Ik heb nog een paar jaar nodig, denk ik

De trainer van Ajax koerst af op zijn vierde eredivisietitel, maar blijft een lerende coach. „Bij Barcelona ben je meer die relatieman.”

Frank de Boer: „Pep Guardiola is nog wel zieker van het spel dan ik. Rare snuiter ook wel, soms. Ligt ie drie dagen op bed te denken, uit te rusten, terwijl zijn gezin op het strand ligt.” Foto´s Robin Utrecht

Frank de Boer wandelt op een draf van de wekelijkse persconferentie naar de fotoshoot, en dan de trap op naar de kantoren op het Amsterdamse sportcomplex De Toekomst voor het gesprek. Ogenschijnlijk geen last van de ingescheurde knieband die hij deze week bij een wedstrijd van veteranenteam Lucky Ajax opliep. De Boer (43) is ook de man die nog nooit hoofdpijn heeft gehad, zoals hij onlangs zei. Onverwoestbaar.

Met zijn gevoel als leidraad creëert hij al drie seizoenen de minst wisselvallige ploeg van Nederland, en zo werd hij drie keer op rij kampioen. Een vierde achtereenvolgende titel deden zelfs Guus Hiddink, Louis van Gaal en Rinus Michels hem niet voor. „Zover is het nog niet”, zegt De Boer. Zes punten voorsprong heeft Ajax op de concurrentie, zondag is het NAC-uit.

Wanneer hij het meest genoot van zijn team? De eerste helft van de gewonnen wedstrijd tegen Barcelona, eind november vorig jaar. Dat was het, „qua alles”. En dan, met de vierde titel in het vooruitzicht, volgt er weer zo’n zeperd tegen Cambuur (1-1), afgelopen zondag in de eigen Arena.

Kunt u zich plaatsen in de voetbalprof die niet optimaal presteert?

De Boer: „Ja, dat wil zeggen: ze geven wel alles, die jongens, dat is het niet. Het is die focus. Ik neem altijd het voorbeeld van mezelf. Ik wilde op het WK in 1998 echt Frank de Boer laten zien, en ik denk dat ik dat heb gedaan. Ik was er twee jaar van tevoren al mee bezig: het WK daar wil ik staan, daar moet alles voor wijken. Sommige jongens spelen nu in de competitie, dan weer interlandverplichtingen, dan weer Europees – ze hebben nog niet echt een doel en daarmee komen vanzelf de momenten dat ze minder gefocust zijn. Louis [van Gaal] noemde dat imagineren, ik noem het focussen. Je moet twee dagen van tevoren gefocust zijn op een wedstrijd, dan word je niet verrast. Begin je er op de dag zelf mee, is het vaak al te laat.”

Over Van Gaal gesproken. Zijn mantra van de ‘totale mens’, spreekt die u aan?

„Wij praten ook veel met spelers, om te weten wat zich in hun hoofd afspeelt. Daar hebben we tests voor, hoe hij er fysiek voor staat, maar ook meten wij de stress, met sensoren. Want stress kan ook blessures opleveren, of een verminderde prestatie. En focus krijg je alleen als je je lekker voelt en alleen aan de prestatie kan denken. Als dat het totale-mens-principe is, dan is dat voor ons een automatisme. Het moet de speler aan niets ontbreken.”

Er zijn coaches die excelleren in het uit de put halen van spelers, ze op de juiste manier raken. U lijkt me er niet zo een.

„Ik vind: je hoeft het niet te dramatiseren. Het leven is zo dat je de ene keer lekkerder in je vel zit dan de andere keer. Het gaat erom of het z’n effect heeft op trainingen en invloed op wedstrijden. Nou, dan ga je met zo’n jongen aan de slag. Maar ik kan me niet voorstellen dat Van Gaal met 23 jongens elke dag tien minuten staat te babbelen: ‘Hé, hoe is het? Is je vrouw lekker opgestaan?’ Dat geloof ik niet. Met mij deed hij dat in elk geval niet, hoor.”

Daley Blind zocht in een moeilijke fase twee jaar geleden hulp bij sportpsycholoog Wim Keizer. U kon hem niet helpen?

„Wij hebben daar mensen voor, zoals Wim en nog drie mensen waar we uit kunnen putten als wij vinden: dit is zo’n moeilijke kwestie. Daar heb je specialisten voor. Het was een kleine zijstap voor Daley om eens met Wim te praten, dat kan helpen. Zo zijn er meer die dat hebben gedaan.”

U rolde vrij stoïcijns door uw carrière. Snapt u spelers bij wie het minder gaat?

„Ik geloof dat ik die jongens best kan helpen. Alleen de ene keer doe je het zo, en kan ik ’m wel raken. Als ik ’m niet kan raken moet Hennie [Spijkerman] het doen, of Dennis [Bergkamp], of Jaap [Stam]. En als dat niet werkt dan moet bijvoorbeeld Keizer het doen. Uiteindelijk voor één doel: de kwaliteiten die een speler bezit, om te zetten naar training en wedstrijd.”

De West-Friese nuchterheid is een charmant kenmerk, maar in zijn fanatisme verliest hij wel eens zijn sympathieke kant. Als speler al. In de postume biografie van de Duitse doelman Robert Enke komt de voormalig Barcelona-aanvoerder er niet best af. Als reservekeeper Enke zich in 2002 in een bekerduel tegen een derdeklasser verkijkt op een voorzet, krijg hij de volle laag van De Boer. Barcelona verliest en Enke, die toen al kampte met depressies, is doodziek van de tirade van De Boer. Hij ervoer het als vernederend.

Schrok u daar van, dat ook profvoetballers onderhuids zo kunnen lijden?

„Ik weet nu dat hij een speler was die daar moeilijk mee om kon gaan, maar op dat moment ben ik alleen voor mezelf bezig met frustratie er uit gooien. En mijn mening te geven. Als aanvoerder vond ik dat ik daartoe het recht had. Ontzettend triest dat hij daar onder leed, maar dan zou je nooit meer je mond mogen opentrekken.”

Heeft u spijt dat u dat zo aanpakte?

„Nee, dit hoort erbij. Laatst hier op de training ook, een speler scheldt zijn teamgenoot uit. Of in ieder geval: op een boze manier. Daar kon die andere ook niet echt goed mee omgaan. Ik ben juist blij dat het gebeurt in een team, dat medespelers zeggen: jij speelt met mijn brood, jij maakt een verkeerde beslissing en ik corrigeer je. Het is beter dan dat ik het weer moet gaan zeggen. Ik geef de speler die er iets van zegt gelijk: hij wil jou beter maken.”

Enke zal dat niet zo ervaren hebben.

„Kijk eens, zo’n moment is niet beslissend voor het verdere verloop van zijn ziekte. Misschien een druppel, dat zou het geweest kunnen zijn, maar het is niet dat hij met zo’n incident in de put raakt. Dat hij het daar moeilijk mee heeft gehad kan ik me best voorstellen, en dat hij dat niet gewend was. Het is niet de reden dat hij uiteindelijk zelfmoord pleegde [in 2009].”

Nee, dat niet natuurlijk. Maar mensen in hun waarde laten is wel belangrijk.

„Daar ging het hier niet om. Maar je hoeft niet altijd je arm om iemand te slaan.”

Van Gaal omschreef zichzelf recent als ‘relatietrainer’. Met elke speler zoekt hij een band. Herkent u dat?

„Je hebt met elke speler natuurlijk een relatie. Met de een wat afstandelijker dan met de ander, dat is gewoon zo. Soms kan je er niet doorheen komen. Dan kijken ze je aan en denk je: is het nu tot hem doorgedrongen of niet? Bij een ander denk je: kijk, die snapt wat ik gezegd heb.”

Gevraagd naar zijn voorbeeld in de Europese top, komt het gesprek op Bayern München-coach Pep Guardiola, voormalig succestrainer van Barcelona. „Een leeftijdsgenoot, had een beetje dezelfde levenswandel. Ik heb veel respect voor de manier waarop hij het voetbal echt vooruitbrengt”, zegt De Boer. „Ik heb hem laatst tijdens de winterstop weer meegemaakt, in Dubai. Blijft een rare snuiter ook soms. Ligt ie drie dagen op zijn bed. Uit te rusten, te denken. Of gaat ie in zijn eentje golfen. Zijn familie ligt dan gewoon op het strand, net als ik met mijn vrouw en kinderen. Dat is wel even een andere voorbereiding op de tweede seizoenshelft. Hij is nog wel zieker van het spel dan ik.”

Maakt dat u huiverig, dat dat nodig is?

„Nee. Het zet je wel aan het denken. Is dat nodig? Maar iedereen heeft zijn eigen manier. Ik heb trainers meegemaakt die er geen hout van konden, maar die hebben wel veel succes. Zeg het maar. In de Europese top gaat het echt om managen. Dat is iets heel anders dan hier, dat besef ik al te goed. Je hoeft daar op voetbalgebied bijna niets meer toe te voegen. Je hoeft Xavi en Iniesta [van Barcelona] niet uit te leggen hoe ze moeten spelen. Daar ben je meer die relatieman, of hoe je het wil noemen.”

Vul dat eens in: bent u daar klaar voor?

„Uiteindelijk heb ik daar nog wel een paar jaar voor nodig, denk ik.” Denkpauze. „Maar het hangt ook af van omstandigheden: wie neem je mee? Hoe stap je in?”

Hoe beschouwt u uw prestaties met Ajax? Weer kampioen van de armoede?

„Daar ben ik het niet mee eens. Als je ziet hoe vaak gezegd is dat het spelersmateriaal bij anderen beter was. Uiteindelijk werden wij steeds kampioen. Om een coach te kunnen beoordelen, moet je kijken wat zijn invloed is. Dat is het belangrijkste.”

    • Bart Hinke