Kankerstraat in Changsha

China wacht een explosie aan kankergevallen. Na dik dertig jaar spectaculaire economische groei met bijbehorende milieuvervuiling krijgt het rookverslaafde, autogekke China een hoge rekening gepresenteerd.

Tekst Oscar Garschagen, foto’s Yang xu hn / Imaginechina

Chinese kankerpatiënt zit even buiten in de zon in de ‘Kankerstraat’ in Changsha.

In de ‘Kankerstraat’ van Changsha, hoofdstad van de Chinese provincie Hunan, wordt het aan het eind van de middag zelfs nog gezellig. De vaste gasten van Oude Wang’s Rusthuis zijn dan een beetje bekomen van de bestralingen in de ochtend en verzamelen zich in de hal voor de dagelijkse kaartpartij.

Bleek, met vermagerde handen, schudt en verdeelt mevrouw Li Songqing (43) het spel, terwijl zij aan een vrouw met een slecht zittende pruik en twee mannen met dikke wollen mutsen op hun kale hoofden vertelt dat zij binnenkort naar huis mag.

„Volgende week komt mijn man mij ophalen, ik heb hem in de twee maanden dat ik behandeld ben maar één keer gezien, want het is een lange reis van ons dorp naar hier”, ratelt zij vrolijk. Even lijken de sporen op haar ouwelijk, verweerd gezicht te zijn uitgewist. „Hij zei dat het tijd werd dat ik naar huis kom, want het geld voor verdere behandelingen is op. Onze spaarpot is helemaal leeg. Maar hij zegt dat ik mij daar niet ongerust over hoef te maken. Ik ben het waard, zegt hij.”

Later, buiten het gehoor van de anderen, vertelt zij dat zij zich toch schuldig voelt, want het spaargeld was bedoeld om hun zoon te laten studeren. „Wij zijn boeren. Wij zijn, net als iedereen, maar voor 50 procent verzekerd. Ik heb geluk dat wij spaargeld hadden en dat mijn man dat wilde gebruiken voor de chemo.”

Niemand in Changsha weet dat de ‘Kankerstraat’, een bijna kilometer lange steeg tussen het Hunan Provinciale Tumor Ziekenhuis en de Hunan Medische Universiteit, eigenlijk Verkeersstraat heet. Op een boogscheut van het hospitaal en de campus wonen hier vele honderden patiënten voor wie geen bed is in het hospitaal of die zich de kosten van opname niet kunnen veroorloven.

Hotelletjes, kamerverhuurbedrijven, restaurants, pruiken- en kunstborsten verkopers wisselen zich af met open keukens waar je voor een paar eurocent een gasfornuis en kookgerei kan huren, apothekers en verkopers van traditionele Chinese medicijnen. Het Hunan Provinciale Tumor Ziekenhuis, het enige gespecialiseerde kankercentrum in een provincie met 64 miljoen inwoners torent boven de ‘Kankerstraat’ uit. Eén overbelast, overvol topziekenhuis met 1.300 bedden voor een bevolking zo groot als die van Frankrijk; het is het verhaal van de Chinese gezondheidszorg buiten Beijing, Shanghai en Guangzhou.

Als tegen de avond de pantoffelparade van patiënten in gewatteerde pyjama’s op gang is gekomen, loopt ook restaurant De Nieuwe Wereld vol. In de pijpenla met zes mahjongtafels zit iedereen dicht bij elkaar en worden de magere lijven verwarmd met straalkachels en hitte verspreidende lampen die aan de infuusstandaarden zijn gehangen. Mevrouw Chen Deqing (63) schudt de blokjes door elkaar. Op de vraag hoe het met haar gaat, antwoordt zij onbewogen: „Ik ga morgen naar huis om op de dood te wachten, net als iedereen in mijn dorp, er zijn er bij ons al zoveel gestorven.”

Eerder die dag heeft zij van een van de assistentes van de oncoloog te horen gekregen dat verdere behandelingen om de tumoren in haar slokdarm te bevechten zinloos zijn. Aan mevrouw Chen hoeft niemand te vertellen dat China een hoge prijs betaalt voor ruim dertig jaar spectaculaire economische groei. Zij komt uit Heshan, een van de sinds 2013 officieel erkende 459 ‘kankerdorpen’ in China, vaak gehuchten bij zware industrieën, mijnen of oranjekleurige rivieren met dikke lagen schuim. Bij Heshan bevindt zich een van de oudste en grootste realgaar-mijnen van China. Realgaar, een arsenicumrijk mineraal, wordt gebruikt in vuurwerk en in de leerindustrie.

De mijn bij Heshan is onlangs gesloten omdat de lokale autoriteiten niet meer om de harde feiten heen konden. Tussen 2001 en 2012 stierven 400 van de 700 mijnwerkers er aan verschillende vormen van kanker of arsenicumvergiftiging, onder wie mevrouw Chens echtgenoot. Water en grond in de verre omtrek zijn vervuild, producten uit de streek zijn onverkoopbaar.

Het wemelt van de Heshans in China, waar 90 procent van de bebouwbare landbouwgrond is vervuild, de lucht in alle verstedelijkte gebieden, op het Tibetaanse Lhasa na, in meer of mindere mate giftig is en de vervuiling van het grond- en oppervlakte water is geclassificeerd als een officieel staatsgeheim. Leven in China is een dagelijkse confrontatie met angstwekkende berichten over de verdubbeling van longkankergevallen, toxisch voedsel, milieurampen en zorgwekkende kankerstatistieken waarachter de wereld van de Kankerstraat schuilt gaat.

In iedere Chinese tweede- en derderangsmetropool zijn vergelijkbare straten, waar patiënten wonen die wel de kosten van de behandeling maar niet van een ziekenhuisopname kunnen betalen. Berusting vermengt zich bij mevrouw Chen met onsentimenteel Chinees pragmatisme. „Ik wist het al toen ik voor het eerst van mijn leven naar de dokter ging. Wij doen in ons dorp nooit aan controles want als wij ontdekken dat wij kanker hebben dan worden wij een last voor onze kinderen. Ik wil geen dure behandelingen meer, want dat kunnen mijn kinderen niet betalen”, vertelt zij met een strak gezicht.

De ruim 1.000 euro die zij als officieel erkend ‘kankerslachtoffer’ van de provinciale overheid hebben ontvangen, was bij lange na niet voldoende om de rekening van het Hunan Provinciale Tumor Hospitaal te betalen. Haar man heeft moeten lenen bij vrienden en familie. „Maar niemand in ons dorp heeft veel geld, dus dat was niet genoeg.”

Het feit dat zij überhaupt financiële hulp kreeg is een teken dat de staat, de Communistische Partij van China (CPC), erkent dat er een hoge prijs betaald moet worden voor de jacht op de Chinese Droom. „Zijn wij onszelf niet aan het doden ter wille van onze fixatie op groei”, vroeg zelfs een commentator van de Global Times zich af na lezing van het rapport van de Wereldgezondheidszorganisatie [zie kader].

Airpocalypse

Iedere Chinees, zeker de inwoners van metropolen waar de ‘smog’ van auto’s en industrieën dagenlang de zon verduistert, weet het antwoord. In Changsha kennen zij inmiddels het Beijingse en Shanghaise begrip ‘airpocalypse’ ook. Voor de hoogbejaarden in deze provincie zijn kanker en luchtvervuiling nieuwe woorden, voor jongeren een gevaarlijke realiteit die zich niet met nieuwe partijslogans als ‘Bescherm het milieu, houdt de kanker op afstand’ alleen laat bedwingen.

De zorgen over de gevolgen van de milieuvervuiling hebben al geleid tot gewelddadige protesten. De paniekerige reacties van de autoriteiten die in eerste instantie het kankerrapport van de WHO wilde onderdrukken, maken duidelijk dat de CPC begrijpt dat actie geboden is.

Vandaar dat de Chinese premier Li Keqiang vorige week tijdens het Nationale Volkscongres de ‘war on pollution’ voor geopend verklaarde. Hij kondigde ook nieuwe hervormingen en investeringen in de zorg aan. Voor miljoenen komt de erkenning dat er een onbeheersbaar lijkend probleem is ontstaan, te laat. Als de Europese ervaringen met vervuiling maatgevend zijn dan gaat het nog 30 tot 60 jaar duren voordat China in deze nieuwe ‘oorlog’ de overhand krijgt.

Het is de vraag met welke middelen de communistische autoriteiten de strijd aangaan, want hoge groei (7,5 procent) is en blijft een officieel nationaal doel. Milieuwetten in China worden genegeerd en het verzet van lokale autoriteiten tegen de sluiting van mijnen en oude fabrieken, waar zij zelf belangen in hebben, is taai. Voor iedere verouderde cement- en staalfabriek of kolengestookte centrale die – met veel publiciteit – wordt gesloten, komen er – in stilte – twee nieuwe complexen bij.

Het bestuurlijke dilemma is dat China die economische groei hard nodig heeft om de snel stijgende kosten (van 350 miljard euro in 2011 naar meer dan 1.000 miljard euro in 2020) van de gezondheidszorg te financieren en om voor de hele bevolking een zorgverzekeringssysteem te ontwikkelen. In China zijn alleen ambtenaren en het hogere kader van internationale bedrijven naar Europese maatstaven goed verzekerd. Arbeiders, boeren, zelfstandigen, werknemers in kleine bedrijven en studenten zijn als regel onderverzekerd en moeten dus sparen ‘voor de dokter’, niet alleen voor zichzelf maar ook voor ouders en grootouders.

Hoge prijs voor welvaart

„Wij betalen inderdaad een hele hoge prijs voor onze welvaart”, erkent Liu Xiaohong, vicepresident van het Hunan Provinciale Tumor Hospitaal en in die capaciteit een hoge partijfunctionaris. „Wij moeten nog heel veel doen om het probleem van de lucht- en watervervuiling op te lossen en dat gaat veel geld kosten.”

Toen zij tien jaar geleden als gezondheidszorgmanager aantrad, kwam het regelmatig voor dat bedden dagen- soms wekenlang onbezet waren. Nu is er een wachtlijst, een tot voor kort onbekend fenomeen. Er wordt geprobeerd de staf om te kopen in ruil voor een bed en de beste medicijnen.

Liu vertelt over de uitbreidingsplannen van het ziekenhuis en de ontwikkeling van een provinciaal netwerk van kleinere kankerklinieken in de uithoeken van de uitgestrekte provincie. Aan preventie en regelmatige controles wordt, behalve in de hoofdstad Changsha, in Hunan weinig tot niets gedaan. Aan bijvoorbeeld het borstkankeronderzoek deden in 2013 slechts 1.000 vrouwen mee. Buiten de hoofdstad komen de onderzoekers en de voorlichters van de anti-rookcampagnes en de eet-gezondcampagnes niet.

Op de vraag of zij dus over genoeg middelen beschikt om alle ambitieuze plannen uit te voeren, geeft zij met een verontschuldigend lachje geen antwoord. „Voor die vraag moet je bij hogere instanties zijn.”

Feit is dat de Chinese gezondheidszorg slecht gefinancierd is op een moment dat de kosten stijgen. De openbare ziekenhuizen worden overspoeld met (kanker-)patiënten en jongeren kiezen liever niet voor een loopbaan in de zorg.

Vicepresident Liu heeft plaats voor zeker honderd aankomende oncologen en andere specialisten in haar provinciale netwerk. „Jongeren kiezen liever voor een baan in de financiële sector dan voor een medische specialisatie in een provinciaal ziekenhuis”, legt zij uit. Artsen in China, zeker in ziekenhuizen, worden diep gewantrouwd door patiënten en soms zelfs bedreigd en mishandeld door familie van overleden patiënten. Dat is een van de redenen waarom Chinese ziekenhuizen patiënten wegsturen voordat zij sterven en artsen moeilijke gevallen liever wegsturen dan behandelen.

De snel groeiende privésector is financieel aantrekkelijker en de betere Chinese specialisten kunnen miljoenen verdienen in de privéziekenhuizen van Singapore, Seoul en Hongkong. Of in de VS waar rijke Chinezen vrijwel automatisch naartoe gaan als zij een medisch probleem hebben. De vip-suites (3.100 dollar per nacht) van Parkway Novena, een zorgconcern in Singapore met vestigingen in Shanghai, zitten vol met welvarende Chinese patiënten die de ziekenhuizen en doktoren in eigen land mijden. Zij kennen het bestaan van de Kankerstraat niet eens.

Bh’s met vullingen

Daar schuifelen, als een groep pelgrims, twaalf vrouwen en een man in de richting van de winkels met pruiken van kunst- of dierenhaar, bh’s met vullingen en plastic borsten. „Niemand die hier komt kan zich een pruik van mensenhaar veroorloven”, vertelt de uitbater van een van deze ‘beautyshops’. Zijn duurste pruik van paardehaar komt op 10 euro.

Meneer en mevrouw Ling, die allebei slokdarmkanker in een vroeg stadium hebben, nemen de tijd om voor haar een pruik uit te kiezen, maar de meeste modellen vindt zij „te jong” of „te onecht”. Buiten vertelt meneer Ling (77) dat hij dacht dat hij als voormalig chauffeur bij een staatsbedrijf goed verzekerd was. Het staalbedrijf werd vorig jaar gesloten, de kassen van het bedrijfspensioen- en verzekeringsfonds bleken geleegd te zijn door de autoriteiten.

Tot nu toe redden zij het dankzij hun spaarpot en het feit dat hun zoon werkt als arbeidsmigrant in de Yangtze-delta. De Lings weten wat de uitdrukking ‘bitterheid eten’ betekent. „Mao Zedong had die corrupte bende die ons land nu bestuurt en die ons heeft verraden allang tegen de muur gezet’’, denkt hij. Voorzichtig beginnen zij aan de terugtocht naar Oude Wang’s Rusthuis op de kop van de Kankerstraat.

„Oude Wang” is in werkelijk een jonge ondernemer met de achternaam Chen, die nog drie „speciale hotels” exploiteert. „Het wordt ieder jaar drukker, ik zit tegenwoordig altijd vol, zelfs met het Chinese Nieuwjaarsfeest. De zaken gaan heel goed”, fluistert deze Chinese snelle jongen met zijn jack van „echt” kunstleer, namaak Rolex en een tweedehands Audi 6.

In zijn kantoortje liggen folders van Changsha’s Klein Venetië, een van de duurste wijken van de stad, met een kopie van de Parijse Pont Neuf en een gigantisch beeld van Mao Zedong met een Beethovenkapsel. Chen is een hotelier met toekomst en dat is niet te danken aan de groei van het toerisme of de kwaliteit van zijn hotels, waar sinds de bouw in de jaren ’80 geen kozijn is geschilderd, laat staan dat ondanks enkele branden door kortsluiting de elektriciteitsbedradingen zijn vernieuwd.

Maar de grootste boeven in de straat zijn misschien wel de vriendelijk ogende dokter Lu en de bejaarde dokter Wang. Lu is een gediplomeerd arts en oprichter en eigenaar van een kliniekje. Wang beheert een winkel in traditionele Chinese medicijnen en is „alleenverkoper” van een reeks „biologisch-wetenschappelijke” producten. Zij werken nauw met elkaar samen.

Wang verkoopt pillen, poeders en drankjes van paddenstoelensporen, ginsengwortels en gedroogde salamanders die Lu toedient of voorschrijft in haar kliniek met vier bedden. Twee mannen liggen roerloos onder dikke quilts op bedden met vettige, groezelige lakens. De kale muren lijken beschilderd met donkerbruine bloedspatten en opgedroogde maagzuurgele kots. Een verpleegster sluit hen aan op infusen met een zoutoplossing en een „medicijn tegen de verkoudheid”.

Dokter Wang, die zegt gestudeerd te hebben aan de Universiteit voor traditionele Chinese geneeskunde in Shanghai, maar zich niet meer het adres van de campus kan herinneren, vertelt dat hij en zijn collega voor opgegeven patiënten „de laatste hoop” zijn.

Als bewijs laat hij een map vol met schriftelijke dankbetuigingen zien. „80 procent van de patiënten die in het ziekenhuis uitbehandeld zijn, kunnen wij nog genezen met traditionele methodes.” Buiten schuifelt het echtpaar Ling langs. Zij kijken niet naar binnen.

    • Yang xu hn / Imaginechina
    • Oscar Garschagen