Wij zijn geen bijwagen meer van de PvdA

Natuurlijk heeft Alexander Pechtold getwijfeld. Bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen, in september 2012, was de winst van D66 weer kleiner dan voorspeld. Opnieuw belandde de partij buiten het kabinet. „Toen heb ik wel een paar weken nagedacht: Lag het aan mij of aan ons verhaal? Ben ik de juiste man op de juiste plaats?”

Inmiddels weet de D66-leider weer helemaal waarvoor hij het doet. Als informele gedoger van Rutte II, zegt hij, krijgt hij meer voor elkaar dan wanneer hij in het kabinet was gaan zitten. Pechtold denkt dat kiezers zien dat D66 „verantwoordelijkheid durft te nemen” en de partij daar bij de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart voor zal belonen.

De peilingen beloven u veel moois. Bent u niet bang dat uw partij het weer niet waarmaakt?

„Ik reken me niet rijk. Maar de situatie is nu anders. De vorige keer maakten we het niet waar omdat er een tweestrijd tussen andere partijen over ons heenging. Nu zijn we voor het eerst zelf onderdeel van die tweestrijd. In Utrecht met GroenLinks, in Amsterdam met de PvdA.”

Komt die positieve stemming ook door de keuzes die D66 het afgelopen jaar aan het Binnenhof heeft gemaakt?

„Zeker. In 2012 stonden we ondanks winst toch aan de kant. We hebben vrij snel bedacht dat we oppositie wilden voeren vóór het kabinet. Ik steun 80 procent van hun boodschap, maar ga wel kijken naar het ambitieniveau en het tempo. We hebben onze kans gepakt met het Herfstakkoord. In een model wat ik niet vooraf had bedacht, maar wat voor ons zeer goed uitpakt.

„De voorzichtige economische groei komt door de maatregelen van het kabinet, maar nog veel meer door het gevoel dat er nu stabiliteit is in Den Haag, zeker als je het afzet tegen de afgelopen acht jaar.”

Waarom zouden mensen straks op D66 moeten stemmen?

„Na een groeistuip in 2010 kwamen we in heel veel colleges. In negen van de tien grote steden besturen we mee, van Groningen tot Maastricht. We hebben de minste wethouders die aftreden. Steden waar wij wethouders van onderwijs leveren, zijn de beste onderwijssteden van het land.”

U presenteert zich als bestuurderspartij, het nieuwe CDA. Maar wat heeft D66 inhoudelijk te bieden?

„Minder lasten, dus de begrotingen op orde zonder dat de ozb te veel stijgt. Meer werk. Goed onderwijs.

„Jarenlang zijn we weggezet als bijwagen, en inderdaad waren we soms niet assertief genoeg. Maar we zijn minder naïef en kwetsbaar dan in het verleden. We staan sociaal-economisch in het midden, zijn radicaal in levenshouding. We kijken de wereld in. D66 past heel goed in dit tijdsgewricht, tot verbazing van de drie oude partijen PvdA, VVD en CDA.”

U zegt eigenlijk: D66 is een nieuwe machtspartij.

„Ja. Als we zaken gaan doen is het op basis van gelijkwaardigheid. Dan is het niet aanschuiven of een paar kruimels krijgen.”

Er dreigt een historisch lage opkomst. Rekent u zichzelf dat aan?

„We doen er werkelijk alles aan om te laten zien waar de verschillen zitten en waarom het belangrijk is om te gaan stemmen. Maar als mensen op straat niet bereid zijn een foldertje aan te nemen omdat ze met een zak friet lopen, en zeggen ‘Ik heb m’n handen vol’, dan houdt het op.”

Is dat niet ontmoedigend?

„Sommigen mensen vinden dat het prima gaat met ons land, en denken, ‘wat maakt het uit’. De anderen... Ik kom mensen tegen die zó boos, agressief zijn. Van de week stond ik op station Gouda te flyeren en dan zie ik mensen van wie ik denk: ‘God, je zal er dadelijk zo een thuis krijgen.’ Ze blaffen naar je: ‘Zakkenvuller!’ Ik zal niet snel over kiezers oordelen, maar...”

Waarom niet?

„Goed, dan ga ik maar het gladde ijs op. Ik begin genoeg te krijgen van dat afgeven op politici. Als ik zie hoe raadsleden zich voor een appel en een ei het schompes werken! We vinden het vanzelfsprekend dat veel in ons land goed geregeld is, en daar mag best meer waardering voor zijn. Is het te veel gevraagd om je even in de lokale politiek te verdiepen? Kom op zeg! Ik vind dat politici moeten durven zeggen: Doe mee, of kom met betere ideeën, maar zet je niet alleen af. Dat is gemakzuchtig.”

„Ik had een gesprek met een vrouw van een jaar of zestig. Nee, ik ga niet stemmen, zei ze. Waarom niet? vroeg ik. Wat heb je eraan? zei ze. Ik gebruik weinig dramatiek, maar het was weer een hele slechte dag in Kiev. Dus ik zei: niet heel ver hier vandaan vechten ze om te mogen stemmen. Ik schrok van mezelf, het was over the top. Maar het kwam wel binnen, boem! Opeens hadden we een heel goed gesprek.”

In Amsterdam krijg je met je stempas korting op de bowlingbaan.

„Goedbedoelde onzin. Confronteren helpt meer. Dat brengt mensen tot zelfinzicht.”

Wanneer zijn de verkiezingen voor u geslaagd?

„Ik zou het mooi vinden als we in Groningen, Deventer, Nijmegen, Eindhoven en misschien Utrecht de grootste worden. En in Amsterdam. Tot twee weken geleden dacht ik: mooi als we daar tien zetels halen, dat is ons nog nooit gelukt.”

U denkt nu dat u in Amsterdam de grootste kan worden?

„Ja. Maar als ’s nachts om half twee blijkt dat we een zetel minder hebben dan de PvdA, terwijl we in al die middelgrote gemeentes en Utrecht de grootste zijn geworden, dan vind ik dat niet erg.”

Het is voor D66 toch een prachtig symbool als jullie de PvdA in Amsterdam van de eerste plek zouden verstoten?

„Als we ze in de Stopera de eerste viool zouden ontnemen… Ja. Waarom is het in Amsterdam fout gegaan? Door de houding bij de PvdA van: we zetten de ander weg. Ze hebben het de hele tijd maar over D66! Bij de PvdA moeten ze nu Job Cohen, Lodewijk Asscher en Ed van Thijn invliegen. Hou je bij je eigen verhaal, denk ik dan. Waarom de verschillen aandikken terwijl we hier in Den Haag juist proberen dingen met elkaar te regelen?”

Het is de omgekeerde wereld, een oppositiepoliticus die zegt: laten we de boel nou niet op de spits drijven.

„In de acht jaar dat ik in Den Haag rondloop, heb ik politici de meest waanzinnige hyperbolen horen gebruiken. Weet je wat het grootste probleem is? Dat er op dit moment 50 zetels zitten bij flankpartijen als SP en PVV, die helemaal niets leveren en niets presteren. Als we elkaar in het politieke midden de tent uitvechten, gelooft straks helemaal niemand meer in ons.”

U doet daar toch ook zelf aan mee?

„Natuurlijk, ik verklaar het hier niet tot één kleffe hap. Alexander Pechtold kan echt stevig uit de hoek komen. Maar zo’n Sybrand Buma van het CDA die nu de hele dag over die brandstofaccijnzen praat – kijk naar je eigen verleden! Het CDA heeft zelf altijd accijnzen verhoogd toen ze in het kabinet zaten. Hou de beschuldigingen wel een beetje redelijk.”

Het botst nogal eens tussen Diederik Samsom en u. Hoe komt dat?

„Tja, ik zie bij ons allebei een zekere gedrevenheid. Het zit hem in ook in onze vertrouwelingen en fractiegenoten, die beelden vormen over de ander.”

Is jullie relatie beter dan de mensen om jullie heen denken?

„Nou, beter… zakelijker. We hoeven geen maatjes te zijn. Ik hou er wel van om een stevige aanvaring te hebben. Als je daarna maar bereid bent om te zeggen: en nu weer door!”

Wat vindt u leuk aan Diederik Samsom?

„Hij is een open boek. Zaten we te daar midden in de nacht op het ministerie van Financiën te onderhandelen over het herfstakkoord. Kreeg ik weer dat hele PvdA-verhaal. Dan zei ik: Diederik, ik gá niet op je stemmen, je hoeft me niet te overtuigen. Dan zag je een soort ontwapening bij hem. Ik ben zelf ook niet van de pokerface. Bij mij zie je ook als ik boos ben of geniet.”

    • Robin Utrecht
    • Derk Stokmans
    • Thijs Niemantsverdriet