Superonzin

Achtergrond

Eén op de tien Nederlanders eet weleens een superfood: exotische gewassen met een imago van natuurlijke medicijnen. In werkelijkheid is er geen enkel bewijs dat het werkt.

tekst Wim Köhler foto’s Anne Geene

Het beeld bij dit artikel is een experiment van fotograaf Anne Geene met vier verschillende superfoods (spirulina, tarwegras, gojibessen en chiazaad). Geene liet elke keer een dier kiezen tussen tarwebrood en een superfood. Zonder uitzondering kozen de verschillende dieren voor het tarwebrood.

Superfoods onderscheiden zich van gewoon eten doordat er veel meer vitaminen, mineralen, antioxidanten en flavonolen in zitten. Die zijn gezond. Ze voorkomen ziekte. Ze houden je fit. Ze genezen zelfs ziekte.

Het is dus heel goed om iedere dag een cupje tarwegrassap te drinken, een handje gojibessen te eten, of wat spirulina-tabletten te slikken.

Dat is marketingtaal. En de marketing is geslaagd. Eén op de tien Nederlanders eet weleens een superfood, concludeerde het Voedingscentrum vorige week uit een eigen enquête. Het Voedingscentrum licht namens de overheid Nederlanders voor over voeding. De conclusie over superfoods van het Voedingscentrum was: „Nederlanders blijken er niet in te trappen.”

In de alledaagse werkelijkheid nemen superfoods steeds meer schapruimte in de biologische supermarkten in beslag. Hippe broodjeszaken stoppen ze in smoothies. In sommige steden toert een bestelautootje van de tarwegrasbezorgdienst rond.

Wetenschappelijk gezien is er geen basis voor de bijzondere eigenschappen van superfoods. Het staat niet vast wat eronder valt. Het Voedingscentrum noemt als voorbeelden: „Gojibessen, cacaobonen, hennepzaad, tarwegras. Maar ook bessen, rode druiven, knoflook, vette vis (omega-3-vetzuren), olijfolie, bepaalde noten en donkere chocolade.”

In de winkelschappen staan exotischer producten, zoals açaí-poeder (verbrandt buikvet!) en maca-poeder (goed voor energie en libido!). En nog veel meer. Op andere lijstjes prijkt ook broccoli, maar vooral producten die van ver komen schoppen het tot superfood. Het helpt als er een mooi verhaal bij bestaat. „Maca is een knolgewas dat op grote hoogte, tussen 3.500 en 4.500 meter boven zeeniveau, in de Peruaanse Andes groeit en de Peruanen doen er alles aan om dit geliefde gewas te koesteren. Het wordt gedroogd en gemalen op de traditionele manier om de kostbare vezels en koolhydraten te behouden”, schrijft superfoodverkoper De Tuinen op zijn site.

Natuurlijk vitamine-alternatief

Voeding heeft invloed op de gezondheid. Dat is zeker. Hoeveelheid en samenstelling zijn belangrijk. Wie te veel eet wordt te dik en dat is op den duur ongezond.

Om een teveel gaat het niet bij die superfoods. Een handje gojibessen per dag is genoeg. Tarwegrassap wordt geserveerd in kleine glaasjes en is bovendien caloriearm. Het gaat om de samenstelling.

Daar begint het probleem voor de onderzoeker en voor de consument. Wie bang is voor te weinig vitaminen en mineralen kan naast zijn dagelijkse portie groente en fruit een multivitaminepil slikken. Op de verpakking staat precies wat erin zit. De superfoodhandel prijst zijn waar aan als natuurlijk alternatief voor vitaminepillen. Maar in de gewone voedingsmiddelentabellen komen die exotische producten niet voor. Op internet zijn wel tabellen te vinden met de voedingswaarden van die superfoods. Maar leg er een paar naast elkaar en de verwarring slaat toe.

Neem chiazaad. Veel superfoodverkopers roemen het ‘gezond hoge’ gehalte aan magnesium in chiazaad. Maar er is een tabel die zegt dat magnesium ontbreekt in chiazaad. De ander houdt het op een dosis van 390 milligram per 100 gram chiazaad. De Nederlandse Gezondheidsraad adviseert 300-350 mg per dag voor mannen en 250-350 mg voor vrouwen.

Voedingsonderzoek is niet makkelijk. Er is geen voedingsmiddel dat ziekten geneest. Er zijn wel diëten – gecombineerde voedingsmiddelen in de juiste hoeveelheden – die bijvoorbeeld diabetes type II verminderen of zelfs laten verdwijnen. De patiënten bereiken dat door af te vallen, gezondere vetten en minder ongezonde ingrediënten te eten.

Het is niet te verwachten dat superfoods in hun eentje iets uit kunnen halen. Het is nooit aangetoond en het is eigenlijk ook niet geprobeerd.

Neem het onderzoek naar de cholesterolverlagende werking van spirulina. Dat is waarschijnlijk nog het best onderzochte superfood. Tussen 1988 en 2008 zijn er maar liefst elf onderzoeken bij mensen gedaan. Sommige bij gezonde vrijwilligers, andere bij suiker- of hartpatiënten. Ze duurden twee tot vijf maanden. De onderzoekers keken naar bloeddruk, cholesterolgehalte, bloedsuiker en andere laboratoriumwaarden.

Ze keken niet naar de gezondheid van de deelnemers. Maar wat we willen weten is of mensen beter worden, niet of hun bloeddruk of cholesterolgehalte daalt. De onderzoeken hadden 12 tot 78 deelnemers. „Te weinig deelnemers en een aantal onderzoeken was slecht opgezet”, oordelen twee onderzoekers in een review over gezondheidsstudies naar spirulina (Cardiovasculair Therapeutics, augustus 2010).

Na een speurtocht in de wetenschappelijke literatuur rest de conclusie dat het Voedingscentrum gelijk heeft met zijn bewering dat de gezondheidseffecten onvoldoende zijn onderbouwd. >>