Waarom jongeren niet stemmen

Verwacht wordt dat minder dan een kwart van de jongeren stemt in de gemeenteraadsverkiezingen. Zij vinden de grote campagnewoorden potsierlijk. Er ontstaat nu een optimistische stroming buiten de officiële instituten, schrijft Thijs Kleinpaste.

Dit jaar breken de gemeenteraadsverkiezingen mogelijk een opkomstrecord: minder dan de helft van de kiezers wil stemmen en waarschijnlijk gaat minder dan een kwart tot een vijfde van de jongeren naar het stembureau. De redenen lopen uiteen, maar tegen opiniepeilers zeggen mensen dat ze weinig weten van gemeentepolitiek, maar vooral dat politici toch niet naar hen luisteren – stemmen verandert niets.

Opmerkelijk dat politici het tegenovergestelde beweren – stemmen is belangrijk. Vraag het een kandidaat-raadslid en de gepeilde meningen worden gretig weersproken: volgens de meeste politici is het schier onmogelijk om de fraseologie over ‘fundamentele keuzes’, of ‘de toekomst’ te ontwijken. Diederik Samsom: „Het is belangrijker dan ooit wie er in uw gemeente de besluiten neemt.” Beroepspolitici maken zich zorgen over de apathie van kiezers. Niet alleen verzwakt hun mandaat met iedere niet stemmende kiezer, maar er is de vrees dat Nederlanders, in het bijzonder jongeren, afhaken en het democratische proces links laten liggen.

Die bezorgdheid gaat vaak vlug over in een verwijt. Jonge mensen zouden geen engagement of idealen meer hebben. Ze zijn te veel met zichzelf (of de digitale reflectie daarvan) bezig, en lijden aan hardnekkige, naar narcisme geurende vormen van carrièredrift, waardoor de publieke zaak in het nauw komt. Bitter merkt men op dat het ironisch is dat mensen ongeïnteresseerd zijn, net nu de gemeente grote taken krijgt toegeschoven en er echt te kiezen valt.

Toch vormt die ironie niet noodzakelijk de kloof tussen het groeiend aantal gemeentelijke taken en de onverschilligheid van vooral jonge kiezers. De ironie bevindt zich tussen het zelfbeeld van het politieke bedrijf en het beeld dat kiezers hebben, in de kloof tussen kiezers die vinden dat stemmen niets uitmaakt en politici die zeggen dat de gemeenteraadsverkiezingen van dit jaar de belangrijkste sinds decennia worden.

Ironie is de afstand tussen de werkelijkheid en de beschrijving daarvan en doet zich onder andere voor als gesuggereerd wordt dat iets grote betekenis heeft, terwijl de realiteit dat ondubbelzinnig tegenspreekt. Dat geldt zeker voor de Nederlandse en Europese politiek.

Ironie lijkt een literaire term maar politiek heeft bij uitstek een ‘literaire’ kwaliteit, omdat het een beroep doet op verbeelding. Politiek is een idealistische discipline: de mobiliserende kracht van politiek en partijvorming is niet de wereld zoals die is, maar zoals die zou kunnen of zelfs móeten zijn. Er wordt een beroep gedaan op verbeeldingskracht en politieke partijen zoeken daarom voortdurend naar taalgebruik met idealistische en morele zeggingskracht.

Maar die politieke taal moet wel genoeg corresponderen met de politieke praktijk om geloofwaardig te zijn. Anders ontstaat er ironie: de spanning tussen de verbeelding en werkelijkheid is te groot, de afstand tussen retoriek en realiteit doorzichtig.

Die kloof wordt pijnlijk zichtbaar in de manier waarop politieke partijen zich tot hun kiezers proberen te richten. De VVD stelt in een spotje: ‘Vrijheid is van dromen je werk kunnen maken; vrijheid is een gemeente waar je zorgeloos kunt opgroeien.’ De PvdA verkondigt in een videoboodschap dat ‘wonen betaalbaar moet blijven’, en dat het gaat om ‘zorg in de buurt’. D66 wil ‘meer banen, minder lasten en beter onderwijs.’

De slogans zijn ontworpen om iets los te maken, maar wijzen juist op de afstand tussen verbeelding en politieke praktijk, waar over kleine zaken als het kappen van een boom of een bouwvergunning gevochten wordt alsof ze van levensbelang zijn en over grote vraagstukken óf stilte heerst, óf gebrek aan echte meningsverschillen bestaat. De VVD is trots dat in gemeenten waar zij een wethouder hebben de Onroerend Zaakbelasting iets minder is gestegen dan elders – zó fundamenteel is het. De resultaten komen wel overeen met wat partijen willen, maar het lijkt potsierlijk van die grote woorden te gebruiken.

Als idealistische taal achteloos wordt ingezet voor een politiek bedrijf dat vooral lijkt te rommelen in de marge van de status-quo of dat zich uit angst kiezers te kwetsen verlustigt aan relletjes, verliest politiek geloofwaardigheid. Politici mogen beweren dat stemmen belangrijk is – ze slagen er alleen niet in het voelbaar te maken. Mensen doorzien de communicatiepraat die grote woorden klein maken. Het is deze vorm van ironie die de afname van bereidheid om te stemmen veroorzaakt.

Het nationale en nationalistische populisme uit het laatste decennium reageert op die ironie. Door te schermen met grote woorden uit de democratische traditie, probeert dat populisme politiek weer betekenis te geven. Het zoekt naar zuivering van het, in zijn ogen, verrotte bestel met het aanroepen van volk, leiderschap en natie en kleedt zich in het kostuum van de martelaar: „De elite maakt alles wat Nederland mooi maakt stuk, maar wij blijven opkomen voor gewone mensen.”

De zwakte van nationaal populisme is echter dat het reactionair is – het heeft geen programma. Als politiek leidt onder ironie, dan is populisme een vorm van kitsch. Het reageert tegen gebrek aan betekenis, maar probeert dat uit de wereld te helpen door te komen met volstrekt steriele beelden en symboliek uit het museum. Zulke kitsch heeft even weinig met de werkelijkheid te maken als de ironie van het politieke midden.

Dat jongeren, kortom, niet geïnteresseerd zijn om te stemmen is niet de schuld van hun cynisme, maar van cynische politiek die zijn eigen ironie niet ziet. Jonge mensen zijn gemotiveerd de wereld beter te maken – ze hebben alleen afnemend vertrouwen in de traditionele methoden. Nationaal populisme probeert de betekenis van politiek te herstellen, een andere beweging zoekt een methode om idealisme te kanaliseren.

Veelzeggend zijn de spectaculaire bezoekerscijfers van goednieuws-site upworthy.com, ook in Europa. Deze site – nu twee jaar oud en toegewijd aan mierzoet positief nieuws en politieke progressiviteit – werd vorige zomer gekroond tot snelst groeiende mediawebsite aller tijden. Afgelopen november verwelkomde de site ruim anderhalf keer zoveel unieke bezoekers als The New York Times. De makers zelf schrijven hun succes toe aan de bereidheid om nieuwsberichten onder vrienden te delen, omdat de online stukken ‘awesome, betekenisvol en visueel’ zijn.

Die cijfers zijn verbluffend maar waren niet mogelijk zonder vruchtbare voedingsbodem voor optimisme. De site De Correspondent, nu een half jaar los, voedt zich met deze aandrang. De auteurs bedrijven journalistiek zonder zich te schamen voor hun eigen mening. De toon is idealistisch zonder compromis – de best gelezen stukken roepen steevast op tot een ‘nieuw vooruitgangsgeloof’.

De Correspondent leeft van een decennium opgekropte progressiviteit. De tegenreactie die Fortuyn inluidde, vertegenwoordigt een nieuwe politieke correctheid en wordt al snel griezelig sleets. Hoewel de meeste politieke partijen nog bezig zijn met het verwerken van die eerste populistische revolte, dient een nieuwe zich aan.

Idealisme onder jonge mensen is niet stervende—het mobiliseert zich alleen anders en in toenemende mate buitenpolitiek. Het idealisme van jongeren keert zich af van de bestaande orde, die gezien wordt als oud, conservatief, traag, log, klef en inert. De eigenaardige overeenkomst met de Fortuynrevolte uit het vorige decennium is dat het een gelijksoortige aanklacht formuleert. Waar een andere generatie besloot tot een mars door de instituties, vindt er nu een plaats die daar uit, langs en voorbij gaat.

Silicon Valley biedt een alternatieve mal. Het is geen toeval dat de idealistische techies uit San Francisco Ayn Rand lezen of dat er in Californië een beweging bestaat die plannen maakt voor afscheiding van de Verenigde Staten. Men is onrustig en ongedurig. Oude collectieven zoals de traditionele politiek, die nieuwe ontwikkelingen tegenhouden, worden als hinderlijk en daarom steeds minder legitiem ervaren. Men keert zich niet af van de democratische idee maar van haar instellingen.

Vooralsnog is het buitenpolitieke idealisme niet erg gericht. Grootschalige organisatie ontbreekt en het besef dat het meer energie kost om de wereld te veranderen dan een startup op te richten komt traag. Maar er is nu de wil om er een succes van te maken. Redenen genoeg om dit alles onuitstaanbaar te vinden. Wat echter voor de nieuwe idealisten spreekt, is dat ze de overtuigingskracht bezitten die politiek volgens traditionele receptuur is kwijtgeraakt.

    • Thijs Kleinpaste