Is hij klaar voor de top?

Frank de Boer stevent met Ajax af op de vierde landstitel op een rij // Al hebben sommige jongens „nog niet echt een doel om zich op te focussen” // Kan hij zelf een stap omhoog? „Daar heb ik wel een paar jaar voor nodig”

Frank de Boer: „Als je pas op de dag van de wedstrijd begint met focussen, is het meestal te laat.” Foto Robin Utrecht

Frank de Boer wandelt op een draf van de wekelijkse persconferentie naar de fotoshoot, dan de trap op naar de kantoorruimte in sportcomplex De Toekomst voor het gesprek. Hij lijkt weinig last te hebben van de ingescheurde knieband die hij bij het veteranenteam Lucky Ajax opliep. De Boer is ook de man die nog nooit hoofdpijn heeft gehad, zoals hij onlangs zei.

En zo koerst hij al drie jaar en vier maanden onverstoorbaar verder bij de woeligste der clubs in Nederland: Ajax. Op intuïtie creëerde hij al drie keer de minst wisselvallige ploeg van Nederland, en zo werd De Boer drie keer op een rij kampioen. Een vierde titel zou hem de meest succesvolle eredivisietrainer ooit maken.

Wanneer hij het meest genoot? De eerste helft van de thuiswedstrijd tegen Barcelona, eind november vorig jaar, dat was het – „qua alles”.

En dan, als de vierde titel voor het oprapen lijkt, volgt er toch zo’n zeperd tegen Cambuur (1-1), afgelopen weekend in de eigen Arena.

Kunt u zich herkennen in een prof die niet optimaal presteert?

De Boer: „Ja, dat wil zeggen: ze geven wel alles, die jongens, dat is het probleem niet. Het is die focus. Mijn voorbeeld is altijd: ik wilde op het WK in 1998 Frank de Boer laten zien, en ik denk dat ik dat heb gedaan. Ik was er twee jaar van tevoren al mee bezig, alles moest wijken. Die jongens nu: sommigen spelen dan weer een competitiewedstrijd, dan weer met Oranje, dan weer in de Europa League – ze hebben nog niet echt een doel om zich op te focussen. Daarmee komen vanzelf de momenten dat ze minder gefocust zijn. Je moet twee dagen van tevoren gefocust zijn, dan word je nergens door verrast. Als je pas op de dag van de wedstrijd begint met focussen, dan is het meestal te laat.”

Daley Blind zocht in een moeilijke fase twee jaar geleden hulp bij sportpsycholoog Wim Keizer. Kon hij niet bij u terecht?

„Wij hebben daar speciaal mensen voor, zoals Wim en nog drie, vier mensen waar we uit kunnen putten als wij vinden: dit is zo’n moeilijke kwestie. Daar heb je specialisten voor. Het was een kleine zijstap voor Daley om eens met Wim te praten. Dat kan helpen. Zo zijn er meer die dat hebben gedaan.”

U rolde zelf stoïcijns door uw carrière. Kunt u de knieval maken naar jongens die het minder voor de wind gaat?

„Ik geloof dat ik die jongens best kan helpen. Als ik ’m niet kan raken moet Hennie [Spijkerman] het doen, of Dennis [Bergkamp], of Jaap [Stam]. Uiteindelijk voor één doel: de kwaliteiten die een speler bezit, om te zetten naar trainingen en wedstrijden.”

Gevraagd naar zijn voorbeeld in de Europese top, komt het gesprek uit op Bayern-coach Pep Guardiola, oud-trainer van Barcelona. „Een leeftijdsgenoot, een beetje dezelfde weg bewandeld. Ik heb veel respect voor de manier waarop hij het voetbal echt vooruitbrengt. Ik heb hem laatst weer meegemaakt in Dubai, deze winterstop. Blijft soms een rare snuiter ook. Ligt-ie drie dagen op zijn bed. Uit te rusten, te denken. Zijn familie ligt dan gewoon op het strand, net als ik met mijn vrouw en kinderen. Ik denk dat hij nog zieker van het spel is, dan ik.”

Maakt dat u huiverig, dat dat nodig is voor de absolute top?

„Nee. Het zet je wel aan het denken. Maar iedereen heeft zijn eigen manier. Er leiden meer wegen naar Rome. Ik heb trainers meegemaakt die er helemaal geen hout van konden, maar die hebben wel heel veel succes. Dus ja, zeg het maar.”

Aan de Europese top is coach zijn veel meer dan voetbal. Bij Ajax is het veiliger dan tussen de krachtenvelden bij Barcelona.

„Dat is inderdaad iets heel anders, dat besef ik maar al te goed. Je hoeft daar op voetbalgebied bijna niets meer toe te voegen. Je hoeft Xavi en Iniesta niets uit te leggen. Daar ben je juist meer die relatieman, of hoe je het wil noemen. Meer dan voetbaltrainer voor de basis en techniek. Het is echt managen.”

Bent u daar klaar voor?

„Uiteindelijk heb ik daar nog wel een paar jaar voor nodig, denk ik.” Hij denkt even. „Maar het hangt ook af van omstandigheden: wie neem je mee? Hoe stap je in?”

U begon bij Ajax in een tijdperk waarin de hiërarchie ontbrak in de eredivisie. Hoe weegt u uw prestaties met Ajax?

„Als je ziet hoe vaak er niet gezegd is dat anderen met dat spelersmateriaal beter waren. Uiteindelijk werden wij steeds kampioen. Ik vind: om een coach te kunnen beoordelen, moet je kijken wat zijn invloed is. Dat is het belangrijkste.”

    • Bart Hinke