Wat als de laadpaal kapot is?

Bas van Putten rijdt met een elektrische Up! van Leusden naar Drenthe en rijdt 95 op de snelweg om stroom te sparen.

Foto Lars van den Brink

Wat ik wilde kon niet: met een elektrische VW E-Up! van de importeur in Leusden terug naar Drenthe. Mij kreeg VW niet gek met de beloofde actieradius die nét de afstand dekte: 160 kilometer! Trek daar minstens een kwart van af en in de winter nog een beetje meer, want accu’s haten kou. Behalve in Tesla’s Model S is de geruisloze elektropret van korte duur. Verder dan 120 kilometer zou ik niet komen.

Of toch? Op 75 kilometer boven Leusden, bij Heerde op de Veluwe, stond een snellader van Fastned, een bedrijf dat een snellaadnetwerk met landelijke dekking voorbereidt. Een conventionele laadpaal doet er zes uur over om een lege batterij volledig op te laden; snelladers zitten na een half uur op 80 procent. Dan houden ze het voor gezien om schade aan de accu’s te voorkomen, maar zelfs na een gedeeltelijke herlaadoperatie zou ik etappe 2 krap moeten kunnen halen.

Uiterlijk is de E-Up! niet van een benzine-Up! te onderscheiden. Wel is hij luxueuzer uitgerust om twijfelaars over de streep te trekken. Hij is niet te koop, ongetwijfeld om mogelijke geschillen met eigenaars over een afnemende batterijcapaciteit te verhinderen. Leasen kan wel en particulieren kunnen voor 495 euro per maand een vierjarig all-in abonnement afsluiten met een kilometerlimiet van 10.000 per jaar. Daarbij is wel alles inbegrepen, van onderhoud, banden en 10.000 kilometer groene stroom tot een thuislaadpunt, plus het recht op een ‘normale’ vakantieauto voor drie weken per jaar. Een dure, maar doordachte formule.

De E-Up! is even gebruiksvriendelijk als een gewone. Zelfs starten gaat normaal met een contactsleutel. Het enige verschil is dat op het display een tevreden ‘ready’ aangeeft dat de auto loopt, want horen doe je een elektromotor niet. Het boordcomputerdisplay meldt een actieradius van 133 kilometer. Fier als een ontdekkingsreiziger zet ik de automaat in Drive; geen idee waar ik strand, maar Heerde zal ik redden.

Het vervelende is dat de rit over de snelweg voert. De E-Up! rijdt er even vorstelijk als binnen de bebouwde kom, maar vreet boven de honderd zoveel stroom dat je de actieradius per hectometerpaal ziet dalen. Het wakkert bange voorgevoelens aan over gedoe in Heerde. Stel dat ik moet aansluiten achter een rijtje plugin-hybrids, of dat de laadpaal stuk is. Sowieso een interessante vraag: wat als die snelladers, één per station, straks te veel aanloop krijgen? Dan kan Fastned met die wachttijden ook een hotelketen beginnen. Maar er staat geen hond en laden is net tanken. Aan de snellader hangt een slang met een stekker die je in een stopcontact achter de ‘tankklep’ plugt. Fastned doet wat het belooft en nog iets meer; na dik een half uur is volgens het boorddisplay de batterij helemaal vol. De 80-procent-limiet geldt blijkbaar alleen voor lege accu’s, want ik had nog 25 procent reserve.

Slow motion

Door naar de tweede ronde. Nog honderd kilometer in het verschiet, aangezien Heerde noopte tot een omweg die de thuisreis 15 kilometer langer maakt. Uit voorzorg zet ik de E-Up! in de Eco+-stand waarin de snelheid wordt beperkt tot maximaal 95. Op de A28 is dat op het randje, maar het is niet verboden en het spaart energie. Niettemin zie ik de batterij-indicator hard teruglopen. Ziek van verlangen naar een normaal leven passeer ik in slowmotion pompstations waar zakenmannen onbekommerd diesel tanken. De laatste twintig kilometer hang ik als een geslagen hond achter een vrachtwagen, niet onverstandig: bij aankomst in mijn dorp heb ik nog voor dertien kilometer stroom. Dan wil je niet na aankomst onverwachts een kind van zwemles moeten halen. Goddank heeft mijn dorp een laadpaal, een gewone. De vorige EV (electric vehicle) die ik thuis oplaadde, liet alle stoppen doorslaan.

Op dag twee gebruik ik hem zoals hij is bedoeld: als bijwagen voor plaatselijke ritten. ’s Ochtends geeft de Up een actieradius van 140 kilometer aan. Ik rijd tweemaal op en neer naar een dorp 10 kilometer verderop – maakt 40 – en ’s avonds doe ik een retour provinciestad, nog eens 30. Na 70 kilometer rijden heb ik nog voor 29 kilometer over. Dat kon beter. Al geef ik toe dat ik hem van station naar huis fors op zijn donder heb gegeven. Zolang hij rijdt, is hij lachwekkend snel en voor een auto van zijn maten buitensporig comfortabel. Wat hebben we hier dus? Een ideale tweede auto voor matige gebruikers met voorspelbare agenda’s, voor de niet door praktische bezwaren afgeschrikte fan een zoeflimo op zakformaat.

    • Bas van Putten