Wereld van perfectie hunkert weer naar spanning

Nieuwe motoren, nieuwe regels en nieuwe kansen. De autoracerij rekent op een opwindend seizoen.

Foto's Reuters

Na jaren van saaie perfectie sist en lekt het weer in de Formule 1. „De voorspelbaarheid is weg. We spelen ineens op een geheel nieuw schaakbord”, schetst voormalig Formule 1-coureur Jan Lammers opgetogen. Ook een kenner als Mark Koense, hoofdredacteur van RTL GP Magazine, is opgewonden. „Niet eerder in de geschiedenis is zo’n ingrijpende technische innovatie doorgevoerd met zo’n beperkt testprogramma. Een bizarre situatie.”

De Formule 1 begint dit weekeinde op het stratencircuit in Melbourne, Australië aan een van de meest interessante seizoenen van de afgelopen jaren. Zelden in de 64-jarige geschiedenis van de koningsklasse van de autoracerij waren er zo veel veranderingen in techniek en spelregels. Turbomotoren, minder brandstof, elektrische aandrijving en lelijke neuzen die naar het asfalt wijzen. En, om de spanning te vergroten: dubbele WK-punten in de slotrace (Abu Dhabi).

De racesport is er hard aan toe. De dominantie van de Duitser Sebastian Vettel (Red Bull), die de afgelopen vier jaar won, maakte de sport ronduit saai. Gevolg: tientallen miljoenen tv-kijkers minder. En van de tv-rechten moet de racerij leven. Over een heel seizoen kijken er meer dan een half miljard liefhebbers naar de grands prix.

Het leiderschap van Vettel lijkt niet langer vanzelfsprekend. De Duitser rekent op een zwaar weekend in Australië. Tijdens de tests van de afgelopen maanden vertoonde de Renault-turbomotor van zijn ‘Suzy’, koosnaam voor zijn RB 10 en opvolgster van ‘Hungry Heidi’, kuren. „We lijken op achterstand te staan.”

Het ligt niet alleen aan Vettel dat de Formule 1 aan een nieuwe start toe is. De sport, grootgemaakt door de autoritaire Bernie Ecclestone, leed de afgelopen jaren steeds meer onder de academische vaardigheden van de techneuten. Weg is de tijd van de klapbanden, opgeblazen motoren, aan gort geschakelde versnellingsbakken en levensgevaarlijke inhaalmanoeuvres. Het doet raceromantici hunkeren naar vroeger, toen de „autosport gevaarlijk en seks veilig was”, zoals de Schotse Formule-1 kampioen Jackie Stewart eens zei.

Natuurlijk wil niemand terug naar de dodelijke ongevallen van toen – het is twintig jaar geleden dat de Braziliaanse autocoureur Ayrton Senna als laatste verongelukte – maar wel naar het avontuur. Mark Koense: „Formule 1 was in de twintigste eeuw spannend en onvoorspelbaar, door gebrek aan perfectie. Het was toen surfen met kites, maar nu is het NASA. Eindelijk gebeurt er nu weer wat.”

De internationale automobielfederatie (FIA) heeft de afgelopen jaren een flinke strijd tegen de gevestigde ploegen gevoerd om de omwenteling van dit seizoen, een totaal nieuwe aandrijving, erdoor te krijgen. Geheel in de tijdgeest predikt de organisatie slimme engineering ten behoeve van een betere, duurzame wereld. Jean Todt, voorzitter van de FIA, heeft een roeping: hij wil Formule 1 vooral ‘groen’ maken. Hij is dan ook geen vriend van Bernie Ecclestone, de rauwe ‘circusdirecteur’ die de sport grootmaakte. ‘Groen’ is geen hobby van de 83-jarige Brit, die alleen maar spanning en hoge kijkcijfers wil. Ecclestone heeft voorlopig andere dingen aan zijn hoofd: een naderend proces in Duitsland wegens omkoping. Zijn positie is wankel geworden.

De constructeurs van de elf ploegen hebben als gevolg van de nieuwe regels hun auto’s helemaal opnieuw moeten opbouwen. Alles achter de rug van de coureur is nieuw: turbomotoren die zuiniger zijn, maar minder paardenkrachten opleveren. Een uitgekiend energie-regeneratiesysteem (ERS) zorgt ervoor dat uit remkracht en warmte nieuwe energie wordt opgewekt die de coureur mag inzetten wanneer hem dat uitkomt. Volgens de kenners zullen de coureurs de haarspeldbochten geheel elektrisch nemen om het brandstofgebruik zo laag mogelijk te houden, om vervolgens op de rechte stukken voluit te gaan.

Zuinigheid kan een beslissende factor worden tijdens de race. Coureurs mogen nog ‘slechts’ 100 kilo benzine (130 liter) in plaats van 160 kilo meenemen. Dat vergt een uitgekiende tactiek van rijders en technici in de paddock. Wie te hard van stapel loopt, komt droog te staan en wie zuinig begint, kan de aansluiting missen. „Dat vergt slim fuel management: netjes rijden, zorgen dat je niet te veel verbruikt. De relatie met de engineers is dit seizoen heel belangrijk”, legt Giedo van der Garde telefonisch uit vanuit Melbourne, waar hij als test- en reservecoureur van het Zwitserse Sauber is neergestreken. „Het wordt een heel interessant jaar.”

Van der Garde, die vorig jaar nog bij Caterham met de grote jongens mocht meeracen, hoopt dit jaar aan voldoende testuren te komen om vervolgens in 2015 weer een plek op de startgrid te krijgen. Hij traint zich „de pleuris” om in de tussentijd op het juiste gewicht te blijven. Want het minimumgewicht van de bolides mag dan verhoogd zijn van 642 naar 690 kilo, die marge is nodig voor het nieuwe energiesysteem.

Zeer omstreden is de aanzienlijke verlaging van de voorkant van de auto’s. De maximale hoogte van de neus is op last van de FIA verlaagd van 55 naar 18,5 centimeter. Daardoor wordt volgens de FIA het risico beperkt dat een auto bij een botsing door opwaartse druk wordt gelanceerd. Zoals de Australiër Mark Webber in 2010 in Valencia overkwam, toen hij achterop de Fin Heikki Kovalainen reed.

De veiligheidseis heeft de technici tot curieuze ingrepen gedwongen: fallus- of tapirachtige neuzen die volgens de kenners symbool staan voor de lelijkste Formule 1-generatie ooit.

De liefhebber moet maar wennen aan die rare neuzen, evenals aan de turbo’s, die minder gillen dan hun voorgangers. Voor de 22 coureurs telt de esthetica niet. Zij hebben met de wetten van de aerodynamica te maken: de nieuwe neuzen en aangepaste achtervleugels, zonder beamwing, geven minder neerwaartse druk (downforce). Dat betekent minder grip van de bolide op het circuit en voor de coureurs meer remmen in de snelle bochten. Maar ook hogere topsnelheden op de rechte stukken, zeker met de impuls van het nieuwe energie-regeneratiesysteem. „Ik denk dat we op Monza 360 kilometer per uur halen”, zei de Duitse coureur Nico Rosberg (Mercedes). En dat is ruim dertig kilometer per uur sneller dan afgelopen jaar.

Iedereen weet dat het technische aanpassingsvermogen van de topteams groot is. Na een aantal races heeft de wereld van de perfectie misschien z’n ordening weer hervonden. Maar op de lange termijn heeft de sport een probleem. De nieuwe wereld waarop Ecclestone zijn kaarten heeft gezet – China, India, Bahrein en in de nabije toekomst Azerbajdzjan – geeft niet om Formule 1, zegt kenner Mark Koense. „Ze weten daar van gekkigheid niet hoe ze van de kaarten moeten afkomen.” Ingrijpender is de generatiekloof, aldus Koense. Jongeren van nu hebben weinig op met auto’s en vinden voor hun status een mooie smartphone belangrijker. Voor de toekomst van de racerij lijkt er een generatie verloren.

Giedo van der Garde blijft optimistisch: „Dit is nog altijd een van de grote sporten in de wereld. Een jongensdroom, toch?”

    • Harry Meijer