Ondernemen in de sloppenwijk

‘Mijn toekomstplannen? Ik wil mijn eigen bedrijf beginnen. Sinds ik heb geleerd hoe ik rokken moet naaien, verdien ik zelf geld. Ik kan voor mijn twee kinderen zorgen”, vertelt Grace Mwangi. „Ik spaar nu voor een tweede naaimachine, zodat ik iemand erbij kan nemen.”

We zitten met z’n zessen in een ruimte van twee bij tweeënhalve meter. Het is het werk- en leefgedeelte van het hutje van Grace en haar gezin. Ze is een van de meer dan 600.000 inwoners van Kibera, de grootste sloppenwijk van Nairobi, Kenia.

De hut van Grace is er eentje zoals je ze kent van tv. Golfplaten muren en dak. Aan een smal zandpad dat vol ligt met afval en waar een open riool door stroomt. Maar iets kennen van tv of er zelf zitten, dat maakt verschil. Aan de ene kant word je wanhopig van de armoede, het vuil en de stank. Aan de andere kant voel je hoop als je Grace in de ogen kijkt en haar hoort spreken over haar dromen.

Dit is mijn derde bezoek aan Nairobi in vijf jaar. De agenda is gevuld met lesgeven aan studenten – afkomstig uit de armste bevolkingsgroepen – die deelnemen aan een programma van hulporganisatie Compassion en uit het bezoeken van allerlei projecten in de sloppenwijken. Van de meer dan drie miljoen mensen die in Nairobi leven, wonen er meer dan twee miljoen in zo’n ‘slum’.

Bijzonder aan dit bezoek is dat veel mensen die ik spreek het hebben over ondernemerschap en start-ups. Zowel de studenten als een jonge moeder in de sloppenwijken.

Volgens ontwikkelingseconoom Jeffrey Sachs, hoofd van het VN Millennium Project, gaat het langzaam maar gestaag iets beter met Afrika. En dat is volgens hem grotendeels te danken aan de economische groei. Tussen 1990 en 2000 lag de gemiddelde groei op 2,3 procent per jaar. Tussen 2000 en 2010 was dat 5,7 procent (cijfers van de Wereldbank).

Volgens Sachs is de introductie van mobiele telefoons een belangrijke factor geweest in het aanjagen van de groei. En wie om zich heen kijkt in de sloppenwijken van Nairobi geeft hem meteen gelijk. Overal zijn mensen zaken aan het regelen via hun mobieltje. Net als in Nederland heeft ook hier de introductie van moderne communicatietechnologie de mogelijkheden voor kleinschalig ondernemerschap enorm vergroot.

Natuurlijk. Veel kansarme Kenianen die je spreekt geloven nog steeds dat de regering moet zorgen voor alles: geld, banen, huizen. Ook veel afgestudeerden hopen op banen bij de overheid of een groot, bekend bedrijf.

Maar steeds vaker hoor je daarnaast een onafhankelijk geluid: we moeten niet wachten op de overheid of andere gevestigde instituties, we moeten zelf aan de slag. Laat de overheid zorgen voor onderwijs en infrastructuur: schoon water, riolering, wegen. Laat de grote bedrijven investeren en groeien. Maar laat mij m’n gang gaan met mijn eigen onderneming. Of dat nu een kraampje met groente en fruit is in een sloppenwijk. Of een softwarebedrijf dat begint op een studentenkamer.

„Armoede zit niet alleen in je portemonnee”, zegt Isaac Irungu tegen mij. Hij is net afgestudeerd in economie en statistiek, maar komt oorspronkelijk uit een sloppenwijk. „Armoede zit ook tussen je oren. Pas wanneer je leert en ontdekt dat je zelf invloed hebt op je situatie, pas als je echt gaat geloven dat je zelf iets kunt veranderen, pas dan durf je ook dromen en ambities te gaan koesteren.”

    • Ben Tiggelaar