overlast en straathandel aan de ene kant en het belang van het reduceren van drugsgebruik aan de andere kant? En wat gaat dat in de toekomst betekenen voor het handhavingsniveau van de gedoogcriteria, vooral aan de achterdeur?”

Als justitie strenger wil optreden, dan had ze daarvoor bovendien eerst moeten waarschuwen. Aan de verdachten zal daarom ‘deze keer’ geen enkele straf worden opgelegd.