opinie

    • Maxim Februari

De plicht tot inloggen

Bij de deur van de supermarkt staat een man die wil dat ik geld geef aan Syrië. Meteen slaat in mijn hoofd het raderwerk op hol. Syrië? Wie in Syrië? Wat in Syrië? Wie is de man die me dit vraagt? Heeft hij een keurmerk? Staat er een slotje in zijn adresbalk en is zijn beveiligingscertificaat onlangs nog vernieuwd?

Een van de grote en trage raderen achter een wat dommige kwab in mijn hoofd houdt zich intussen bezig met de boodschappen. Eigenlijk kom ik hier spul kopen voor het maandelijks onderhoud van de vaatwasser, om te garanderen dat die zijn optimale werking behoudt. Het zijn de plichten van de moderne mens. Koelkast: wekelijks rubbers schoonmaken. Nespresso-apparaat: na ieder gebruik laten doorlopen om te voorkomen dat koffiedik achterblijft in het doorloopsysteem; cups verzamelen en meegeven aan de postbode. Relatie: aan werken.

Stel dat ik geen reiniger voor de vaatwasser koop, dan slaat de bank direct alarm bij de fabrikant en de overheid, en vandaar dat ik alert ben op de eisen die het leven me stelt. ‘Bankrekening: dagelijks inloggen, controleer het internetadres en het certificaat van de website; gebruik als besturingsprogramma Windows Vista Service Pack 2 of hoger.’ ‘Teckel met kennelhoest: drie maal daags 5 druppels Arsenicum album en 5 druppels Aconitum op een suikerklontje.’ Volgens de filosoof Kant is een van de kernvragen van het bestaan: ‘Wat kan ik weten?’ Een kennistheoretische vraag, die doelt op de manier waarop je greep op de waarheid kunt krijgen. De vraag ‘wat moet ik doen?’ is dan de ethische vraag. Tot zover is dat onderscheid van Kant handig, maar als klant en als burger besef je dat de volgende stap een mengelvraag is. ‘Wat moet ik weten?’ Wat word ik geacht uit te zoeken? ‘Kledingsector initieert keurmerk.’ ‘Van de consument wordt verwacht dat hij nagaat of het product een keurmerk heeft. Is het merk ook echt aangesloten bij het betreffende keurmerk? Check de ledenlijst op de website van het keurmerk.’ ‘Vindt u dat een product of dienst ten onrechte een keurmerk heeft? Neem dan contact op met de keurmerkeigenaar.’ Ooit heb ik besloten dat ik sommige dingen nadrukkelijk niet wil weten. Zo heb ik me principieel voorgenomen geen studie te maken van religieuze verschillen tussen groeperingen die met elkaar slaags zijn geraakt.

Alsof ik het slaan kan billijken zodra ik maar weet om welk dogma het gaat. Niettemin, de wereld is groot - ‘ik wil namens de fractie alleen even wijzen op Tsjetsjenië, Zimbabwe en Colombia’ – en ook als je de religieuze twisten negeert, blijft er nog heel wat te weten over.

Wat moet ik weten? De provider verplicht me mijn modem te updaten met firmware, en ik weet niet hoe je dat doet. In de supermarkt staat een man die wil dat ik geld geef aan Syrië, en ik weet niet hoe hem te duiden. De kleine, snelle raderen in mijn arme hoofd takelen een titel omhoog. Een essay van Michael Schudson over burgerschap op informatiebasis. ‘A History and Critique of an Information-Based Model of Citizenship’. Hoe geïnformeerd wil je burgerschap hebben?

In uw hoofd begint het nu ook danig te kraken. Hebt u zin in mijn gepieker? U hebt nog wel wat anders te doen. De vaatwasser, de lokale verkiezingen, de teckel, de Krim. U wilt de opiniepagina best lezen, maar het valt ditmaal niet mee. En dat is precies wat Michael Schudson zegt: je kunt een hoop informatie over burgers uitstorten, maar dat maakt ze niet automatisch actiever.

Neem de verkiezingen. In de achttiende eeuw kwamen de burgers in Amerika massaal naar de stembus. Uit horigheid, loyaliteit aan hun bazen. Een tijdje later, tijdens de hervormingen van de negentiende eeuw en de opkomst van vakbonden en partijen, was de opkomst 75 tot 80 procent. En toen de burger geïnformeerder werd, rationeler, hoger opgeleid, zodra kranten kritisch werden en de verkiezingen directer, viel de opkomst terug tot onder de 50 procent.

Informatie staat vaak centraal in het denken over burgerschap, schrijft Schudson. Het ideaal van de geïnformeerde burger leidt tot vreugde over de mogelijkheden van de nieuwe tijd. Al die informatie die kan worden gedeeld! ‘Oh, joy! Oh, rapture!’ Terwijl je je kunt afvragen of je van mensen kunt verwachten dat ze alles zelf doen, alles zelf checken, alles zelf beslissen. Moeten ze alles weten? ‘Should they follow everything about everything?’

Misschien moeten we met overheden en fabrikanten in onderhandeling, denk ik, over ons recht dingen niet te weten. Hup, komt er nog wat van, zegt de Syriër in de supermarkt intussen. Ik kijk hem glazig aan en zeg ‘uhm’. Ergens in de kosmos wordt dat antwoord genoteerd, en ooit zal het tegen me gebruikt worden.

    • Maxim Februari