Hoe een Boeing kan verdwijnen

Het mysterie rond het Maleisische vliegtuig neemt met de dag toe. Was het een bom, of toch een kaping? Maar een week vruchteloos zoeken is op zichzelf niet bijzonder.

Lekker goedkoop naar het strand. Of duur natuurlijk, voor wie op het verkeerde moment boekte. Foto ANP

In de ochtend van3 september 2007 steeg de Amerikaanse avonturier Steve Fossett met een sportvliegtuigje op van een vliegveld in de staat Nevada. Toen hij een paar uur later niet was teruggekeerd, begon een enorme zoekoperatie.

Ver kon Fossett (63) niet zijn. Zijn vliegtuigje had maar voor een paar uur brandstof aan boord. Maar na een maand zoeken werd de operatie gestaakt. Pas in oktober 2008 stuitte een klimmer in de Sierra Nevada op het wrak, nog geen honderd kilometer van zijn vertrekpunt. Fossetts gebleekte botten werden later in de buurt gevonden, waarheen wilde dieren ze hadden versleept.

Het ongeluk laat zien hoe moeilijk het is om een vermist vliegtuig te vinden, zelfs als je ongeveer weet waar je moet zoeken. Het is op zichzelf dus niet verwonderlijk dat de zoektocht naar vlucht MH370 al een week duurt. De Boeing 777 van Malaysia Airlines, met 239 inzittenden van Kuala Lumpur op weg naar Beijing, verdween van de radar, een uur na de start.

Maar het mysterie lijkt wel met de dag te groeien. Is het vliegtuig verongelukt, door een technisch probleem of terrorisme? Of is het van zijn route afgeweken en stiekem over het Maleisische schiereiland gevlogen en toen, na een aantal snelle wisselingen van vlieghoogte, naar het noordwesten, precies tussen twee drukke luchtvaartcorridors in? Dat zou onder meer blijken uit de echo’s van een niet geidentificeerd vliegtuig op militaire radarschermen, en uit signalen die door satellieten nog zeker vier uur lang zijn opgevangen nadat de andere contacten met de Boeing waren verbroken.

„Hoe kan de NSA ieder van ons volgen, maar raken we een complete Boeing zomaar kwijt?”, roept Twitter in alle toonaarden. Een terechte vraag. De Zuid-Chinese Zee, een geopolitiek brandpunt, moet één van de best geobserveerde stukjes aarde zijn. Alle aangrenzende landen volgen elkaar met elektronische argusogen. Heeft echt niemand iets gezien, of willen die landen hun militaire capaciteiten stil houden?

En als er sprake was van een onbekend vliegtuig, waarom hebben militaire vliegtuigen het dan niet onderschept, zoals gebruikelijk is? „Reken maar dat er nu overal wordt gediscussieerd over wat men wel en niet wil prijsgeven”, zei David Kaminski-Morrow van tijdschrift Flight International tegen persbureau AFP.

Fossetts ongeluk bevestigde nog een wetmatigheid: vermiste vliegtuigen worden meestal in de buurt gevonden van het laatste punt waar ze zijn gesignaleerd. Bij de vier laatste grote ongelukken boven zee, waaronder een Air France-toestel in 2009, werd het wrak steeds binnen een straal van 20 mijl gevonden.

Maar het zeegebied rond het verdwijnpunt van vlucht MH370 is intussen wel volledig uitgekamd. Vietnam heeft de status van zijn zoekoperaties teruggeschaald van ‘urgent’ naar ‘normaal’. Ook de Amerikanen hebben „de focus van de zoekoperatie naar het westen verlegd”. Een van de twee marineschepen in het gebied plus een maritiem patrouillevliegtuig zijn richting Indische Oceaan gedirigeerd.

De Amerikanen nemen het idee serieus dat het vliegtuig naar het westen is gevlogen nadat alle communicatiemiddelen – radio, het radarbaken (transponder), en de zender die positiegegevens verstuurt – een voor een waren uitgeschakeld. Alleen die ene datalink, die tijdens de vlucht automatisch diagnostische gegevens over de motoren via de satelliet verstuurt, was kennelijk over het hoofd gezien.

Als dat waar is, bevindt de Boeing 777 (kruissnelheid 900 km/h) – of de resten ervan – zich ergens in een gebied met een oppervlak van miljoenen vierkante kilometers. Sommigen denken dat er gewoon nog niet goed genoeg is gezocht. Vroeg of laat moeten er wrakstukken opduiken.

MH370 is niet de eerste vlucht die spoorloos verdwijnt. Aviation Safety Network (ASN), een database van vliegongevallen, noemt er alleen al tien in de afgelopen dertig jaar. Sinds 1938 zijn het er tachtig. Als ASN-beheerder Harro Ranter nog één jaar verder was teruggegaan in de geschiedenis, had hij de beroemdste verdwijningsgeval uit de luchtvaart ook kunnen meenemen. Amelia Earhart vloog in 1932 als eerste vrouw non-stop solo de Atlantische Oceaan over. In 1937 deed ze een (tweede) poging rond de wereld te vliegen. Haar Lockheed Electra verdween bij het eilandje Howland, midden in de Stille Oceaan, waar ze had moeten bijtanken. „We moeten vlakbij zijn. Brandstof wordt krap”, luidde haar laatste radiobericht. Er is nooit een spoor van haar gevonden.

Zoekstrategieën, ontwikkeld in de Tweede Wereldoorlog, proberen de ‘vindkans’ zo hoog mogelijk te maken in zo kort mogelijke tijd en met beperkte middelen. Dat kan als je globaal weet waar je moet zoeken en als je zoekmiddelen goed genoeg zijn. ‘Globaal’ en ‘goed genoeg’ zijn sleutelwoorden. Het zoekgebied moet niet te groot maar ook niet te klein zijn. En geen zoekmiddel, van het blote oog tot de modernste infraroodsensor is volledig betrouwbaar. Om optimaal te zoeken, moet je de kans accepteren dat je niet op de goede plek zoekt en niet goed(of lang) genoeg kijkt. De kunst is die kans zo klein mogelijk te maken. Een week zoeken naar MH370 heeft van alles opgeleverd, behalve het vliegtuig. „Maar helikopters hebben nu eenmaal een beperkte actieradius, sensoren zien niet alles, schepen gaan langzaam, radarbeelden zijn verwarrend, de route van het vliegtuig staat niet vast, het zoekgebied is enorm [...] en in de oceaan drijft al heel veel andere rommel rond”, schrijft Jim Mathews, een professionele search-planner, op zijn blog bij het blad Aviation Week. „Daarom is het zo moeilijk om een vliegtuig te vinden.”

    • Hans Steketee