Rancune aan zee

Wantrouwen regeert Den Helder. Wethouders en burgemeesters sneuvelen er vaker dan elders. Het besluit over een nieuw stadhuis illustreert de chaos. Dat komt er nu, na jaren gedoe. Of toch niet. Want in ‘Palermo aan het Marsdiep’ zijn de verkiezingen de ‘bel voor een nieuwe ronde’.

De oppositie heeft uit protest de raadszaal verlaten bij de vergadering, op 17 februari, over het bestemmingsplan voor het nieuwe stadhuis.

Het ei dat vanaf de publieke tribune wordt gegooid, is bedoeld voor een wethouder maar treft begin dit jaar burgemeester Koen Schuiling. Die schorst kort de vergadering. Dan, even onderkoeld als geroutineerd tegen een bode: „Een doekje zou handig zijn.”

Welkom in Den Helder, de marinestad in de uiterste punt van Noord-Holland waar de Nederlandse onvrede zich prominent manifesteert in de lokale politiek: verdachtmakingen, rancune, afsplitsingen en talloze overlopers naar andere partijen. Het leidt al decennia tot politieke spanning. Burgemeester Schuiling: „We hebben een gi-gan-tisch imagoprobleem.”

Uniek is de politieke onrust in de stad allerminst. Het nabijgelegen Beverwijk, het Groningse Delfzijl, het Overijsselse Losser en het Brabantse Zundert; iedere provincie heeft wel een ‘bestuurlijke probleemgemeente’. Plaatsen waar burgemeesters en wethouders bovengemiddeld vaak moeten terugtreden, meestal als gevolg van een gebrek aan politieke samenwerking en onderling vertrouwen.

Zo ook Den Helder (56.000 inwoners). In de afgelopen 25 jaar versleet de stad zeven burgemeesters en tientallen wethouders, maar verhoudingsgewijs weinig raadsleden. Wie eenmaal actief is in de Helderse politiek, draait doorgaans jaren mee. Is het niet als raadslid, dan toch als lid van het partijbestuur. „Er is ontzettend weinig doorstroming”, zegt burgemeester Schuiling (55). En wil men niet verder in partijverband, dan is er de veelvuldig gebruikte mogelijkheid tot afsplitsing.

Alle problemen in de Helderse politiek komen samen in, hoe klassiek, de bouw van een nieuw stadhuis. Voorstanders spreken van „een noodzaak”. Critici noemen het project „de JSF van Den Helder”, in een verwijzing naar het miljoenenverslindende straaljagerproject van Defensie.

Aan de vooravond van de verkiezingen van maart 2010 gloort in de stad de hoop dat snel met de bouw kan worden begonnen. De stembusgang, hoogtepunt van de democratie, moet het einde markeren van een lange geschiedenis van besluiteloosheid. Na opnieuw een interim-burgemeester is er met de immer beheerste VVD’er Schuiling eindelijk weer een volwaardige burgemeester aangetreden. Onder zijn leiding zal het tij moeten keren.

Maar dat is buiten de middelpuntvliedende krachten in de nieuwe coalitie gerekend. De opkomst bij de verkiezingen in 2010 is met 45 procent nog lager dan in 2006 en ligt bijna 10 procent onder het landelijk gemiddelde. Grote winnaar is Trots op Nederland, de debuterende partij van voormalig VVD-minister Rita Verdonk. Uit het niets verovert de partij 5 van de 31 raadszetels. Met de VVD wordt Trots de grootste partij. De PvdA, tot dan de grootste partij met 8 zetels, halveert. De liberalen zien hun kans schoon en lozen de daarover verbijsterde sociaal-democraten.

Met Trots, D66 en CDA vormt de VVD een coalitie, al is de meerderheid met 17 zetels krap. PvdA-raadslid Andries Pruiksma (66), terugblikkend: „Dat instabiele karretje ging zich vastrijden in de stront. Dat zag ik meteen.”

Hij krijgt gelijk. Paul Walgering, de enige wethouder van Trots in het hele land, stapt in augustus 2010 plotseling op. Tot verontwaardiging van burgemeester Schuiling en de andere leden van het stadsbestuur. Temeer omdat de mededeling via Twitter tot ze komt. ‘Trots-fractie is een ballenzooitje’, luidt de tweet.

In de jaren die volgen, ontvangt Walgering 136.000 euro wachtgeld voor zijn wethouderschap dat vier maanden duurde. D66-fractievoorzitter Lolke Kuipers is er nog boos over: „De schooier.”

In aanwezigheid van Rita Verdonk laat Trots kort daarop een nieuwe wethouder installeren, al is de partij daarmee niet uit de problemen. De fractievoorzitter raakt overspannen en twee raadsleden stappen over naar andere partijen. Een jaar na de start is de coalitie haar nipte meerderheid kwijt.

Politiek theater

Om door te kunnen is de coalitie aangewezen op de steun van de ChristenUnie en Behoorlijk Bestuur, een eenmanspartij van voormalig marineofficier Roel Prins. Een eloquente maar onberekenbare man met een voorliefde voor politiek theater. Veel keuze heeft de coalitie niet. Andere partijen weigeren tussentijds aan te schuiven.

Na lichte aanpassing van het programma-akkoord kan het stadsbestuur door. Eindelijk komt er enige vaart in de besluitvorming. Zo pakt burgemeester Schuiling de onveiligheid in de stad aan en valt de beslissing voor een nieuwe bibliotheek en schouwburg. Toch is een conflict in of met de raad nooit ver weg. De cultuur waarin op de man wordt gespeeld, is niet verdwenen. Raadsleden maken elkaar in vergaderingen uit voor „klootzak” en „kutwijf”. Schuiling: „De onderlinge bejegening kan beter.” Als voorzitter van de gemeenteraad wijst hij grofgebekte raadsleden consequent terecht. Al is dat op zijn manier, zeggen Schuilings medestanders: vriendelijk, maar weinig resoluut.

In oktober 2012 klapt de boel opnieuw. Aanleiding is de omstreden bouw van het nieuwe stadhuis als onderdeel van de renovatie van het zielloze centrum van de stad. Een gebied dat al jaren roept om een ingreep. Een Volkskrant-column van Martin Bril uit 2003 waarin hij de troosteloosheid van de plek treffend beschrijft nadat er een Antilliaanse jongen gewelddadig om het leven is gebracht, geldt als historisch bewijs daarvan. „Op zo’n plein waar het stevig kan waaien, dwarrelt een lege chipszak rond.”

Toch is het raadsbesluit uit 2008 om te gaan bouwen allerminst een garantie voor de uitvoering. In Den Helder kan op ieder besluit worden teruggekomen. Is het niet linksom dan wel rechtsom. Zo blijkt ook nu. De ChristenUnie en Behoorlijk Bestuur trekken eind 2012 hun steun in: ze zijn tegen een nieuw stadhuis.

De stad is terug bij af, de gemeente blijft gehuisvest in een voormalig bejaardentehuis in een uithoek van de stad dat ruim twintig jaar daarvoor als tijdelijk onderkomen is betrokken. De zoveelste crisis in de recente geschiedenis van Den Helder is een feit.

Noodsignaal

Waarom gaat het keer op keer mis in Den Helder? Hoogleraar en PvdA-coryfee Arie van der Zwan beschrijft al in 1998 het fundament van de Helderse onvrede. De economische structuur van de stad is te „eenzijdig” op de marine gebaseerd, en dat heeft gevolgen voor de bevolkingssamenstelling. „Stationering van hoger personeel is veelal op tijdelijke basis terwijl lager personeel zich wel vestigt in Den Helder.” Dat biedt in combinatie met de geïsoleerde ligging een alarmerend toekomstperspectief. Jonge mensen met potentie verlaten al jaren de stad, de lager opgeleide ouderen blijven achter. Er is volgens Van der Zwan sprake van een „braindrain”, mede het gevolg van wegtrekkende opleidingsinstituten. De stad telt ruim honderd verschillende nationaliteiten, de werkeloosheid ligt boven het landelijk gemiddelde, het gemiddelde inkomen er ruim onder.

De problemen trekken hun sporen in de gemeentepolitiek waarin de hiërarchische verhoudingen van de marine soms zichtbaar zijn. Niet zelden treffen voormalig leidinggevenden daar hun ondergeschikten die zich „niet nogmaals de les laten lezen”, aldus één van hen. Het verstart de toch al moeizame verhoudingen in de gemeenteraad nog verder.

De bestuurscrises in ‘Palermo aan het Marsdiep’, zoals de stad in de volksmond heet, volgen elkaar in de loop der jaren in rap tempo op. De aanleiding verschilt – niet toelaten van gokkasten op een scheepswerf, de (vermeende) diefstal van een gouden ketting door een wethouder, ambtelijke corruptie en de woonlasten van de burgemeester – maar de analyse is steeds dezelfde: „Het bestuur in Den Helder kenmerkt zich door verziekte verhoudingen die zodanig zijn ingebakken dat het als een virus alles en iedereen lijkt te besmetten. Het hele ambtelijke en politieke systeem is ermee besmet,” constateren onderzoekers in 2004. De titel van hun ongenadige rapport: ‘Den Helder: doe normaal’.

Uitgepraat

Dat is precies wat burgemeester Schuiling denkt als het college in oktober 2012 opnieuw vastloopt op het nieuwe stadhuis. Gezeten achter zijn bureau op zijn werkkamer in een oude wooneenheid met laag plafond en een staande klok, breekt Schuiling zich het hoofd over de ontstane impasse. Hij roept de hulp in van Jos Feijtel en Fons Asselbergs, mannen die onder meer als wethouder voor de PvdA hun sporen in het openbaar bestuur hebben verdiend.

Aan hen de opdracht de pijnpunten rond het stadhuisdossier en de mogelijkheden voor uitbreiding van het college te inventariseren. De politieke stellingen blijken echter al te zijn ingenomen. Herhaald onderzoek waaruit blijkt dat nieuwbouw op termijn voordeliger is dan de enorme onderhoudskosten van het huidige onderkomen, acht de oppositie „verdacht”.

Geen enkele oppositiepartij is dan ook bereid het college tussentijds te komen versterken. Ook de PvdA niet. De sociaaldemocraten weigeren überhaupt te praten over mogelijke deelname. Asselbergs, net als Feijtel al decennia actief voor de PvdA: „Ik schaamde me kapot voor mijn eigen partij.”

Zelfs het aanbod van PvdA-voorzitter Hans Spekman om te komen praten over de crisis, wordt door de Helderse fractie resoluut afgeslagen. Feijtel: „Dan ben je letterlijk uitgepraat.” PvdA-roerganger Andries Pruiksma: „Wij laten ons niet voor een karretje spannen dat de verkeerde kant op rijdt.”

De „verbijstering” van zijn partijgenoten Feijtel en Asselbergs dat de PvdA niet eens wilde praten, doen hem niks. „Die mannen maken mij de pis niet lauw. Ik heb mijn hele leven gestreden tegen opgedrongen gezag. Dat zal nooit veranderen.”

Feijtel grijpt begin 2013 de presentatie van zijn rapport aan om de gemeenteraad ongezouten de waarheid te zeggen. „De onwelwillendheid die we hier hebben ontmoet, is onovertroffen.” Terugblikkend: „Ja, ik heb ze toen echt alle hoeken van de raadszaal laten zien.” Reden voor onder meer de PvdA-fractie de zaal te verlaten. Feijtel: „Achteraf denk ik: het was geen goede bijdrage maar ik was echt helemaal klaar met die mensen. Ik heb het nooit erger meegemaakt dan in Den Helder.”

Rijdende rechter

De coalitie gaat door als een minderheidscollege, een unicum in het lokale bestuur. Al snel blijkt waarom: voor ieder besluit is de coalitie afhankelijk van de grillen van de oppositie. Die blijkt één steunpilaar te tellen: het welbespraakte ChristenUnie-raadslid Willem Koning, waardoor de coalitie in het geval van het stadhuis toch een meerderheid heeft: 16 tegen 15.

Konings brisante positie is aanleiding voor andere oppositiepartijen zijn integriteit openlijk en stelselmatig in twijfel te trekken. Een afgedwongen onderzoek naar mogelijke belangenverstrengeling door de stadsadvocaat, dat Koning geheel vrijpleit, verandert daar niets aan. Zelfs niet voor Konings’ fractievoorzitter, Tjitske Biersteker. Op de vraag van deze krant of ze haar hand voor Koning in het vuur steekt, antwoordt ze: „Daar zeg ik niks op.” Koning: „Ik heb besloten de vuilspuiterij te negeren, hoe moeilijk dat ook is. De ChristenUnie is mijn partij. Vooralsnog.”

De ChristenUnie, inclusief de landelijke partijtop, laat het op zijn beloop. Aanwezigen in de gereformeerde kerk in Den Helder, waarvan zowel Koning als Biersteker lid is, bidden in januari daarentegen voor ‘de ontwikkelingen binnen de partij’. Biersteker: „Dat vond ik heel bijzonder.”

Maandagavond 10 februari ziet de oppositie een volgende kans de bouw van het nieuwe stadhuis te blokkeren. Op de agenda van de raad staat het bestemmingsplan. Normaliter een formaliteit na een bouwbesluit. Niet in Den Helder. De oppositie eist dat het plan van tafel gaat. „Wij zijn nog niet toe aan een beslissing”, stelt de eenmansfractie van GroenLinks namens „de gehele oppositie”. Wat volgt is een herhaling van zetten. Reeds lang ingenomen standpunten worden andermaal herhaald.

Dan is PvdA’er Pruiksma, als altijd gestoken in een ruimbemeten bontgekleurd shirt, het zat. „Voorzitter, het valt me op dat D66 en VVD erg op de inhoud ingaan.”

Voorzitter: „Dat staat iedere partij vrij, meneer Pruiksma.”

Na uren vergaderen gaat het bestemmingsplan voor het stadhuis van tafel. ‘Steunpilaar’ Koning is ziek. Namens zijn partij stemt fractievoorzitter Biersteker in met verwerping van het plan. Biersteker: „Het is niet besluitrijp.” Een inwoner op de publieke tribune: „Wat een beschamende vertoning. Zoals vaak hier.”

Wanneer het bestemmingsplan een week later op initiatief van de coalitie opnieuw in stemming wordt gebracht, haalt het dankzij de weer herstelde Koning alsnog een meerderheid.

De oppositie weigert het aan te zien. Onder leiding van PvdA’er Pruiksma verlaat ze uit protest de zaal. Feijtel, die de gebeurtenissen nog altijd op afstand volgt: „Een déjà vu. Dat deed de PvdA ook bij de presentatie van mijn rapport.” Dan, met een glimlach: „Zoals de Helderse politiek één groot déjà vu is.” Want nog steeds is de komst van het nieuwe stadhuis niet zeker. In Den Helder zijn de verkiezingen de bel voor een volgende ronde met mogelijk nieuwe kansen. Onderzoeker Fons Asselbergs: „De afrekencultuur is hardnekkig. Daar gaan de gemeenteraadsverkiezingen geen verandering in brengen.” De oplossing? Asselbergs: „Ik vrees dat De rijdende rechter nodig is om alle conflicten te beslechten.”