Wilders provoceert opnieuw, maar bereikt hij ook zijn doel?

Wilders ontlokte woede na een uitspraak over Marokkanen. Waarom deed hij dat?

Het woord Marokkanen komt niet één keer voor in het verkiezingsprogramma van de Haagse PVV. Duidelijker bewijs is er niet dat het Geert Wilders niet om de werkelijkheid in de Hofstad ging, toen hij zei dat zijn kiezers daar woensdag stemmen voor een stad „met als het even kan wat minder Marokkanen”.

Wat de PVV-leider wel deed, is zijn scherpste politieke instrument hanteren: de provocatie. Met succes. Linkse politici reageerden emotioneel. PvdA-voorzitter Hans Spekman moest „braken”. Waarop Wilders zei dat Spekman, bekend om zijn gebreide truien, dan in ieder geval de gelegenheid had een schone aan te trekken.

Vicepremier en partijgenoot Lodewijk Asscher noemde de uitspraak „schandalig”, en zei dat mensen deze het beste konden bestrijden door niet op de PVV te stemmen. Waarop Wilders direct aan premier Mark Rutte (VVD) vroeg of Asscher dit stemadvies namens het kabinet gaf.

PvdA-bestuurslid Fouad Sidali vergeleek Wilders met Adolf Hitler. Daarop dreigde Wilders met een kort geding wegens „onrechtmatige daad”.

Zoals vaak (verbied de Koran, immigratiestop voor moslims, ‘kopvoddentaks’) krijgt Wilders maximale aandacht met uitspraken die hijzelf niet als serieuze voorstellen ziet – hij doet althans weinig om ze te realiseren.

Wat is dan zijn doel? Er zijn verschillende plausibele verklaringen. De eerste is dat hij zich – na zijn grote verlies bij de landelijke verkiezingen in 2012 – bij de gemeenteraadsverkiezingen in Den Haag geen slecht resultaat kan veroorloven. Ruzies als deze moeten zijn kiezers stimuleren om naar de stembus te gaan. Een aanwijzing dat het hier om is te doen, is dat Wilders de boosheid van zijn tegenstanders direct doorschuift naar PVV-kiezers. Hem vergelijken met nazi’s beledigt ook de mensen die op hem stemmen, aldus de PVV-leider. Mogelijk neveneffect is dat Wilders met zijn actie ook boze PvdA’ers naar de stembus lokt.

Er is nog een tweede optie: Wilders heeft de laatste tijd veel last van strubbelingen binnen zijn partij, en vooral de berichtgeving daarover. En onrust schrikt kiezers af, weet ook Wilders. Dé reden dat hij alles doet om vergelijkingen met de instabiele Lijst Pim Fortuyn (LPF) te vermijden. Zeker in verkiezingstijd. Maar juist de laatste weken steken ze weer de kop op. Een zelf gecreëerde rel leidt de aandacht af van dat probleem.

Met zijn pogingen het nieuws met steeds scherpere retoriek te bepalen, isoleert hij zich wel van de enigen die hem nog aan macht zouden kunnen helpen: andere politieke partijen. Misschien heeft Wilders de hoop opgegeven dat hij zijn kiezers ooit nog kan bedienen met meer dan woorden.