Ik had niet eens tijd om mijn jas uit te trekken

Slechts enkele weken in dienst als voorzitter van de CTIVD – de toezichthouder op de inlichtingendiensten – presenteerde hij een kritisch rapport over de AIVD en MIVD. „De bescherming van privacy is een fundament van onze samenleving.”

Hij heeft de gebruikelijke introductiecursussen overgeslagen – geen tijd voor. Harm Brouwer, amper zeven weken in dienst bij de toezichthouder op de inlichtingendiensten CTIVD, presenteerde afgelopen dinsdag zijn eerste rapport over het werk van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). En dat in een periode van grootschalige onthullingen over de diensten.

Een dag later reflecteert hij op zijn werkkamer. Brouwer: „Het belang van privacy was in Nederland minder vanzelfsprekend dan in omringende landen als Duitsland en Groot-Brittannië. Het idee daarover is inmiddels veranderd. Natuurlijk hebben de onthullingen van Edward Snowden en anderen daar een rol in gespeeld. Zou er iemand zijn die dat ontkent? Zo werkt het toch? De samenleving is wakker geschud. Daarna zijn publiek en media vragen gaan stellen. En daar moesten wij op inspringen. Het is goed dat de Tweede Kamer een verzoek bij ons heeft ingediend.”

Het rapport is kritisch. De commissie constateerde diverse onrechtmatigheden in de werkwijze van de geheime diensten. Zo deelt de MIVD zonder toestemming van de minister op grote schaal data met de NSA en onderschept de AIVD gegevens bij een hack die ze niet mag onderscheppen. Brouwer: „Ik verbaas me over de wat lauwe belangstelling. Ik had meer interviewverzoeken van de schrijvende pers verwacht. Een verklaring daarvoor heb ik niet. Of is dat de vluchtigheid van nieuws?”

Als voormalig hoofd van het Openbaar Ministerie had hij al ervaring met de veiligheidsdiensten en contraterreur. En als voormalig baas van de opsporing weet hij hoe het is om machtsmiddelen in te zetten. Toch heeft Brouwer nog niet het gevoel dat hij de materie helemaal in de vingers heeft. „Ik heb bij wijze van spreken mijn jas nog niet uitgehad. Er moest zoveel gebeuren dat ik nauwelijks goed kennis heb kunnen maken met mijn mensen.” Maar het werkterrein is vertrouwd. „Het werk hier doet denken aan het kort geding zoals ik die de afgelopen 2,5 jaar als rechter in Amsterdam heb gedaan: veel feiten toetsen aan de norm en tot een juridisch oordeel komen. En ook hier speelt redelijkheid een rol en zie ik het als mijn taak de materie begrijpelijk te maken.”

Toen hij kwam was het rapport praktisch klaar. Toch wilde Brouwer een aantal dingen anders doen. „In aansluiting op de wens van Tweede Kamerleden hebben wij gepoogd de teksten begrijpelijker te maken. We zijn gaan werken met een begrippenkader en een samenvatting. De juridische teksten waren zoveel mogelijk al in een aparte paragraaf verwerkt, niet meer in de lopende tekst. Hopelijk is het daarmee een leesbaar en lezenswaardig rapport geworden.”

U bent hier nu een aantal weken aan het werk. Hoe beschouwt u de huidige praktijk bij de inlichtingendiensten?

„Binnen de diensten is er over het algemeen veel aandacht voor het beschermen van de persoonlijke levenssfeer. Dat betekent nog niet dat het allemaal ideaal is.”

De Ministers Plasterk en Hennis van Binnenlandse Zaken en Defensie reageerden maandenlang afwijzend op onthullingen over inlichtingendiensten. In Nederland was de privacy niet in gevaar, zeiden ze. Wat vindt u daarvan?

„Ik heb kennisgenomen van de uitspraken van de ministers in het verleden op dit punt. Maar dat heeft ons niet van onze conclusies afgebracht. Overigens constateer ik in de reactie op ons rapport dat de ministers alle conclusies overgenomen hebben. Dat is te waarderen en een erkenning van ons werk.”

En nu?

„Die reactie betekent dat we het eens zijn over de normering van wat mag en wat niet mag. Het is winst dat we nu een norm hebben gesteld die door de ministers wordt aanvaard. Van daaruit kunnen we verder.”

Hoe luidt deze norm? Is er een verschil tussen de inhoud van een telefoongesprek of een e-mailtje en metadata, zeg maar de gespreksgegevens?

„Identificerende gegevens zoals een telefoonnummer met een naam moeten als persoonsgegevens worden gezien, ook bij de analyse van metadata. En die gegevens moeten door de veiligheidsdiensten volgens de privacyregels worden behandeld. De ministers willen dat nu overnemen.”

Dat lijkt op een trendbreuk, gezien de eerdere uitlatingen van de ministers.

„Dat weet ik niet. Het is wel een erkenning van ons standpunt en van de gewenste normering. In Nederland moet bij het inzetten van machtsmiddelen waarbij de privacy van burgers wordt geschaad een afweging worden gemaakt tussen het belang van die burgers en het belang van de diensten. Die afweging is wezenlijk en moet per geval worden gemotiveerd. Iedere keer dat een dienst iets doet waardoor de privacy van burgers in het geding komt, zijn de medewerkers van de dienst verplicht om na te denken of dat noodzakelijk is. Dat moet in de genen zitten bij de geheime dienst. Het mag geen louter administratieve handeling zijn. Privacybescherming is een van de fundamenten van onze samenleving.”

De inzet van machtsmiddelen door de diensten moeten worden goedgekeurd door de ministers. Wat vindt u van de manier waarop dat gebeurt?

„Het is heel goed dat de staf van de minister van Binnenlandse Zaken, die de verzoeken van de AIVD op dit punt moet goedkeuren, wordt uitgebreid.”

Dat is een hele recente beslissing. Wat zegt dat over het verleden?

„Op sommige punten zien we dat er meer aandacht is voor dit thema. Dat is goed.”

Hebben uw conclusies gevolgen voor de praktijk bij de inlichtingendiensten? Is er ruimte voor een uitbreiden van bevoegdheden, waarover de Tweede Kamer spreekt?

„Wij hebben daar geen opvatting over. Wij hebben wel een aantal onrechtmatigheden geconstateerd bij de toepassing van de bestaande bevoegdheden. Dan zou je kunnen overwegen pas op de plaats te maken.”

En dan met hardere stem: „Iedere onrechtmatigheid die wij bij de diensten constateren is er een te veel. Daar mag geen misverstand over bestaan. Wij zijn er om de diensten bij de les te houden.”

Geen ruimere bevoegdheden dus?

„Laat ik helder zijn. Wij gaan niet over de bevoegdheden van de veiligheidsdiensten,dat is aan de politiek, maar we gaan wel over de controle op de toepassing van die bevoegdheden. Daarbij hebben we een aantal gebreken geconstateerd. De veiligheidsdiensten en de ministers moeten nu voorstellen doen. Pas als men het eens is over de geldende normen kun je gaan nadenken over nieuwe bevoegdheden. Dat de ministers nu onze aanbevelingen overnemen, is een goede zaak. Ik loop lang genoeg mee om te weten dat je pas een aantal weken na de publicatie van een rapport weet hoe het echt verder gaat. Maar toch wordt de urgentie gevoeld.”

    • Jan Meeus
    • Huib Modderkolk