Voor een echte man, met lef

Een echte man draagt felgekleurde sokken met bijpassende schoenveters. Rodaan Al Galidi prijst de nieuwe trend.

Wauw, een wonder is geschied. Waar? In Nederland, waar de realiteit de magie beheerst.

Werken is het geloof van de Nederlander, en zoals de gelovige zijn tempel vol respect binnengaat, komt de Nederlander op kantoor. Eigenlijk wil een Nederlander liever niet dat een vriend hem bezoekt op zijn werk, want hij trekt er zijn persoonlijkheid uit en draagt er zijn officiële masker.

Ga een Nederlandse bank binnen, een ziekenhuis, een kantoor van de Belastingdienst en je zult verbaasd zijn. Alle Nederlanders lopen er op dezelfde manier, praten op dezelfde manier, met dezelfde woorden. Ze glimlachen op dezelfde manier, kijken chagrijnig naar jou op dezelfde manier.

Ik kende al een paar jaar een jongeman via de sportschool. Soms sprak ik met hem, vooral toen we ontdekten dat we dezelfde hobby hebben: vulpennen verzamelen. Op een dag zag ik hem bij de gemeente achter de balie staan. Hij liet niet blijken dat hij mij kende. De leeuw van de sportschool was een muis op zijn werk.

Maar ziet, aanschouw: na honderden jaren kunnen we erachter komen wie de echte man met lef is. Wat moeten daarvoor we doen? Niet veel. De test is simpel. Als je een Nederlander in kostuum op zijn werk ziet, grijs of donkerblauw, dat is zeker, buig dan je hoofd vier centimeter en kijk naar onder, naar zijn sokken en zijn veters. Daar zit opeens zijn persoonlijkheid, niet in zijn kop.

Wat in Engelstalige modebladen en op websites al een tijdje rondzoemt, is nu ook in het oude Europa opgedoken: de brave pakman die felgekleurde sokken draagt, als een Teletubbie, en daarbij nog eens bijpassende, vrolijke veters in zijn sjieke schoenen heeft geregen. Hij durft!

Dit soort mannen, in die uitgekookte combinatie van ‘every inch a gentleman’ maar wel met gewaagde sokken en veters, is sterker dan de crisis, sterker dan de baas. Ze zijn zichzelf.

Hoe mooi kan het zijn? Een vrouw zegt verliefd op een man te zijn en haar vriendin zegt dat hij toch een saaie ambtenaar is. Zij zal antwoorden: „Helemaal niet, hij draagt op zijn werk heerlijke gekleurde groene sokken met blauwe bloemetjes en gele vlindertjes en de veters zijn oranje!”

Eindelijk, eindelijk durft de Nederlandse man via zijn sokken en bijpassende veters zijn ware aard te tonen. Hoeveel eeuwen zullen nog nodig zijn voordat hij op zijn werk niet alleen plichtmatig, maar ook écht durft te glimlachen? De Nederlandse man komt uit een confectiefabriek, behalve helemaal van onderen. Daar leeft hij écht, is hij puur, in zijn schoenen.