Nog nooit was de oorlogskas zo groot

De financiële slagkracht van Angelsaksische investeringsfondsen is terug op het niveau van voor de crisis. Meer dan 1.000 miljard dollar ligt op de plank klaar voor overnames.

Illustratie Tom Wientjes

Leon Black zit in de zwarte cijfers. De oprichter en bestuursvoorzitter van de Amerikaanse investeringsmaatschappij Apollo Global Management verdiende vorig jaar meer dan een half miljard dollar. Gewoon lopende inkomsten: salaris en het dividend op zijn aandelen in de beursgenoteerde investeringsmaatschappij.

Black is niet de enige die goed verdient. De negen oprichters en boegbeelden van de vier grootste beursgenoteerde Amerikaanse private-equityfondsen hebben vorig jaar gezamenlijk 2,5 miljard dollar verdiend. Dat is 1,8 miljard euro: een verdubbeling ten opzichte van 2012.

Zij zijn het gezicht van een aantrekkende Amerikaanse economie. De huizenmarkt herstelt, de beurskoersen stijgen, de managers in private equity oogsten. En hoe.

Met de handel in bedrijven hebben financiële ondernemingen als Blackstone, Carlyle (moeder van het Nederlandse Alpinvest) en Apollo vorig jaar de beste resultaten geboekt sinds de financiële crisis van 2008. Dankzij de miljardeninvesteringen van grote beleggers – vooral pensioenfondsen, verzekeraars en de beleggingsfondsen van Amerikaanse universiteiten – kunnen de investeringsmaatschappijen de meest uiteenlopende bedrijven kopen. Van mijnbouwondernemingen tot mode-imperia, van chemiegiganten tot uitgevers. En hun financiële slagkracht heeft weer pre-crisisniveaus bereikt. Hun oorlogskas is nog nooit zo groot geweest. De fondsen zitten wereldwijd op zogenoemd dry powder – ‘droog kruit’ – van 1.062 miljard dollar (760 miljard euro).

Wat de topmannen verdienen is alleen zichtbaar bij de beursgenoteerde investeringsmaatschappijen. De cijfers van niet-beursgenoteerde fondsen zijn onbekend. Zo is niet openbaar wat er wordt verdiend bij grote spelers als Bain Capital (waar de Republikeinse politicus Mitt Romney zijn vermogen verdiende) en TPG Capital. Wel is duidelijk dat de top van de Carlyle Group, de oprichters van Kohlberg Kravis Roberts (KKR) en de bestuursvoorzitter van de Blackstone Group hun inkomens in 2013 zagen groeien met bedragen waar de gemiddelde banktopman slechts van kan dromen.

De bankier Jamie Dimon van JP Morgan kreeg kort geleden veel kritiek vanwege zijn inkomen: ruim 20 miljoen euro in 2013. Maar dat was dus maar een fractie, 5 procent, van wat Leon Black van Apollo verdiende. Over diens inkomen zijn maar weinig woedende commentaren verschenen.

In het Amerikaanse bedrijfsleven zijn miljoenenbeloningen voor topmanagers geen uitzondering. Maar de beloningen in de private equity leidden de afgelopen weken toch tot opgetrokken wenkbrauwen. Ten onrechte, zegt Charles Elson, hoogleraar bedrijfskunde en expert in de private equity, tijdens een vraaggesprek. „De branche doet goede zaken dankzij de lage rentetarieven. De toplieden verdienen met dividend, omdat ze grote risico’s hebben genomen en nu makkelijk kunnen verkopen.” Anders gezegd, geld is goedkoop en dat is het belangrijkste gereedschap van de investeerder.

Goedkoop geld

De topsalarissen zijn uitzonderlijk en vrijwel zeker eenmalig, betoogt Elson. En hij kan wel een kop van Jut verzinnen, als er een schuldige moet worden aangewezen: Barack Obama. „De president en de Centrale Bank onder Ben Bernanke hebben geld goedkoop gemaakt. Dat heeft de private equity geholpen, daar profiteren de managers van.”

Dat de investeerders zelfs in neergaande markten goed kunnen verdienen, toont hun financiële expertise. Op het dieptepunt van de crisis, vooral in 2008 en 2009, kochten de investeerders vaak hun eigen schulden voor een prikkie op.

Dat werkt zo: als de markt weinig vertrouwen heeft in een bedrijf, zijn de leningen die het is aangegaan weinig waard. Een schuld van 100 miljoen wordt dan bijvoorbeeld verhandeld voor 20 miljoen, omdat beleggers vrezen dat de lening niet wordt terugbetaald. Veel van de investeerders blijken op de bodem van de markt schulden van bedrijven te hebben opgekocht en zo, met de wijsheid van achteraf, op een koopje de controle over bedrijven te hebben verkregen.

Elson merkt op dat de toplieden niet de enigen zijn die profiteren. Het algemeen belang is er ook mee gediend, zegt hij. Grote instituties zoals pensioenfondsen zijn de belangrijkste investeerders in fondsen van private equity, „en de beleggingsresultaten voor die investeerders zijn ook goed”, zegt Elson. „Dat betekent dat wij, het grote publiek, profijt trekken van het succes in de private equity.”

De branche heeft een grote sprong gemaakt in omzet, winst en bekendheid. Na de crisis zaten de fondsen met een groot aantal investeringen in hun maag. Een gunstig verkoopklimaat liet lang op zich wachten. Maar eind 2013 was duidelijk dat de tijd echt rijp was. In december scoorde Blackstone toen het hotelketen Hilton naar de beurs bracht. De investeerder boekte een miljardenwinst op de hotelketen die in 2007 werd aangekocht. Apollo maakte bijna 10 miljard dollar winst op riskant geachte investeringen in de chemiereus LyondellBasell.

Verrassend was die activiteit niet. Leon Black van Apollo had al in het voorjaar een voorspelling gedaan op een conferentie in Los Angeles. Zijn firma ging „alles verkopen dat niet vastgetimmerd zit in onze portefeuille”. En de verkooptrend zal vermoedelijk nog wel even doorgaan.

Dat een deel van de branche nog altijd omgeven is met geheimzinnigheid, noemde Henry Kravis van KKR een kwalijke zaak: „We zijn er niet goed in om ons verhaal naar buiten te brengen.” Ook Graham Hearns van private-equityonderneming The Riverside uit Ohio heeft een oproep tot meer transparantie gedaan. Juist tijdens een crisis binnen een dochterbedrijf – The Riverside beheert zo’n zeventig ondernemingen – is het onverstandig om te wachten „op elk beschikbaar stukje informatie”, zei Hearns in The Wall Street Journal. „Je moet snel een inschatting maken en communiceren met alle belanghebbenden.”

Die nadruk op transparantie is ook een reactie op het politieke klimaat. Occupy Wall Street is weliswaar weer uit beeld verdwenen, maar de kritiek op de allerrijksten keert telkens terug. Private equity is de ultieme belichaming van de welvaart in de toplaag. Die laag voelt zich onder vuur genomen, ook door het Witte Huis; met zijn klaagzang over de inkomensongelijkheid voedt Obama de kritiek op zelfverrijking.

Burgers & Beers

Tegelijkertijd haalt Obama wel geld op bij de allerrijksten. Deze week was hij bij Alan Patricof in New York. Patricof is een van de oervaders van de private equity. Obama zocht hem op om met succes fondsen te werven voor verkiezingscampagnes van de Democratische Partij.

Nu de branche steeds meer in de schijnwerpers staat, zijn er meer pogingen om een betrouwbaar, niet al te inhalig imago te verwerven. Geregeld worden evenementen voor liefdadigheid georganiseerd. Vorige maand was er een ‘burgers & beers’-avond van Blackstone in het New Yorkse café Clarke’s Standard.

Met een paarse pruik op speelde bestuursvoorzitter Hamilton James voor barman, om zo veel mogelijk fooien voor de strijd tegen leukemie op te halen. Trots meldde de onderneming achteraf dat er 25.000 dollar was ingezameld. James’ inkomen in 2013? Ruim 31 miljoen euro.

Individueel zijn de investeerders overigens gulle gevers. David Rubenstein van Carlyle gaf vorig jaar 121,7 miljoen dollar weg. Stephen Schwarzman van Blackstone schonk 103 miljoen. Beiden staan hoog genoteerd in de toplijst van meest liefdadige Amerikanen.

    • Diederik van Hoogstraten