Zij die beven moeten werken

De dienstplicht die voor ultra-orthodoxen is ingevoerd stelt eigenlijk niet veel voor. De wet is bedoeld als breekijzer, om de haredim uit de bijbelscholen te halen en op de arbeidsmarkt te krijgen. Zij stribbelen tegen: „Wij hechten niet aan geld.”

De ultra-orthodoxe rabbijn Zvi Kollar wilde als kind soldaat worden. Want zijn vader was een officier in het Amerikaanse leger. Maar die vader zei: Zvi, het leger is geen goede plek voor een joodse jongen; de moraal is er te vrij. En zo denkt de vijftigjarige rabbijn er inmiddels ook over.

Zvi Kollar – dunne bril en dito baard – houdt nu kantoor in een sjofel achterkamertje in Bnei Brak, Israël. Vergeleken met het getrek en geschreeuw in het goddeloze Tel Aviv voelt deze vrome voorstad vredig. Weinig verkeer, nauwelijks bedrijvigheid. Niemand verheft zijn stem, geen mens duwt. Sterker: in deze ultra-orthodoxe getto gaan de meeste joden alleen over straat en mijdt men elkaars blik. Mannen met hoge zwarte hoeden op de ene stoep. Vrouwen met rokken en kousen en pruiken op de andere.

Zo willen de ultra-orthodoxe joden leven, zegt de rabbijn. In hun eigen gemeenschap, de seksen zo goed als gescheiden, weg van geneugten. Centraal staan bijbelstudie (voor de man) en familie (voor de vrouw). En God natuurlijk. De ultra-orthodoxen heten hier haredim: zij die beven (voor God).

Deze week beefden de haredim ook een beetje voor de Israëlische regering. Die wil namelijk dat zij beter integreren in de overwegend seculiere samenleving, en met name in de arbeidsmarkt. Woensdag maakte het parlement een einde aan de vrijstelling voor haredim van militaire dienstplicht.

De stemming staat symbool voor iets fundamentelers. Volgens de grote pleitbezorger van de wet, minister van Financiën Yaïr Lapid, was een stem voor de dienstplicht een stem tegen „een multicultureel circus waarin iedere belangengroep kan zeggen: ‘De spelregels gelden niet voor ons, we willen wel rechten maar geen verantwoordelijkheden’”.

Culturele oorlog

De nieuwe wet stelt eigenlijk weinig voor: zij verplicht de ultra-orthodoxen vanaf 2017 jaarlijks ruim vijfduizend rekruten naar het leger te sturen – slechts een fractie van de tienduizenden ultra-orthodoxe jongemannen.

En of zij werkelijk zullen dienen, is nog de vraag. De haredim zeggen dat ze dienst zullen weigeren, en het is ondenkbaar dat de staat zoveel joden in het gevang zal gooien. De ultra-orthodoxen lieten begin deze maand al met een protest van honderdduizenden zien hoe ze de infrastructuur van Jeruzalem plat kunnen leggen. De staat wil geen botsing met deze groep.

Toch ervaart rabbijn Kollar de wet als een aanval in een culturele oorlog die de regering tegen de haredim zou voeren. „Het leger heeft niet meer soldaten nodig en wil ons niet hebben, omdat we zoveel bidden en niet met vrouwen willen samenwerken. Daar gaat het dus niet om.” Waarom wel? „De regering is zeer anti-religieus en wil onze veste afbreken”, aldus Kollar. „Het weghalen van onze kinderen is een manier om ze in een seculiere omgeving te dwingen en hun denken te beïnvloeden. Secularisatie is de diepe motivatie achter deze wet. Niet gelijkheid voor alle burgers.”

Het is waar dat in de Israëlische samenleving, waar de regering een product van is, veel aversie tegen de strenggelovigen bestaat. Zij worden in het liberale Tel Aviv ‘de zwarten’ genoemd, vanwege de zwarte kostuums van de ultra-orthodoxe mannen, en ook wel ‘beesten’ en ‘uitvreters’.

Een grief van seculiere Israëliërs is de intolerantie die zij zelf van ultra-orthodoxen ervaren. Wanneer vrouwen in een strakke spijkerbroek een ultra-orthodoxe buurt passeren, kan het gebeuren dat ze een emmer water over zich heen krijgen, omdat ze zich niet aan de kledingvoorschriften houden.

Een nog vaker gehoorde klacht is dat is dat de kosten en de baten niet eerlijk zijn verdeeld. Seculieren dienen jaren in het leger. Daarna werken ze in de regel hard en dragen ze via de belastingen bij aan de huishoudens van de ultra-orthodoxen, bij wie de meeste mannen levenslange bijbelstudie verkiezen boven een baan. De werkloosheid in deze groep is hoger dan 50 procent.

Deze werkloosheid is een enorm probleem voor Israël, zegt Eitan Regev, onderzoeker van sociaal beleid bij het Taub Center in Jeruzalem. „Haredim kosten meer dan ze bijdragen. Door hun hoge geboortecijfer (7,1 vergeleken met 1,4 bij andere joodse Israëliërs) vormen ze al 10 procent van de bevolking. In 2030 is dat 18 procent. De werkende bevolking kan die last dan niet meer dragen.”

Schuilen achter de Bijbel

Het argument dat de ultra-orthodoxen profiteren noemt rabbijn Kollar propaganda. „Alsof we lui zijn. Wij studeren hard en onze vrouwen werken vaak. En ja, de meeste gezinnen krijgen maandelijks 300 euro aan toeslagen. Dat is geen vetpot, maar dat geeft niet. Wij hechten niet aan geld. Wij hoeven geen tv of auto. Wij stellen andere prioriteiten. Wij besteden tijd en geld liever aan bijbelonderwijs.”

Daniel Birenbaum (28), oud-student van rabbijn Kollar, heeft ook morele bezwaren tegen militaire dienstplicht: „Wij denken dat we op aarde zijn om ons spiritueel te ontwikkelen en onze geest te laten winnen van ons lichaam. Daarom wil het leger ons ook niet hebben – wij zijn niet bepaald fit.” Birenbaum vervolgt bloedserieus: „Het leger verheerlijkt het fysieke. Daar telt kracht en het doden van vijanden. Dat vinden wij verkeerd. Wij geloven dat we vrede brengen door ons spiritueel te versterken, opdat er uiteindelijk geen leger nodig is.”

Ultra-orthodoxen hebben volgens rabbijn Kollar bovendien minder binding met de staat dan seculieren. „Wij worden niet warm van de Israëlische vlag. Onze geschiedenis gaat duizenden jaren terug, wij waren hier veel eerder dan de staat. En honderden jaren leefden we hier in vrede onder verschillende overheden. Pas na de stichting van Israël werden wij opeens een probleem – dat deze staat creëerde.”

Eitan Regev, de onderzoeker die vindt dat ultra-orthodoxen de arbeidsmarkt op moeten, vindt ook dat de staat mede debet is aan het ‘probleem’. „Door ultra-orthodoxen tientallen jaren vrij te stellen van dienstplicht op voorwaarde dat ze op een bijbelschool zaten, heeft de staat ze daar naartoe gejaagd. Hierdoor kregen ze ook geen regulier onderwijs, waardoor ze de arbeidsmarkt niet eens op kúnnen, als ze zouden willen.”

Dat de nieuwe wet dienstplicht en de bijbelschool loskoppelt, vindt Regev hoopgevend. Schuilen achter de Bijbel is niet langer nodig. „Alle haredim die vrijstelling van dienstplicht krijgen, mogen van de staat vanaf heden aan het werk.”

    • Leonie van Nierop