Lupuspatiënt biedt houvast voor hiv-vaccin

Eén van de antilichamen die een rol speelt bij de auto-immuunziekte lupus schakelt ook de meeste varianten van hiv uit. Onderzoekers in North Carolina hebben dit ontdekt dankzij één seropositieve patiënt die enkele jaren na haar besmetting lupus kreeg. Sindsdien hoefde zij geen medicijnen tegen hiv meer te slikken. De ontdekking biedt aanknopingspunten voor de ontwikkeling van een effectief hiv-vaccin. (Journal of Clinical Investigation, 10 maart).

Er wordt veel onderzoek gedaan naar het verband tussen hiv en de auto-immuunziekte lupus erythematosus. In 2005 werd ontdekt dat lupuspatiënten die met hiv besmet zijn, doorgaans minder en soms zelfs geen antivirale medicatie nodig hebben. Bij lupus keren door het immuunsysteem geproduceerde antilichamen zich tegen lichaamseigen weefsel. Ze werden aanvankelijk gevormd om bijvoorbeeld een infectie te bestrijden maar bleven daarna in het lichaam aanwezig. Bij gezonde mensen ontstaan ze ook, maar worden ze actief onderdrukt zodra ze geen functie meer hebben.

Bij de vrouw van 33 die op haar 19de met hiv besmet werd en acht jaar later lupus kreeg, vonden de onderzoekers een bijzonder antilichaam, CH98 genaamd. Dit heeft een breed neutraliserende werking tegen hiv; dat wil zeggen dat het alle mogelijke varianten van het virus aankan. Hiv is een ontsnappingskunstenaar doordat het virus heel snel muteert en zo onherkenbaar wordt voor de aanvankelijk geproduceerde antilichamen. Er zijn echter (delen van) virale eiwitten die niet of zelden muteren. Dat zijn de doelwitten voor breed neutraliserende antilichamen.

Probleem is alleen dat zulke antilichamen vermoedelijk sterk lijken op de auto-antilichamen die gezond weefsel aanvallen. Bij gezonde mensen wordt hun vorming daarom actief onderdrukt.

    • Huup Dassen