Column

Zoenen = liefde

Psychologie Ellen de Bruin

Deze week verscheen een filmpje van mensen die elkaar niet kenden en elkaar voor het eerst zoenden. Wat was er zo fascinerend?

Wat wás er nou precies zo fascinerend aan dat First Kiss-filmpje dat afgelopen week op internet verscheen, waarin twintig mensen die elkaar niet kenden elkaar voor het eerst zoenden? Dat filmpje dat reclame voor een modemerk bleek, en dus nogal geacteerd, waardoor veel mensen zich bedrogen voelden. Waarom vonden we het aanvankelijk allemaal zo interessant om zoenende mensen te zien die vóór dat zoenen vreemden voor elkaar waren?

Nou, eigenlijk om precies dezelfde reden die de beste parodie op het filmpje zo meesterlijk maakt. In First Handjob zie je ook twintig mensen, ook in setjes van twee, ook aandoenlijk, giechelig nerveus, ook in stijlvol zwartwit gefilmd, terwijl steeds de een de ander voor het eerst aftrekt.

Het grappige is natuurlijk: dat doen mensen meestal niet als ze elkaar voor het eerst ontmoeten. Dat is ook precies de crux van het zoenfilmpje. Zo lief zoenen, dat doen mensen meestal niet als ze elkaar voor het eerst ontmoeten. Mensen gaan zelden van 0 naar 100 in de liefde.

Ja, zoenen associëren we met liefde, meer dan we seks met liefde associëren. Zeker dat schattige zoenen in keurig zwartwit, met zo’n soft muziekje eronder gemonteerd, waarbij mensen zo serieus verlegen ogen als in First Kiss. Kijk, als ze elkaar half dronken de kleren van het lijf hadden getrokken, dat is gewoon seks, daar gelden andere regels. Dit leek meer op liefde.

En liefde gaat vaak langzaam. Bij ongeveer 15 van de 16 stelletjes kennen mensen elkaar al een tijdje voordat ze een relatie krijgen. Als vrienden, kennissen, collega’s, draaiden ze al een tijdje om elkaar heen (bekijk in dat verband ook even de First Kiss-parodie First Sniff, met honden). Geleidelijk bedachten ze: déze wil ik, deze laat ik niet meer los.

Ik vind het een heel romantisch idee, dat liefde langzaam gaat. Ik weet het, je hoort liefde op het eerste gezicht romantisch te vinden, maar ook daarbij vind ik het nóg romantischer om even te wachten voordat je erbovenop springt.

Dat heeft te maken met iets waar Amerikaanse psychologen nu over schrijven in Journal of Personality and Social Psychology (10 maart). De gangbare gedachte was altijd, melden ze, dat mensen een bepaalde intrinsieke waarde hebben, een mate value, als partner op de liefdesmarkt – doordat ze mooi zijn, bijvoorbeeld, of slim of populair. En door die waarde – het is net geld – krijgen mensen vaak een relatie met iemand die ongeveer even ‘goed’ is en niet met iemand die out of their league is. Dat hele idee van out of your league heb ik altijd onbeschrijflijk triest gevonden. Alsof iemand niet van je kan houden als je kaal of dik bent.

En nu laten deze psychologen zien dat er inderdaad meer is. Mensen zijn het onderling weliswaar eens over wie veel mate value heeft en wie niet – maar, blijkt uit dit onderzoek, vooral bij types die ze net ontmoet hebben. Naarmate een groep mensen langer met elkaar omgaat, verdwijnt die consensus. Mensen gaan iets uniek aantrekkelijks zien in sommigen en niet in anderen. En dat bepaalt meer met wie ze een relatie willen dan die verrotte mate value.

Zo kan bijna iedereen een relatie krijgen met iemand die hij uniek aantrekkelijk vindt, schrijven de psychologen. Je zou hun onderzoek zo willen filmen, in traag zwartwit, met een heel lief soft muziekje eronder.