Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Marcel Xite-Awards

Op een donkere dag zegde ik toe om mee te gaan met een goede vriend, die met zijn vijftienjarige puberdochter en haar twee beste vriendinnen uit de omgeving Bunschoten-Spakenburg naar de uitreiking van van de Xite-Awards in Club Air in Amsterdam ging.

Eerst gingen we een biertje drinken.

Daar zat ik dan, tegenover drie totaal uitgelaten en opgemaakte meiden met handtassen zo groot als stofzuigers. Mijn vriend zat er schaapachtig bij te lachen, het was duidelijk dat hij de controle over de ouderlijke macht had verloren.

„Wat is Xite?”, vroeg ik.

Xite bleek de allerbeste tv-zender die er was, er werden vooral videoclips op uitgezonden. Daarna ging het gesprek over muziek, twee waren er dodelijk verliefd op een zanger van de groep B-Brave, een collectief brave jongetjes dat ik toevallig een dag eerder op boomplantdag in actie had gezien.

Een van hen zei dat het haar lievelingswens was om met die zanger een dag naar het pretpark Walibi te gaan, een ander liep me achterna naar de rookruimte waar ze heel geroutineerd een sigaret opstak.

„Ik ben nog niet zo lang verslaafd”, zei ze.

Daarna zei ze dat ze ook een tijdje alcoholist was geweest, iets wat volgens haar in Spakenburg heel normaal was.

Hoewel het nog twee uur duurde voor het begon, vroegen ze al na de eerste cola: „Meneer, mogen we alsjeblieft al gaan?”

We sloten aan in de lange rij voor Club Air, van waaruit ze naar alles gilden wat op straat voorbij kwam. „Die ene is alcoholist geweest”, zei ik tegen mijn vriend, die zich wentelde in zijn rol als toffe vader.

Binnen belandden we in een hysterische massa. Ze stonden uren gebiologeerd naar het podium te staren, naar een presentator in een groene broek die de ene Award na de andere uitreikte.

Maar wij dan toch niet. Gek geworden van het gegil trokken we ons terug in de rookruimte, waar we met wat anderen – de meesten waren ouders – ons schikten in ons lot, waar geen einde aan leek te komen.

Zes bier later werden we eruit getrokken. Ze waren hysterisch nu, want ze mochten backstage. En wij moesten mee, want anders durfden ze niet.

Backstage stonden ze tegenover hun idolen, de handtassen tegen hun lichamen geklemd. Er werd van twee kanten ‘hoi’ gepreveld, waarna ze weg vluchtten.

„Wat zit er eigenlijk in je handtas?”, vroeg ik aan de zelfverklaarde alcoholiste uit Spakenburg, die er emotioneel doorheen zat en rood aangelopen zat uit te blazen op een bankstel.

„Boterhammen voor op school enzo.”

    • Marcel van Roosmalen