Staatsvrouw Merkel wijst Nederland ook de weg

1 maart 2014 – Wat een zegen dat Angela Merkel bondskanselier is. Haar historische toespraak tot het Britse parlement donderdag klinkt na als een beleefde maar dringende oproep aan Groot-Brittannië terug te keren uit de doodlopende steeg van het anti-europeanisme. Ook voor Nederland had zij een impliciete oproep tot nationale volwassenheid. In haar humane, zorgvuldige

1 maart 2014 - Wat een zegen dat Angela Merkel bondskanselier is. Haar historische toespraak tot het Britse parlement donderdag klinkt na als een beleefde maar dringende oproep aan Groot-Brittannië terug te keren uit de doodlopende steeg van het anti-europeanisme. Ook voor Nederland had zij een impliciete oproep tot nationale volwassenheid.

In haar humane, zorgvuldige redevoering stond de Duitse bondskanselier niet langer dan nodig stil bij de rampen van de twintigste eeuw. Zij aanvaardde Duitslands historische schuld. Zij prees het immense offer dat de Britten hebben gebracht om de democratische rechtsstaat te herstellen in West-Europa. Groot-Brittannië hoeft zijn Europese roeping niet te bewijzen, citeerde Merkel de Duitse president Richard von Weizsäcker, dertig jaar geleden in het zelfde Westminster Palace.

En toen kwam Merkels  elegant geformuleerde klemmend beroep. In de 21ste eeuw kunnen onze landen alleen ‘verenigd en vastbesloten’ hun rol als economische en machtspolitieke factor van betekenis in de wereld spelen. Alleen dan kunnen wij onze veiligheid bewaken en andere regio’s tot voorbeeld zijn.

,,Dat – en niet minder – moet ons gemeenschappelijke doel zijn. Dat zie ik als de opgave van onze generatie. Daar  hebben wij een sterk Verenigd Koninkrijk met een krachtige stem binnen de Europese Unie voor nodig.’’ Het was, zoals het weekblad The Economist vaststelde, een oproep af te zien van een koers die van Groot-Brittannië ‘een overbodig koninkrijk’ maakt.

Wat heeft dat met Nederland te maken? Veel. Den Haag is vergeleken met Berlijn en Londen  altijd betrekkelijk irrelevant geweest. Men is beleefd als wij het ook zijn. Voor onszelf zijn we niet onbelangrijk. Waarom gedragen we ons dan zo? Dit is het enige land dat we hebben.

Opeenvolgende kabinetten hebben op de automatische piloot allerlei vormen van Europese integratie gesteund. Zonder het grotere verhaal en de onderliggende keuzes serieus ter discussie te stellen. Nu klinkt, opgejaagd door de Europa-afwijzers, een gematigd gemopper. Terwijl de Brusselse economische integratie-machine doordraait. Het Europees Parlement nodigt Oekraïne doodleuk uit lid te worden.

Een vergelijkbaar soort halfpraat wordt steevast toegepast als het over nationale veiligheid gaat. De VOC-republiek had een kanjer van een vloot om onze handelsbelangen te beschermen. In de 18e eeuw werden we vredesapostelen. Internationaal recht in plaats van kanonnen. Bij de Eerste Wereldoorlog keken we met succes de andere kant op. Bij de Tweede lukte dat niet echt.

De ‘politionele acties’ eind jaren ’40 tegen de ‘rebellen’ in Nederlands Indië waren ook om onze  handel te beschermen. Aan de Koreaanse Oorlog van begin jaren ’50 leverden we een piepkleine bijdrage. Aan  Vietnam  deden we dapper mee, met spandoek en collectebus.

Oorlog is niet ons ding. Liever sociale dan krijgsmedailles. We hebben weinig oog voor wie geestelijk kapot terugkeert uit onze snippers echte oorlog, Srebrenica, Uruzgan, Kunduz, ‘vredesmissies’ met voor sommigen een ingrijpende afloop.

Je hoeft niet van oorlog te houden om een krijgsmacht op de been te houden. Nederland doet eigenlijk allebei niet. De vernedering van de Tweede Wereldoorlog heeft niet gezorgd dat landsverdediging een vanzelfsprekende prioriteit kreeg. Na de Val van de Muur kon de toch al bescheiden Nederlandse defensie-inspanning verder worden verminderd.

Net als bij de vrij plotse bijna-afschaffing van de ontwikkelingshulp, is er vrijwel geen defensiediscussie. Het Midden-Oosten is al decennia explosief. De illusie dat het aan de oostgrenzen van de Europese Unie veilig toegaat is sinds de ontrafeling van Sovjetrijk nog niet bewaarheid. Mali is voor de Navo-punten. Nu de Krim in brand staat ontdekt men  ‘de terugkeer van de geopolitiek’. Maar die was nooit weg.

Het ontbreken van een Nederlands veiligheidsbewustzijn geeft alle partijen een vrijbrief te bezuinigen op defensie. De regering houdt vol dat we ‘in het hoogste geweldsspectrum’ kunnen blijven vechten. Ook al gaan hele krijgsmachtonderdelen en wapensystemen in de uitverkoop. We staan pal, ver weg op vredesmissie, ter ondersteuning van bondgenoten, dichtbij in de ouderwetse luchtoorlog. Maar niet heus.

De gedroomde JSF F-35 Lightning is inmiddels zo duur geworden dat Nederland er geen 120, geen 86, geen 60 maar hooguit 37 kan kopen. Deze veelzijdig bedoelde straaljager lijkt verouderd voordat hij in bedrijf wordt genomen. Zoals militair historicus Chris Klep, die net zijn Dossier JSF publiceerde, zegt: sommige (onbemande) drones kunnen al 80 procent van wat de JSF hopelijk kan, en kosten een kwart.

Zelfs die paar JSF’s leggen een zodanig beslag op de defensiebegroting dat landmacht en marine mank ten strijde trekken. We maken onszelf wijs dat we op alle fronten meedoen. Voor half geld. Is onze onafhankelijkheid ons zo weinig waard? Maakt het niet uit als een nu nog vaag geïdentificeerde tegenstander hier binnenloopt? Een groot deel van de wereld leeft in dagelijkse onveiligheid. Waarom zou ons dat automatisch bespaard blijven?

Angela Merkel heeft gelijk. We kunnen beter de werkelijkheid onder  ogen zien. Vrede en welvaart zijn geen natuurrechten. Je moet er hard voor werken. Met de opkomst van nieuwe - en het grommen van oude supermachten kunnen we beter zelfbewust en verenigd-waar-nodig vechten voor waar we in geloven.

Dat is lastig met een defensie die nog uitgaat van automatische  vrede in eigen huis. Op twee uur vliegen van burgeroorlog en genocide.

opklaringen@nrc.nl; twitter: @marcchavannes

    • Marc Chavannes