Ik stem niet

Woensdag zijn er verkiezingen Er wordt een zeer lage opkomst verwacht: minder dan de helft gaat stemmen We vroegen de niet-stemmers waarom ze thuisblijven

Voor kiesrecht is ooit strijd geleverd. Komende woensdag mogen we weer stemmen, om nieuwe gemeenteraden te kiezen. Feest van de democratie? Mwah.

Vierenvijftig van de honderd kiezers hebben gestemd bij de raadsverkiezingen van vier jaar geleden. Het is een gemiddelde, met uitschieters naar boven (82,5 procent op Schiermonnikoog) en beneden (43,6 procent in Schiedam).

De trend is al jaren dalend bij lokale, provinciale en Europese verkiezingen. ‘Den Haag’ trekt nog wel, zeker sinds de Fortuyn- en Wilders-revolte die omstreeks 2001 begon.

Voor de komende raadsverkiezingen werpt opinieonderzoek een schaduw vooruit. Gaan de kiezers hier een psychologische grens overschrijden? Een absolute meerderheid lijkt dit keer te zijn weggelegd voor de niet-stemmers; minder dan de helft van de kiezers is van plan te gaan stemmen.

Vier van de tien kiezers blijven sowieso thuis, al sinds begin jaren 90. Wat beweegt hen, en met name de mensen die in 2010 nog wel van hun democratisch (stem)recht gebruikmaakten en dit keer bewust ‘ik pas’ zeggen? We vroegen het aan stemgerechtigden op verschillende plekken door het land heen.

Harde conclusies zijn aan deze steekproef niet te verbinden. Maar impressies, oordelen en teleurstellingen geven de opgetekende uitspraken volop. Politicologen mogen nader onderzoek doen naar de volgende indrukken:

‘De politiek breekt af en bouwt niet op’ De economische stagnatie van de afgelopen jaren heeft onzekerheid gebracht: opgelopen werkloosheid, ongerustheid over AOW- en pensioenuitkering, hogere zorgpremies, dure benzine en een terugtredende overheid die de zwakkeren in de samenleving niet langer lijkt te beschermen. Politici zijn geen probleemoplosssers, ze máken problemen – zo luidt een veelgehoorde klacht onder niet-stemmers.

‘We weten niet waar partijen voor staan’ Het is een maaltijdsoep met verschillende ingrediënten. Een groeiend aantal kiezers voelt zich niet verbonden met de eigen woonplaats: ze slapen er, maar ze werken elders, ze shoppen en amuseren zich op veel verschillende plekken, ze wonen meer ‘in Facebook’ dan Lutjebroek. De gemeentegrenzen vallen steeds minder samen met de mentale grenzen waarbinnen mensen zich bewegen. Áls burgers al plaatselijke trots voelen dan eerder met een dorpskern en niet met een vaag allegaartje van fusiegemeenten als Hof van Twente of Aa en Hunze. En dit dan gecombineerd met toenemende onduidelijkheid over ‘waar politieke partijen eigenlijk voor staan’. Wat is er eigenlijk zo onderscheidend ‘CDA’ aan het christen-democratische programma in de gemeente Molenwaard? Waarom zou je eigenlijk kiezen tussen PvdA of VVD als je na de verkiezingen die andere partij er gratis bij krijgt? En stemmen op een lokale partij biedt vaak ook geen oplossing. Stel, je woont in Lelystad en gunt je stem aan een plaatselijke partij, wordt het dan de partij Bindend Lokaal, de Inwonerspartij, Leefbaar Lelystad, Lelystads Belang, OPA-plus, PartijvanderKleij, Partij voor Lelystad, of Simon Polman? Keuzestress!

Tot slot: ‘De politiek interesseert ons niet.’ Het blijkt al zeker twee decennia uit allerlei onderzoek: de meeste Nederlanders zijn spinnend tevreden over hun persoonlijk leven (hun huis, hun werk, hun familie en vrienden). Over zowat alles dat zich afspeelt in het publieke domein denken velen nogal zuur: de zorg wordt minder, de kwaliteit van het onderwijs daalt, op straat wordt het gevaarlijker en de eikenprocessierups belaagt onze bossen. Binnenblijven, luidt het parool – treed zo min mogelijk buiten je eigen kring. En dus: niet gaan stemmen, jezelf niet engageren met het algemeen belang – wel zo veilig.

Interviews: Michiel Dekker, Gijsbert van Es, Linda Gottmer en Romy van der Poel