De passie van drie neten in de pels

De Nits vieren hun veertigjarig bestaan met het verzamelalbum Nits? en een avond in Paradiso.

Veertig vragen aan zanger/gitarist Henk Hofstede, drummer Rob Kloet en toetsenman Robert Jan Stips.

De 3-koppige kern van de 40-jarige Nits: zanger/ tekstschrijver Henk Hofstede (midden), percussionistRob Kloet (links) en toetsenistRobert Jan Stips (rechts). foto andreas Terlaak

Jubileum?

Hofstede: „Doet me denken aan Koot & Bie. De eu uitgesproken als in jeuk. Ik krijg er de kriebels van.”

Amsterdam-Oost?

Hofstede: „Waar het allemaal begon. Ik woon er nog steeds. Rob de Nijs kwam er ook vandaan.”

Rietveld?

Hofstede: „Het is een misverstand dat wij een kunstacademieband waren. Ik heb er maar een jaar op gezeten. De Minny Pops waren veel artier. Wij hadden onze roots in de jaren zestig.”

Luizeneieren?

Hofstede: „Nits, neten. Een dierennaam, net als de Beatles.

Koet: „Een luis in de pels van de muziekindustrie.”

Muzikale inspiratie?

Hofstede: „Ik ben een Beatlekind. Dat blijft altijd de kern.”

Kloet: „Kinks, Beatles, Stravinsky, Dave Brubeck.”

Stips: „Mondriaanpop, zoals de Nits werden omschreven toen ik ze leerde kennen. Die aanpak sprak me aan.”

12 december 1974?

Hofstede: „Eerste concert in de Brakke Grond. Ik organiseerde feesten en zorgde natuurlijk dat mijn band daar stond. Jochies, waren we.”

Yes or no?

Kloet: „Een eerste verkenning op popgebied. Onbevangen en fris.”

Hofstede: „Een hit, vonden we zelf. Het bleef steken in de tipparade.”

TopPop?

Kloet: „Altijd een enorme zet in je carrière. Ad Visser, wat een geweldige man!”

Beatmuziek of new wave?

Hofstede: „Wij schommelden er tussenin. OOR riep ons uit tot een new waveband, maar dat wisten we zelf nog niet.”

Single of album?

Kloet: „Een single dwingt je om een idee compact uit te werken.”

Hofstede: „Een album is als een film of een roman. Je vertelt een compleet verhaal met een A- en een B-kant.”

Ambacht of roeping?

Kloet: „Eerst de roeping, dan het ambacht. Zonder die combinatie word je nooit een muzikant.”

Tutti Ragazzi?

Hofstede: „Onze eerste hit. Een aan-stekelijk nummer. Geen idee waar dat Italiaans vandaan kwam.”

Kloet: „De passie en energie typeren ons als band.”

Supersister?

Hofstede: „Ik was nooit een superfan van Robert Jans oude band. Ik kende hem als producer van Gruppo Sportivo.”

Kloet: „Een muzikale held die opeens bij ons kwam spelen. Hij bracht kennis en vaardigheid mee.”

Gitaar of toetsen?

Hofstede: „Gitaar, hoewel ik de meeste nummers schrijf op piano. Op een onbewoond eiland tref ik liever een piano.”

Videoclips?

Kloet: „Het beeldelement is belangrijk. Ik speel vanuit een visuele voorstelling van wat er gebeurt in een nummer.”

Hofstede: „We wilden zelf clips maken. Camera gekocht, studioruimte gehuurd en zelf leren filmen en monteren.”

Opnamestudio?

Kloet: „De broedplaats.”

Hofstede: „Het laboratorium.”

Stips: „In elke computer zit er een. Maar het blijft mooi om ouderwets de studio in te gaan.”

Nescio?

Hofstede: „Zijn verhalen spelen zich vaak in Amsterdam-Oost af. Ik woon tegenover het standbeeld van de Titaantjes.”

Elektrisch of akoestisch?

Hofstede: „Altijd een mengeling. Dat varieert per plaat.”

Kloet: „De dynamiek van akoestisch spelen en de power van elektrisch.”

Finland?

Hofstede: „Belangrijk voor ons. Onze eerste grote reis naar een ver land. Veel contacten aan overgehouden, zoals de damesband Vårttina waar we mee gewerkt hebben.”

Festivals?

Kloet: „Altijd opwindend. Het podium op, BAM! en dan er weer af. Een soort hit and run-actie.”

Hofstede: „Als festivals te groot worden voel ik me verloren. Ik weet niet wat ik moet met zo’n enorme massa.”

Meisje(s) bij de band?

Hofstede: „Vrouwen brachten een andere sfeer. Lichtheid, gevoeligheid.”

Kloet: ,,De klankkleur verandert, en de humor.”

In The Dutch Mountains?

Hofstede: „Een belangrijke plaat. Live opgenomen in onze Werf-studio.”

Stips: „Die sample van het woord Mountains kwam uit een interview met een Thaise landschapsarchitect.”

Rock-’n-roll?

Kloet: „Ik hou van schilderachtig spelen, gecombineerd met de ruwe kracht van rock-’n-roll.”

Hofstede: „Als het moet kunnen we best hard rocken.”

The (voorvoegsel)?

Hofstede: „Typografisch was het fraaier om gewoon NITS te heten. Maar we blijven natuurlijk de Nits.”

Gouden harp?

Stips: „Waardering is welkom.”

Hofstede: „Na de uitreiking (in 1989) zei Eddy Christiani: wees er zuinig op!”

Da Da Da?

Hofstede: „Opgenomen in vijfmansbezetting. Misschien iets te gepolijst.”

Stips: „Echt een mannenband, waren we toen. Veel sigaren gerookt.”

Frits?

Hofstede: „Samenwerking met Freek de Jonge. Altijd bijzonder.”

Kloet: „Freek schopt je vooruit. Hij laat je constant op scherp staan.”

Stips: „Toen ik erin toestemde om muziek bij zijn teksten te maken begon gelijk de telex te ratelen. Urenlang.”

Theo van Gogh?

Hofstede: „Hij is bij mij om de hoek vermoord. Het album Les Nuits is daar gedeeltelijk door geïnspireerd.”

Sombere mannen?

Kloet: „Helemáál niet! Er zit veel lichtheid in onze muziek.”

Triobezetting?

Kloet: „Het voordeel is dat je enorm flexibel kunt reageren. Dat maakt de muziek levendig.”

De zanger?

Kloet: „Henk kan van iets kleins iets moois maken.”

Stips: „Zijn stem snijdt overal doorheen. Als instrumentalist kun je alles tegen hem aan zetten.”

De drummer?

Hofstede: „Rob is een van de origineelste popdrummers.”

Stips: „Sinds die elementaire drumpartijen uit het begin heeft hij een grote ontwikkeling doorgemaakt.”

De toetsenman?

Hofstede: „Robert Jan is volstrekt eigenzinnig.”

Kloet: „Hij straalt kracht uit als je met hem speelt.”

Verzamelalbum Nits?

Hofstede: „Een goede inkijk in wat wij in de loop der jaren gemaakt hebben.”

Mother drone?

Hofstede: „Een van drie nieuwe nummers. Mijn moeder riep dingen naar me vanaf de bovenverdieping. Als een drone hing ze boven mij.”

White glove transportation?

Hofstede: „Die woorden las ik op een verhuisauto in New York.”

Our daily bread?

Hofstede: „Zwemmen in de rivier in Bern. Met de stroom mee. Levensgevaarlijk. Meisjes gaan zwemmen en verdrinken. Een duister nummer.”

Favoriet Nitsnummer?

Hofstede: „Walking with Maria, van Wool. Over mijn moeder. Ik loop met haar langs de Weespertrekvaart, door de jaren.”

Kloet: „Het standaardantwoord is: dat hangt van het moment af. Ik kan niet kiezen.”

Stips: „Alleen als ze me op de pijnbank leggen.”

Paradiso 22 maart?

Hofstede: „Paradiso is altijd speciaal. Nooit makkelijk.”

Kloet: „We spelen een doorsnede uit veertig jaar. Lekker veel oud werk.”

Nits?

Hofstede: „Het tegenovergestelde van Help! Onze zoektocht als band blijft een vraagteken.”

    • Jan Vollaard