Supervoedsel is marketing

Exotisch klinkende gewassen uit verre landen worden op steeds grotere schaal verkocht als supervoedsel. Ze krijgen het imago van natuurlijke medicijnen. In werkelijkheid is er geen enkel bewijs dat je er gezond van blijft of wordt.

Fotodienst NRC

Pas op, marketingtaal! Superfoods onderscheiden zich van gewoon eten doordat er veel meer vitaminen, mineralen, antioxidanten en flavonolen in zitten. Die zijn gezond. Ze voorkomen ziekte. Ze houden je fit. Ze genezen zelfs ziekte. Het is dus heel goed om iedere dag een cupje tarwegrassap te drinken, een handje gojibessen te eten, of wat spirulina-tabletten te slikken. Einde marketingtaal. Deze marketing is geslaagd. Eén op de tien Nederlanders eet wel eens een superfood, concludeerde het Voedingscentrum vorige week uit een eigen enquête. Het Voedingscentrum licht namens de overheid de Nederlanders voor over voeding. De optimistische conclusie over superfoods van het Voedingscentrum was: „Nederlanders blijken er niet in te trappen.”

Maar in de alledaagse werkelijkheid nemen superfoods steeds meer schapruimte in de biologische supermarkten in beslag. Hippe broodjeszaken stoppen ze in smoothies. Er verschijnen ook speciaalzaakjes. En in sommige steden toert een bestelautootje van de tarwegrasbezorgdienst rond. Overal in Nederland kan de postbode een envelop met vers tarwegras in de brievenbus bezorgen, want ook internetwinkels voor superfoods schieten als paddo’s uit de grond.

Wetenschappelijk is er geen basis voor de bijzondere eigenschappen van superfoods. Het staat niet vast wat eronder valt. Het Voedingscentrum noemt als voorbeelden: „Gojibessen, cacaobonen, hennepzaad, tarwegras. Maar ook bessen, rode druiven, knoflook, vette vis (omega-3-vetzuren), olijfolie, bepaalde noten en donkere chocolade.”

In de winkelschappen staan exotischer producten, zoals açaí-poeder (verbrandt buikvet!) en maca-poeder (goed voor energie en libido!). En nog veel meer. Op andere lijstjes prijkt ook broccoli, maar vooral producten die van ver komen schoppen het tot superfood. Het helpt als er een mooi verhaal bij bestaat. „Maca is een knolgewas dat op grote hoogte, tussen 3.500 en 4.500 meter boven zeeniveau, in de Peruaanse Andes groeit en de Peruanen doen er alles aan om dit geliefde gewas te koesteren. Het wordt gedroogd en gemalen op de traditionele manier om de kostbare vezels en koolhydraten te behouden”, schrijft superfoodverkoper De Tuinen op zijn website.

Voeding heeft invloed op de gezondheid. Dat is zeker. De hoeveelheid en de samenstelling zijn belangrijk. Wie te veel eet wordt te dik en dat is op den duur ongezond.

Om te veel gaat het niet bij die superfoods. Een handje gojibessen per dag is genoeg. Tarwegrassap wordt geserveerd in kleine glaasjes en is bovendien caloriearm. Het gaat om de samenstelling.

Daar begint het probleem voor de onderzoeker en voor de consument. Wie bang is voor te weinig vitaminen en mineralen kan naast zijn dagelijkse portie groente en fruit een multivitaminepil slikken. Op de verpakking staat precies wat er in zit.

De superfoodhandel prijst zijn waar aan als natuurlijk alternatief voor vitaminepillen. Maar in de gewone voedingsmiddelentabellen komen die exotische producten niet voor. Op internet zijn wel tabellen te vinden met de voedingswaarden van die superfoods. Maar leg er een paar naast elkaar en de verwarring slaat toe.

Chiazaad bijvoorbeeld. Veel superfoodverkopers roemen het ‘gezond hoge’ gehalte aan magnesium in chiazaad. Maar er is een tabel die zegt dat magnesium ontbreekt in chiazaad. De ander houdt het op een dosis van 390 milligram per 100 gram chiazaad. De Nederlandse Gezondheidsraad adviseert 300-350 mg per dag voor mannen en 250-350 mg voor vrouwen.

Vergeten groente

Veel superfoods lijken wel vergeten groente. Tarwegras was in de jaren dertig al eens populair. De Amerikaanse landbouwchemicus Charles Schnabel ging het produceren. Zijn blikjes tarwegraspoeder vonden twee decennia lang gretig aftrek. In de jaren tachtig prees Ann Wigmore (een holistisch voedingskundige uit Litouwen) tarwegras aan als medicijn tegen diabetes, en later als geneesmiddel tegen aids. Beide keren hield ze ermee op na dreigende rechtszaken door de aanklager van Massachusetts. Wigmore dacht dat gras gezond was, staat in een kritische tarwegrasbespreking van de American Cancer Society, omdat honden en katten die zich niet lekker voelen ook gras gaan eten.

Voedingsonderzoek is niet makkelijk. Op vitaminen na zijn er geen voedingsbestanddelen die ziekten genezen. Er zijn wel diëten – gecombineerde voedingsmiddelen in de juiste hoeveelheden – die bijvoorbeeld diabetes type II verminderen of zelfs laten verdwijnen. De patiënten bereiken dat door af te vallen en gezondere vetten te eten.

Het is niet te verwachten dat superfoods in hun eentje iets uit kunnen richten. Het is wetenschappelijk nooit aangetoond en het is eigenlijk ook niet geprobeerd.

Neem het onderzoek naar de cholesterolverlagende werking van spirulina. Dat is waarschijnlijk nog het best onderzochte superfood. Tussen 1988 en 2008 zijn er maar liefst elf onderzoeken bij mensen gedaan. Sommige bij gezonde vrijwilligers, andere bij suiker- of hartpatiënten. Ze duurden twee tot vijf maanden. De onderzoekers keken naar bloeddruk, cholesterolgehalte, bloedsuiker en andere laboratoriumwaarden.

Ze keken niet naar de gezondheid van de deelnemers. Maar wat we willen weten is of mensen beter worden, niet of hun bloeddruk of cholesterolgehalte daalt. De onderzoeken hadden 12 tot 78 deelnemers. „Te weinig deelnemers en een aantal onderzoeken waren slecht opgezet”, oordelen twee onderzoekers in een review over gezondheidsstudies naar spirulina (Cardiovasculair Therapeutics, augustus 2010).

Na een speurtocht in de wetenschappelijke literatuur rest de conclusie dat het Voedingscentrum gelijk heeft met zijn bewering dat de gezondheidseffecten onvoldoende zijn onderbouwd.

    • Wim Köhler