De boekenjood

e laatste tijd heb ik mij beziggehouden met het woord boekenjood. Ik heb daar twee vragen over aan de lezers van deze rubriek, maar eerst iets over het woord zelf.

Boekenjood is lang gebruikt in de betekenis ‘handelaar in tweedehands boeken’. Het duikt voor het eerst op in het midden van de 18de eeuw. Het heeft dan een andere vorm, namelijk boeksmous of boekensmous, maar aangezien smous een oud (scheld)woord is voor ‘jood’, hebben we het over hetzelfde.

Vanaf het midden van de 19de eeuw kom je het woord boekenjood steeds vaker tegen. Meestal ging het om arme straatboekhandelaren en marktverkopers over wie maar weinig bekend is.

Maar er zijn ook een paar bekende boekverkopers geweest die boekenjood werden genoemd. De bekendste zijn David en Jozef Blok, twee broers, die hun boeken onder meer verkochten op het Binnenhof in Den Haag. Het komt ons nu vreemd voor dat er op die plaats ooit boekenstalletjes stonden, maar dat is ruim honderd jaar het geval geweest. Veel politici en parlementaire journalisten behoorden tot de vaste klanten.

Jozef Blok (1832-1905) is onder meer geportretteerd door Vincent van Gogh. In 1882 schreef Van Gogh aan zijn broer Theo: „Weet ge wien ik van morgen geteekend heb? Blok de boekenjood, niet David, maar die kleine die op ’t Binnenhof staat.” Van Gogh gebruikte het woord boekenjood overigens wel vaker in zijn brieven – in totaal zeven keer.

Mede doordat Jozef door Van Gogh is geportretteerd, bestaan er verschillende publicaties over hem. Daarin wordt al zo’n dertig jaar lang beweerd dat Jozef de Franse dichter Paul Verlaine naar Nederland haalde en dat hij – hoewel hij met trots verkondigde nooit te lezen – bibliofiele boekjes uitgaf van onder meer de dichter P.C. Boutens. Dit blijkt echter op een persoonsverwisseling te berusten.

In de nieuwste editie van de Grote Van Dale staat bij boekenjood: „Joodse handelaar in oude boeken”. Ook dat is onjuist. Dat wil zeggen: boekenjood is vaak gebruikt voor ‘joodse boekhandelaar’, maar net als bijvoorbeeld voddenjood werd het ook gebruikt voor niet-joden. Dus voor ‘handelaar in oude boeken’ in het algemeen.

Terecht vermeldt Van Dale dat boekenjood tegenwoordig als beledigend wordt ervaren. Mijn eerste vraag is of er lezers zijn die zich herinneren in welke periode de gevoelswaarde van boekenjood veranderde. Lang had niemand bezwaar tegen dit woord, ook niet in joodse kringen. Nog in 1907 verscheen er een kinderboekje getiteld Levi de boekenjood, door Jaap Meijer in 1978 getypeerd als „een moraliserend christelijk-zachtmoedig boekje”.

De tweede vraag betreft een afbeelding. Als je je in de geschiedenis van het woord boekenjood verdiept, kom je al snel uit bij Het Joodje, een bekend boek van Carry van Bruggen uit 1914. De hoofdpersoon, de zoon van een arme boekenjood, werd op het stofomslag van de eerste druk afgebeeld door Piet van der Hem. Tegen dat omslag bestond indertijd wel bezwaar. Zo vond het Algemeen Handelsblad Van der Hems illustratie getuigen van „gemakkelijke oppervlakkigheid”, terwijl de Joodsche Wachter er „vijandigheid” in zag.

Ik heb stad en land bewogen om die illustratie te vinden, maar vooralsnog zonder succes.